De sociale strijd van Wisconsin gaat ons allen aan

De sociale strijd van Wisconsin gaat ons allen aan

flickr.com/photos/drewmarkcreative

FacebooktwitterFacebooktwitter

In de VS ijvert een uiterst rechtse meerderheid voor de afschaffing van het recht op vereniging voor werknemers. Dit is een regelrechte aanval op de sociale verworvenheden van de 20ste eeuw. Dit gaat ons allen aan, meer nog dan wat op dit ogenblik in de Arabische landen gebeurt. Waarom dan is het huidige sociale verzet in de VS een non-item voor de grote media, vraagt Lode Vanoost zich af.

Op 25 maart 1911 kwamen in New York City 146 naaisters om in een brand op de 8ste, 9de en 10de verdieping van een gebouw in Greenwich Village. De meeste slachtoffers waren recente Joodse en Italiaanse immigranten, bijna allemaal meisjes tussen 16 en 23 jaar oud.

Er was geen alarmsignaal voorhanden. De trappen en de gewone uitgangen waren – zoals elke werkdag – gesloten, dit ‘om diefstal door de eigen werknemers te voorkomen’. De enige noodtrap bezweek onmiddellijk onder het gewicht van de eerste vluchtende personeelsleden. De 30 meter hoge metalen constructie was met amper een paar bouten aan de muur bevestigd.

Een aantal andere vrouwen kozen daarna de dood door naar beneden te springen liever dan levend te verbranden. Na de brand werden ook opeengehoopte lijken teruggevonden bovenop de lift beneden. Het incident leidde tot strengere wetgeving voor brandveiligheid én betere werkvoorwaarden. De vakbonden kwamen versterkt uit deze strijd en konden ook meerdere wetten afdwingen voor het recht op collectieve onderhandelingen.

Op 1 mei viert men in zowat alle landen ter wereld de Dag van de Arbeid, behalve in de VS, Canada en Zuid-Afrika. Nochtans kent 1 mei zijn oorsprong in de VS. Weinigen weten nog dat wij op 1 mei in feite de strijd sinds 1884 van de Amerikaanse Federation of Organized Trades and Labor Unions voor de achturen-werkdag herdenken. De gemiddelde werkdag was daar toen 12 uur. De beweging noemde zich de Mayday Movement naar hun eis dat die achturenwerkdag zou beginnen op 1 mei 1886.

De kern van die strijd lag in de staat Illinois en vooral in de grootste stad van die staat, Chicago. Op 1 mei 1886 hadden kleermakers, schoenmakers en magazijniers hun eis reeds in vervulling zien gaan. Op 3 mei 1886 werden vier betogers door de politie doodgeschoten. De volgende dag werd opgeroepen tot een massabetoging om de brutaliteit van de politie aan te klagen. Op het einde van deze betoging – die volledig vreedzaam was verlopen – werd in nooit opgehelderde omstandigheden een bom gegooid naar de toekijkende politie, waarbij één agent werd gedood en 70 andere werden gewond.

Acht van de meest radicale leiders van het sociaal verzet werden ter dood veroordeeld , hoewel geen enkel bewijs voor hun betrokkenheid bij de aanslag werd gegeven. Vier van hen werden op 11 november 1887 opgehangen, één van hen pleegde zelfmoord voor zijn executie. Na luid nationaal én internationaal protest werd hun proces herzien en de drie nog levende beschuldigden werden zes jaar later vrijgesproken.

De federale regering weigerde 1 mei als Dag van de Arbeid te erkennen en decreteerde de eerste maandag van september – een werkdag! – als alternatief. In de VS-media zal je op 1 mei géén woord horen over de eigen sociale geschiedenis …

In tegenstelling tot wat velen – ook heel progressieve syndicalisten – hier denken, was de sociale strijd in de VS niet alleen veel heftiger, ze was bovendien de sociale strijd in Europa tientallen jaren voor. Daar staat tegenover dat de repressie er ook veel erger was. Die repressie werd er bovendien ook niet onderbroken door twee oorlogen zoals in Europa. De Europese elite diende na WO I en vooral na WO II immers zware sociale toegevingen te doen om zich in stand te houden. Dat probleem had de economische elite in de VS niet.

