Het jaarverslag 2025 van de Staatsveiligheid bundelt reële dreigingen, maar vertrekt ook van ideologisch gekleurde definities van ‘veiligheid’. Wie leest, ziet: de dienst fungeert minder als democratisch controle-orgaan, en eerder als instrument van de machthebbers van het moment.
Sinds natiestaten bestaan, hebben ze diensten voor staatsveiligheid. Een dienst die waakt over de veiligheid van een land is immers noodzakelijk. Alle landen hebben er één, of zelfs meer: grootmachten zoals de VS, Rusland, China en India. De vraag is dus niet of zo’n dienst bestaansrecht heeft, maar of die dienst nuttig werk levert. Staatsveiligheid moet kritisch bekeken worden. Het komt steeds neer op dezelfde vraag: we hebben een controleur nodig, maar wie controleert de controleur, en hoe?
De Belgische staatsveiligheid – officiële naam Veiligheid van de Staat – Sûreté de l’état (VSSE) – werd opgericht in oktober 1830, nog voor de Belgische onafhankelijkheid was uitgeroepen. Ze moest toen zo snel mogelijk de Nederlandse veiligheidsdiensten vervangen die aan de deur waren gezet.
In het jaarverslag worden dreigingen opgesomd die je kan verwachten: Russische hybride spionage, Chinese economische druk met een politieke agenda, blijvende terreurdreiging van IS en Al Qaida, het Moslimbroederschap, links én rechts extremisme, en georganiseerde misdaad.
Het zijn herkenbare categorieën, maar precies daar begint de echte vraag: hoe worden die dreigingen gedefinieerd, gewogen en vertaald naar prioriteiten? Want zelfs als de vaststellingen nuchter lijken, zit de ideologische inkleuring vaak in de premissen.
‘Conflict’, geen genocide of bezetting
Hier is over elk woord nagedacht. Zo heeft Administrateur-generaal Francisca Bostyn het in haar voorwoord over “de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten” die “een voedingsbodem blijven voor radicalisering” en “de situatie in Gaza” die “actief wordt aangewend door terroristische organisaties in hun propaganda”.
Opvallend is ook wat níét gezegd wordt. De termen genocide, apartheid, bezetting en kolonisatie komen er nergens in voor. Daardoor blijven de diepere oorzaken van het ontstaan van terroristische organisaties in dit rapport grotendeels buiten beeld. Zo zal je hier niet lezen dat het voor de veiligheid van België misschien een idee zou zijn om niet langer te collaboreren met dat “conflict” in Gaza.
België heeft bovendien een bijzondere positie. Omdat het hoofdkwartier van de NAVO en de Europese Unie in Brussel zitten, krijgt de Belgische staatsveiligheid een extra-opdracht die andere NAVO- en EU-lidstaten niet hebben: Brussel is tegelijk werkplek en ontmoetingsplaats van internationale macht. Het zou echter naïef zijn te denken dat de veiligheidsdiensten van al die grootmachten hier niet hun eigen mensen ter plaatse hebben.
In dat kader stelt de VSSE dat het land bedreigd wordt door extremistische propaganda, intimidatie van tegenstanders en oproepen tot geweld — aan beide kanten van het extremistische spectrum. Met andere woorden: in de logica van dit rapport geldt extreem links in dezelfde mate als extreem rechts als een gevaar voor de veiligheid van het land (zie verder).
Geheimen, geheim voor wie?
De VSSE waakt ook over geclassificeerde informatie: informatie die de overheid om veiligheidsredenen geheim houdt. Dat een land bepaalde zaken geheim moet houden is evident. Maar ook hier duikt dezelfde vraag weer op: we hebben een controleur nodig, maar wie controleert de controleur? België heeft nog altijd een zeer restrictieve wetgeving over geheimhouding, strenger zelfs dan die in de VS.
De dienst beroept zich erop sinds oktober 2022 zijn historische archieven te declassificeren. Het is niet de verantwoordelijkheid van de VSSE dat het zo lang moet duren, maar het blijft schandalig dat dossiers over Belgische collaboratie, over de Duitse bezetting of over het verzet pas nu vrijkomen.
Vooral geheim voor eigen bevolking
Ook andere dossiers blijven grotendeels achter slot en grendel. Zo wordt in de zaak rond Patrice Lumumba nog altijd maar een beperkt deel van de archieven vrijgegeven. De Belgen mogen blijkbaar niet weten wat hun diplomaten in hun naam doen in andere landen.
Uit onderzoek en uit revelaties door klokkenluiders zoals Philip Agee en, recenter, WikiLeaks en Edward Snowden is bekend dat het overgrote deel van de informatie die door de staat geheim gehouden wordt, vooral geheim is voor de eigen bevolking. Slechts een klein deel van al die geheimen is terecht geheim – zoals telkens weer blijkt, tientallen jaren later, wanneer die informatie toch vrijkomt.
Zo is het nog steeds geheim of er nu al dan niet kernwapens in Kleine Brogel liggen. Daar is geen enkele democratische legitimering voor. Dat er mogelijk massavernietigingswapens liggen, is volgens de VSSE blijkbaar geen gevaar voor de veiligheid van het land. En dat de Belgische overheid geen enkele inspraak heeft over een eventuele inzet van die wapens, is evenmin een gevaar voor de veiligheid, volgens de VSSE.
