Opnieuw besteden de grote media nauwelijks aandacht aan een openlijke oorlogsmisdaad door een westerse bondgenoot: de aanval op een Iraans marineschip in de Indische Oceaan. De Amerikaanse duikboot die de aanval uitvoerde, weigerde ook nog de drenkelingen op te vangen, een flagrante schending van de Tweede Conventie van Genève.
Een niet nader genoemde VS-duikboot heeft het fregat Iris Dena van de Iraanse zeemacht met een torpedo gekelderd in internationale wateren op 74 kilometer ten zuiden van Sri Lanka (De Morgen 4 maart 2026). Het schip was op de terugweg naar Iran na gemeenschappelijke oefeningen met tientallen andere Aziatische marines samen met de Indiase, Chinese en Russische zeemacht in de Indische Oceaan ten noorden van Sri Lanka.
Aan boord bevonden zich 180 matrozen. Daarvan kon de door het zinkende schip ter hulp geroepen zeemacht van Sri Lanka er slechts 32 redden. Het schip was reeds gezonken voor de hulp ter plaatse kwam. De duikboot die de aanval uitvoerde, weigerde de overlevende drenkelingen op te vangen. De zeemacht van Sri Lanka bevestigde dit met de verklaring dat alle nog levende en gedode drenkelingen alleen door hen werden opgevangen.
Een flagrante schending van Artikel 18 van de Tweede Conventie van Genève
Dit is een flagrante schending van Artikel 18 van de Tweede Conventie van Genève. Dit artikel stelt dat elke partij in een militair treffen “alle mogelijke middelen zal inzetten om te zoeken naar en op te vangen van de drenkelingen en gekwetsten, en om hen te beschermen tegen beroving en mishandeling”. Die verplichting geldt “zonder enig uitstel” onmiddellijk nadat elk imminent gevaar voor de eigen schepen is geweken.
De Standaard en De Morgen berichten er wel over, maar vermelden niet dat de VS-marine geweigerd heeft de drenkelingen op te vangen, wat een oorlogsmisdaad is. VS-minister van Defensie Pete Hegseth verklaarde trots dat dit de eerste maal is dat een schip in internationale wateren tot zinken wordt gebracht door een duikboot sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij had eerder al gesteld dat de verdragsregels over het oorlogsrecht niet langer gelden voor de VS.
Verbod op reddingsoperaties op zee
Tot september 1942 was het standaardpraktijk voor de Duitse U-boten om de drenkelingen op te vangen van schepen die ze tot zinken hadden gebracht. Overlevenden kregen voedsel en drank, gekwetsten kregen eerste hulp en waar mogelijk werden ze naar de dichtstbijzijnde kust vervoerd.
Daar kwam op 12 september 1942 een abrupt einde aan. Toen beval kapitein Werner Hartenstein van de U-156 tot het kelderen van het Britse schip Laconia in de Atlantische Oceaan. Na de aanslag kwam de U-156 boven water en beval de kapitein onmiddellijk de opvang van alle drenkelingen. Hij stelde tot zijn verbazing vast dat er ook meer dan 2.000 burgers en Italiaanse krijgsgevangenen aan boord waren. Omdat hij onmogelijk 2.732 mensen kon opvangen met zijn duikboot zond hij een alarmsignaal uit op een civiele frequentie in het Duits en het Engels die ook door geallieerde schepen werd opgevangen. Alleen meerdere Duitse U-boten kwamen ter plaatse.
De reddingsoperatie werd gespot door een B-24 bommenwerper van de VS-Luchtmacht. Ondanks Rode Kruisvlaggen en radiocommunicatie in het Engels waarin de kapitein de operatie uitlegde kreeg de B-24-bemanning de opdracht de U-boten aan te vallen.

Terwijl tientallen drenkelingen werden gedood door het B-24-geweervuur besloten de kapiteins van de U-boten te duiken en de drenkelingen aan hun lot over te laten. Andere schepen zetten daarna met enige vertraging de reddingsoperatie verder. Naar schatting werden tussen 976 en 1.083 mensen nog gered en ongeveer 1.658 tot 1.757 drenkelingen kwamen om, voor het grootste deel Italiaanse krijgsgevangenen.
Opperbevelhebber Karl Dönitz vaardigde daarop een bevel uit dat elke reddingsoperatie van drenkelingen voortaan volledig verbood. Na de oorlog werd Dönitz in Nuremberg veroordeeld voor het kelderen van schepen en de weigering tot het redden van drenkelingen. Dönitz verdedigde zich toen met het argument dat de VS-zeemacht dat ook had gedaan. De VS zaten zeer verveeld met zijn getuigenis over het Laconia-incident. Zijn Laconia-Befehl werd daarom uit zijn akte van beschuldiging weggelaten.
Om die reden kreeg Dönitz in vergelijking met andere militaire bevelhebbers een vrij lichte straf van tien jaar, ook al was hij de voornaamste militaire leider van het nazi-regime na Hitler en een fanatieke antisemiet. Hij zette als door Hitler zelf benoemde opvolger de oorlog verder na de zelfmoord van Hitler.