Back to the future …

De sociale geschiedenis van de VS is actueler dan ooit. Op 14 december 2010 kwamen in Dacca, Bangladesh, 26 naaisters om in een brand op de 10de en 11de verdieping van het gebouw waar ze werkten, 36 andere werden zwaar gewond. Toen het aanwezige brandalarm afging was er oorspronkelijk geen paniek. Iedereen begon zich naar de aangeduide nooduitgangen te begeven.

De rook en de vlammen sloegen echter zo snel toe dat ze de nooduitgangen aan één kant van het gebouw niet konden bereiken. Paniek brak uit toen bleek dat de nooduitgangen aan de andere zijde van het gebouw gesloten waren.

De beelden van naar beneden springende naaisters en van hun stikkende collega’s achter de gesloten tralies van de nooduitgangen zijn aangrijpend. Helpers op de begane grond keken machteloos toe. Achteraf bleek dat de directie van het bedrijf die deuren steeds afsloot ‘om diefstal door de eigen werknemers te voorkomen’.

Getuigen verklaarden dat dit vooral gebeurde bij brandalarm omdat ‘de werknemers dikwijls het brandalarm provoceren om dan met gestolen kledij naar buiten te vluchten’ … Het brandalarm bleek inderdaad dikwijls af te gaan in de broeihete ateliers waar de onveilige machines continu draaiden tussen de opeengepakte balen stof met de naaisters er tussenin.

De directie betaalde de families van de overledenen 2080 dollar (1476 euro) schadevergoeding. In 1911 verdienden de Amerikaanse naaisters 0,14 dollar (0,099 euro) per uur, naar inflatie herrekend is dat vandaag 3,18 dollar (2,25 euro). De naaisters in Bangladesh verdienen vandaag 0,28 dollar (0,199 euro) per uur. Ze verdienen dus minder dan 10 procent van wat hun Amerikaanse collega’s in 1911 verdienden. De Amerikaanse naaisters werkten 14 uur per dag en hadden één dag vrij. De naaisters in Bangladesh werken 12 uur per dag, 7 dagen per week.

Na de brand in New York kwam er onder druk van de vakbonden een onderzoek en nieuwe sociale wetgeving. In Bangladesh stelde de eigenaar van het bedrijf dat de brand veroorzaakt werd door ‘sabotage van de werknemers’. Hij beweerde dat zonder de minste vorm van bewijs – en uiteraard ook zonder enige tegenspraak – in zijn eigen krant en op zijn eigen tv-station. Er kwam ook geen enkel onderzoek. In het betrokken atelier werd kinderkledij van het merk GAP gemaakt.

90 procent van alle kledij wereldwijd wordt vandaag in dergelijke ateliers vervaardigd. In Bangladesh werken meer dan 2,5 miljoen mensen in deze ‘sweatshops’, 80 procent daarvan zijn jonge vrouwen. In de weken voor de brand waren er nog vergeefse stakingen voor looneisen geweest. De eis van 0,35 dollar per uur – een loonsverhoging die de winstcijfers van de betrokken bedrijven nauwelijks zou beïnvloeden – werd niet ingewilligd.

Betogers werden zeer gewelddadig uit elkaar geslagen door de oproerpolitie. De spuitwagens van de politie gebruikten water met bleekmiddel zodat deelnemers aan de betogingen konden herkend worden voor arrestatie.

Er zijn geen ‘arbeiders’ meer …

De grote media, met de VS en de EU op kop, geven het westerse publiek de indruk dat de tijd van de ‘arbeiders’ voorbij is, dat vakbonden een ding van het verleden zijn, dat we in een diensteneconomie, een kenniseconomie leven. De waarheid is anders. Er zijn vandaag méér ‘arbeiders’ dan ooit tevoren sinds de industrialiseringsgolf van de 19de eeuw. Alleen zien wij die niet meer. Ze zijn versast naar Bangladesh en andere landen, waar multinationals, met het geschiedenisboek van de sociale revoluties in Europa en de VS bij de hand, hun best doen om de sociale opstanden daar in de kiem te smoren.