Rusland!!!
Het rapport gaat uitgebreid in op de “hybride acties” van Rusland. Hoewel de drone-incidenten van de voorbije maanden uiteindelijk — meer dan waarschijnlijk — (gepushte) massahysterie bleken, waar de mainstream media netjes in meedraaiden, put dit verslag zich uit in een woordenbrij om niet te moeten toegeven dat het grotendeels gebakken lucht was.
De VSSE stelt daarbij ook niet de vraag waarom die zogenaamde incidenten even plots zijn gestopt als ze begonnen. “Of die al dan niet deel uitmaakten van een Russische hybride campagne, wordt nog volop onderzocht.” Al die twijfels mogen ons echter niet afleiden van de dreiging:
“Voorzichtigheid is geboden. Het kan verleidelijk zijn om achter elk rondvliegend object de hand van Rusland te zien. Maar dat is uitgerekend wat zij met hun hybride acties willen bereiken.”
Anders gezegd: dat Russische betrokkenheid niet bewezen kan worden, is volgens de VSSE net een aanwijzing dat ze betrokken zijn. Voor die onduidelijkheid bestaat een naam: plausible deniability. Dat is niet toevallig ook het credo van de grootste inlichtingendienst op aarde, de CIA.
Diplomatie, goed maar alleen als wij het doen
Rusland doet volgens de VSSE nog meer venijnige dingen. Zo zet het land “een mooi staaltje diplomatie” in “om het imago van Rusland op te poetsen”. Rusland doet dus wat elk land op aarde doet.
Ook China is een gevaar, want “we kunnen niet om de vaststelling heen dat het land steeds assertiever optreedt in zijn streven om op politiek en economisch vlak een wereldspeler te worden”.
Anders gezegd: wij verwijten China, 18 procent van de wereldbevolking, dat het doet wat wij in het zelfverklaarde vrije westen al twee eeuwen doen. China probeert zelfs via lobbywerk, inmenging en corruptie een rol voor zijn technologie te verzekeren. Opnieuw: zijn deze praktijken een alleenrecht van de VS en de EU?
En dan is er nog dit: “op basis van de Chinese nationale veiligheidswetgeving kunnen deze data verplicht gedeeld worden met de Chinese inlichtingendiensten”. Nogmaals, China doet hetzelfde als wij, met de VS als topspeler (zie nogmaals de revelaties van Edward Snowden).
Extreemlinks = extreemrechts?
Het rapport van de VSSE poogt de dreiging van extreemlinks op hetzelfde niveau te zetten als het extreemrechtse gevaar. Daarvoor haalt de dienst twee concrete elementen aan: de rellen tijdens de sociale betoging van 24 september 2025 en de acties van Code Rood.
Die acties werden het excuus voor de Vlaamse regering om de subsidies van zes organisaties in te trekken of te korten omdat ze dat geweld niet wilden afkeuren – een bewering waarvoor ze geen bewijs leverden. De Vlaamse regering vroeg daarover een advies aan de VSSE, maar die weigerde.
Opmerkelijk genoeg wordt Code Rood in dit jaarverslag niet eens vermeld als gewelddadige organisatie. Er wordt alleen vastgesteld dat “militante antifascisten” … “trachten sommige van deze groepen brede burgerlijke bewegingen als Code Rood en Stop Arming Israel te infiltreren”. Code Rood was volgens de VSSE in 2025 dus een “brede burgerlijke beweging”.
Verder schrijft de dienst: “In de praktijk houden de meeste links-extremisten zich evenwel voornamelijk bezig met het geweldloos verspreiden van hun boodschap en het organiseren van bijeenkomsten, filmvoorstellingen, lezingen en groepsgesprekken. Daarnaast organiseren ze demonstraties en betogingen of nemen ze daaraan deel.” Dit is een uitstekende omschrijving van wat democratie in de praktijk is.
Dit is een uitstekende omschrijving van wat democratie in de praktijk is
Maar niet volgens de VSSE, want meteen volgt: “Links-extremistische propaganda is er daarbij op gericht de legitimiteit van de democratische rechtsstaat te ondermijnen.” Tegelijk relativeert het verslag die dreiging ook weer: “De VSSE schat in dat op korte termijn de dreiging van een terreuraanslag vanuit het links-extremistische milieu onwaarschijnlijk is in België.”
Ook rechts-extremisme “tast op lange termijn het vertrouwen aan in de democratische instellingen en processen”. Meer informatie vind je daarover in het rapport, met ook aandacht voor “nihilistisch extremisme” en een “764-netwerk”.
Een aantal activiteiten en aanbevelingen van de VSSE zijn best nuttig, maar niet alles. Ten gronde doet de VSSE wat de machthebbers van het ogenblik willen dat ze doet: zorgen voor het status quo van het politieke en sociaaleconomische bestel. Wie dat bestel in vraag stelt, is per definitie een gevaar voor de veiligheid en de democratie – zelfs als die vraagsteller de regels van de democratie volgt.
Wie het hier niet mee eens is, beoefent volgens de VSSE niet zijn democratisch recht op vrije meningsuiting, maar “ondermijnt de legitimiteit van de democratische rechtsstaat”.
Deze analyse zal zonder twijfel grondig worden gelezen door een medewerker van de VSSE.