Oorlogsmisdaden kunnen wel als we ze zelf begaan?
Na het minimaliseren van de slachtpartij op een school in het Iraanse kuststadje Minab en de afslachting van veertig volleybalspelende meisjes in een gymnasium, wordt nu ook de oorlogsmisdaad tegen dit Iraanse schip geminimaliseerd door de westerse media.
Voorstanders van deze aanval op Iran weten ten gronde niets in te brengen tegen de beschuldiging van oorlogsmisdaden door Israël en de VS. De schending van het internationaal recht wordt zelfs breed uitgesmeerd, maar dat wordt tegelijkertijd goedgepraat, omdat zo een verderfelijk regime ten val kan worden gebracht.
Titels als Luchtaanvallen richten ravage aan in Teheran, maar het regime is nog niet uitgeteld en Experts internationaal recht: Oorlog in Iran is niet gerechtvaardigd, maar een illegale en onvoorspelbare gok in De Standaard geven die dubbelhartigheid goed weer.
Juridische bezwaren van het internationaal recht blijken geen reden om elke medewerking aan de eenzijdige ongeprovoceerde aanval tegen Iran consequent te weigeren. Het komt erop neer dat het middel wordt afgekeurd, maar de doelstelling niet.
Hij verklaarde dat het internationaal recht niet zou mogen gelden voor Iran
Ondertussen steunen diezelfde staten de theocratische regimes in Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Oman. Je leest ook nergens waarom die laatste Golfstaat als enige nog geen Iraanse tegenaanvallen heeft ondergaan.
Oman is de enige Golfstaat die geen VS-troepen op zijn grondgebied heeft. De regering in Oman was de voornaamste facilitator van de onderhandelingen tussen de VS en Iran.
Het Midden-Oosten is van ons, niet van de bevolking
Duits bondskanselier Friedrich Merz gaat in de westerse schijnheiligheid nog een stap verder. Hij verklaarde dat het internationaal recht niet zou mogen gelden voor Iran.
De Britse zeemacht zendt een vliegdekschip naar de Middellandse Zee om de militaire basis Akrotiri te beschermen, van waaruit VS-toestellen doorvliegen voor hun deelname aan de aanvalsoperaties. Deze basis op het eiland Cyprus is officieel nog steeds Brits grondgebied, 66 jaar na de onafhankelijkheid van de voormalige Britse kolonie. Frankrijk stuurt eveneens zijn enige vliegdekschip naar de regio om ‘zijn troepen en burgers’ in de regio te beschermen, net als Italië.
De aardolie en het aardgas van het Midden-Oosten is van ons, niet van de bevolking die er boven woont
De vraag die bij deze illegale oorlog niet wordt gesteld, is waarom Europese landen in 2026 zoveel burgers en militairen te beschermen hebben in het Midden-Oosten, vooral in de landen rond de Perzische Golf. Het antwoord is eenvoudig. De aardolie en het aardgas van het Midden-Oosten is van ons, niet van de bevolking die er boven woont. Ook de winsten zijn van het Westen, die ze wel delen met de stinkend rijke toplaag van de plaatselijke regimes.
Het toppunt van hypocrisie gaat naar onze Belgische minister van Defensie Theo Francken (N-VA). In hoeverre hij cavalier seul speelt met zijn openlijke steun aan de aanvalsoperaties van de VS en Israël is nog niet duidelijk, maar hij werd tot nu nog niet teruggefloten door zijn regeringspartners Vooruit en CD&V.
Francken verwijt iedereen die het niet met hem eens is een aanhanger van het regime in Teheran te zijn
Deze politicus verwijt iedereen die het niet met hem eens is een aanhanger van het regime in Teheran te zijn. Diezelfde man laat ondertussen een kabinetsmedewerker naar de Verenigde Arabische Emiraten reizen, die in een column in De Standaard de uitgebreid bewezen uitbuiting van gastarbeiders een “hardnekkig cliché” noemt. Hij looft deze landen voor hun ondernemersvriendelijke klimaat, zonder enige vorm van sociale bescherming, met een volledig verbod op vakbonden en waar 90 procent van al het werk wordt gedaan door migranten in rechteloze slavernij.
De aanslag op het Iraanse schip en de weigering om de drenkelingen te redden zal ooit lang na de feiten wel erkend worden in doorwrochte analyses. Degelijke media zouden dat vandaag al doen, wanneer het nog een impact kan hebben. Dat is niet het geval. Zo maken zij mee de volgende oorlogsmisdaden mogelijk.
In al deze ellende is er één lichtpunt. De Spaanse regering weigert elke medewerking en heeft de VS verboden gebruik te maken van de Spaanse legerbasissen voor tussenlandingen van VS-toestellen. Spanje is ook het enige EU-land dat weigert de 5 procent NAVO-bijdrage goed te keuren.