Ondertussen leven wij hier in een zelfgecreëerde illusie waar onze kledij, onze schoenen, onze computers, het speelgoed van onze kinderen, een groot deel van ons voedsel, van de bloemen die we voor moederdag kopen, onze meubels en onze benzine aan de pomp (!) zomaar miraculeus in onze glinsterende grootwarenhuizen verschijnen terwijl één van de grootste sociale verzetsbewegingen ooit ter wereld, van 2,5 miljoen Bangladeshi vrouwen, door de grote media niet wordt opgemerkt. Geen roep om interventie, geen roep om ‘responsibility to protect’ … dit gebeurt vandaag.

Fast forward naar Wisconsin

Zoals hierboven uitgelegd, was de vakbondsstrijd in de VS de ‘kameraden’ in Europa tientallen jaren voor zowel qua eisen als wat hun inzicht in de ware aard van het kapitalisme betrof. Zo groot was dat verzet dat de Amerikaanse regering zich verplicht zag tot de New Deal van de jaren ‘30. Dit sociaal akkoord wordt in de grote media en de klassieke geschiedschrijving voorgesteld als het resultaat van de visie van een groot staatsman, Franklin Delano Roosevelt. In werkelijkheid zag deze blanke supremacist en virulent tegenstander van vakbonden zich verplicht dit akkoord te sluiten omdat de economische elite rond hem de (volgens henzelf) ‘communistische’ overname van het hele industriële apparaat vreesde.

De New Deal bracht de werkende bevolking in de jaren ’30 in de VS meer rechten dan hun toenmalige collega’s in Europa. Ondermeer de sociale rechten van de openbare diensten werden toen grotendeels afgedwongen, waaronder ook het recht voor werkende mensen om zich voor hun sociale belangen te verenigen in vakbonden én het recht om hun eisen te laten verdedigen door diezelfde erkende vakbonden – het collectief sociaal overleg.

Na 1945 werden de meeste van die sociale rechten behouden, maar dit ging samen met een brutale repressie van de vakbonden. Diezelfde vakbonden werden ook van binnenuit weggeteerd door infiltratie van de maffia. Onderzoek in de jaren ’70 heeft aangetoond dat dit gebeurde met passief/actief medeweten van de FBI onder leiding van J. Edgar Hoover. Vijftig jaar ononderbroken koude-oorlogspropaganda deed de rest.

Vandaag bestaat collectief overleg in de VS voor de openbare diensten en voor de grote bedrijven. De meeste werknemers in de privé-sector werken echter in kleinere bedrijven, waar collectief overleg praktisch onbestaand is. De sociale afbraakpolitiek van de huidige regering Obama kent zijn oorsprong bij een andere Democraat Jimmy Carter, daarna met weliswaar meer élan voortgezet door de Republikein Ronald Reagan en zijn opvolgers. In feite komt dit beleid neer op een sluipende afschaffing van de New Deal van Roosevelt.

De recente verkiezing van Tea Party-kandidaten in de staatsparlementen heeft dit beleid in een stroomversnelling gebracht. De Republikeinse gouverneur van Wisconsin was de eerste om een wetsvoorstel in te dienen voor het verbod op sociaal collectief overleg. Dit voorstel werd voorgesteld als onderdeel van een besparingsplan. Nochtans hadden de vakbonden van de openbare diensten reeds volledig ingestemd met de door hem voorgestelde loonsverminderingen. Ze waren volledig verrast toen ze de artikels over het sociaal overleg in de tekst van het wetsvoorstel zagen staan.

Wisconsin is traditioneel altijd een sociaal actieve staat geweest. Naar Amerikaanse normen staan de vakbonden van de openbare diensten er relatief sterk – wat in vergelijking met Europa nog altijd redelijk zwak is. Toch aarzelde de leiding van de vakbonden om in actie te treden. De reactie kwam echter van de lagere kaders die er, tot hun eigen verbazing, in slaagden het Capitool (het regeringsgebouw) van Wisconsin in de hoofdstad Madison wekenlang te bezetten.

