Eric Hobsbawm: een groot historicus en denker gaat heen

Eric Hobsbawm (1917 - 2012)

Eric Hobsbawm (1917 - 2012)

FacebooktwitterFacebooktwitter

Eric Hobsbawm, één van de meest leidinggevende historici van de 20ste eeuw is op 1 oktober in Londen overleden op 95-jarige leeftijd. Zijn vierdelige geschiedenis van Europa, van de Franse Revolutie tot de val van de Sovjet-Unie, is een standaardwerk voor iedereen die de moderne Europese geschiedenis wil doorgronden. Hij was een briljant academicus die generaties historici heeft beïnvloed.

Een Engels sprekende Duitser

Hobsbawm werd geboren op 9 juni 1917 in het Egyptische Alexandria als zoon van het Duits-Joodse echtpaar Leopold en Nelly Obstbaum-Grün, maar leefde met hen vooral in Wenen en Berlijn. Zijn familienaam ‘Hobsbawm’ is het gevolg van de verkeerde spelling van de naam van zijn vader op zijn geboortecertificaat door een Egyptisch ambtenaar.

Hoewel ze zelf onder elkaar Duits spraken en in Duitstalige landen leefden, voedden zijn ouders hem en zijn zus op in het Engels. Nadat hij wees werd op 14-jarige leeftijd, leefde hij bij zijn nieuwe pleegouders in Berlijn tot 1933, het jaar waarin Hitler aan de macht kwam. Dat jaar emigreerde hij met zijn nieuwe familie naar Londen, waar hij de rest van zijn leven actief bleef.

Historicus van modern Europa

De New York Times noemde hem “de grootste Britse historicus van zijn tijdperk”

Als historicus onderscheidde hij drie kantelmomenten in de Europese geschiedenis: de Franse Revolutie, de Britse industriële revolutie en de Eerste Wereldoorlog.  Zijn vierdelige geschiedenis van Europa van de Franse Revolutie tot de val van de Sovjet-Unie wordt algemeen erkend als een standaardwerk voor iedereen die de moderne Europese geschiedenis wil doorgronden. De New York Times noemde hem “de grootste Britse historicus van zijn tijdperk”.

Overtuigd marxist

Hobsbawm is heel zijn leven een overtuigd marxist geweest en was lid van de Communist Party of Great Britain tot in 1991, het jaar dat de partij ophield te bestaan. Hij bleef ook heel zijn leven de Sovjet-Unie verdedigen. Tegelijk was hij ook één van de eersten om de misdaden aan te klagen van diezelfde Sovjet-Unie tijdens de invasie van Polen (1956) en van Hongarije (1956). Hij verdedigde ook de Praagse Lente (1968) in het toenmalige Tsjechoslowakije.

Hij was daarmee een controversieel figuur in linkse politieke middens, waar de pro’s en contra’s van deze opstanden tot zeer heftige discussies leidden, die dikwijls nieuwe breuklijnen werden. Hij was altijd zeer pessimistisch over de toekomst van links, maar bleef er wel altijd een trouw aanhanger van.

Met Neil Kinnock, de partijleider van Labour voor Tony Blair, had hij niet bepaald goede contacten. Toch bleek Kinnock regelmatig standpunten in te nemen, die door hem geïnspireerd hadden kunnen zijn. Aanvankelijk steunde hij ook de koers van New Labour onder Blair, maar later distantieerde hij zich van diens beleid.

Succesvol columnist

Naast zijn academische loopbaan was hij ook zeer actief als columnist. In één van zijn laatste columns in The Guardian schreef hij op 10 april 2009:

“De toekomst behoort, net als het heden en het verleden, aan gemengde economieën waarin publiek en privé op de een of andere manier met elkaar verweven zijn. Maar hoe? Dat is het probleem voor iedereen vandaag, maar vooral voor de mensen van de linkerzijde”.

“Een progressief beleid moet meer doen dan breken met de economische en morele waanbeelden van de voorbije 30 jaar. Het moet terugkeren naar de overtuiging dat economische groei en de welvaart die er uit voorkomt, geen doel op zich zijn maar een middel.  Het doel is wat het doet met de levens van de mensen, met de veranderingen en de hoop van de mensen.”

“Openbare beslissingen gericht op collective sociale verbeteringen waar iedereen bij wint. Dat is de basis van een progressief beleid – niet de maximalisering van economische groei en persoonlijke inkomsten”.

Recentste publicaties

Zijn laatste boek ging over de VS:  ‘On Empire. America, War and Global Supremacy‘ (2008). In 2011 verscheen ook nog  ‘How To Change The World. Tales of Marx and Marxism‘. Dit is echter geen nieuw werk maar een bundeling columns en essays, geschreven tussen 1956 en 2009.

Hobsbawm had ook als mens een rijke historische ervaring. Opgegroeid in Berlijn in de jaren ’30, toen de Sovjet-Unie amper twintig jaar bestond, en toen de VS in een economische crisis verzonken was die het voortbestaan zelf van het land onzeker maakte, leefde hij in Londen tijdens de tweede Wereldoorlog. Daarna maakte hij de Koude Oorlog mee van begin tot einde en nam hij nog steeds deel aan het debat toen de economische crisis van 2008 toesloeg.

Een grote denker

Hij had vooral de grote verdienste dat hij aanzette tot kritisch denken. Je hoefde het niet met hem eens te zijn om zijn werk te appreciëren. Met zijn heengaan verliest de wereld een van haar grootste denkers sinds de Tweede Wereldoorlog.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.