Op Fox News werd gemeld dat het voorstel van gouverneur Walker het verplicht lidmaatschap én het verplicht van het loon afgehouden lidgeld voor de vakbonden wilde afschaffen. Dat werd (en wordt nog steeds) voortdurend herhaald. De andere zenders deden niet veel beter. Daar was wel een fundamenteel probleem mee: verplicht lidmaatschap en verplicht lidgeld bestaan immers helemaal niet in Wisconsin (het is daar zelfs nooit een vakbondseis geweest). De VRT en de VTM herhaalden dat ‘argument’ in hun summiere berichten over het sociaal protest, dat ondertussen ook in Ohio, Illinois en andere industriële staten de kop opstak.

Ook andere staten volgen nu het voorbeeld van de gouverneur van Wisconsin. Dit is een mogelijk fatale laatste aanval op de sociale rechten van een bevolking die haar koopkracht sinds de jaren ’70 permanent heeft zien verminderen. Ondertussen krijgen de bijna failliete banken van Wall Street een enorme ‘New Deal’ aangeboden: belastingsgeld dat hen toestaat om de winsten ongehinderd uit te delen in bonussen aan hun bazen.

Dit gaat ook over ons

De ambtenaren in Wisconsin en Ohio hebben de strijd nog niet opgegeven. De antisociale wetten zijn echter gestemd. Voorlopig ziet het er dus naar uit dat de overheidsambtenaren daar het pleit verliezen. Tijdens hun revolte uitten Egyptische vakbondsleiders hun solidariteit met de collega’s in Wisconsin. Zij strijden immers om de rechten te bekomen die de Amerikaanse werknemers dreigen te verliezen. De exclusieve aandacht van de grote media voor Libië doet ons trouwens bijna vergeten dat de sociale strijd in Egypte en Tunesië nog onverminderd doorgaat.

De Europese vakbonden tonen ondertussen een ontstellend gebrek aan leiderschap en initiatief. Bij de recente betogingen in Brussel was er zero aandacht voor de strijd van de Arabische bevolking, evenmin voor de Amerikaanse ‘kameraden’. De analogie met de strijd hier en ginder is nochtans opvallend groot. Een argeloos toehoorder zou er haast door ontmoedigd geraken. De almacht van de massamedia en de grote bedrijven lijkt inderdaad onoverkomelijk.

Sociale strijd is ALTIJD zinvol

‘Er is over het algemeen een tendens om te denken dat wat we vandaag zien gebeuren zich zo zal verderzetten. We vergeten hoe dikwijls we werden verrast door de plotse ineenstorting van instellingen, door buitengewone veranderingen in de ideeën van de bevolking, door onverwachte uitbarstingen van rebellie tegen tirannieën, door de snelle ineenstorting van machtssystemen die onoverwinnelijk leken.’ (Howard Zinn, 2007)

Niets is zo verwoestend voor sociale vooruitgang als een passieve fatalistische bevolking die zijn eigen onderdrukking ‘aanvaardt’. De economische machthebbers zijn zich daar zeer van bewust en doen er dus alles aan om die bevolking passief en fatalistisch te houden. De grote media spenderen nauwelijks aandacht aan deze sociale strijd in de VS (en Bangladesh). De geschiedenis leert ons dat we ons daar niet bij neer hoeven te leggen.

Wat in de VS, in Bangladesh en in Egypte gebeurt gaat ons allen aan.

Het huidige economische systeem heeft niet het eeuwig leven. Niets doen biedt alleen de zekerheid dat niets zal veranderen, niets doen is eigenlijk instemmen. Iets doen, actie voeren, eender wat, hoe kleinschalig ook, schept kansen op verandering.

Laat ons dus een voorbeeld nemen aan de mensen in Madison, Wisconsin, in Egypte, in Tunesië, in Haïti en in Bangladesh die blijven doorgaan met hun strijd. Zij verdienen onze steun. Zij strijden immers ook voor het behoud van onze sociale rechten.

Meer info:

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.