Voor de mensenrechten was 2019 een routineus jaar in Colombia

"Regering, leg rekenschap af" (erken je verantwoordelijkheid'). Foto: pares.com.co/

FacebooktwitterFacebooktwitter

Terwijl alle media-aandacht andermaal focuste op de recente gebeurtenissen in Venezuela bleven recente rapporten over de toestand van de mensenrechten in buurland Colombia volledig onder de mediaradar. Ook de reeds maandenlange protestacties van de bevolking blijven een non-item.

Standrechtelijke executies1 o.a. door onthoofding, folteringen, selectieve moordaanslagen of gedwongen inlijving in gewapende extreem-rechtse milities (die in Latijns-Amerika ‘paramilitaire organisaties’ worden genoemd) zijn al tientallen jaren routine in Colombia. Drugsmaffia zijn er geïnfiltreerd in politie en leger2. Paramilitaire organisaties worden betaald en ingezet door rijke grootgrondbezitters en multinationals die lokale boeren van hun landen verdrijven voor grootschalige exportlandbouw en mijnbouw.

Onbestaande rechtstaat

Gerechtelijke onderzoeken worden meestal niet eens gestart, en als ze al beginnen (bijvoorbeeld onder druk van een Colombiaanse of internationale campagne) leiden ze bijna steeds tot symbolische straffen of vrijspraak (meestal ‘bij gebrek aan bewijzen’), nadat getuigen onder druk worden gezet, afgedreigd of vermoord. Uitzonderlijk vallen er wel eens zwaardere straffen, waarbij alleen de fysieke daders worden geviseerd (steeds arme Colombianen die zich met grote sommen geld lieten omkopen) en de echte opdrachtgevers volledig de dans ontspringen.

Het officiële standpunt van de Colombiaanse regering is steeds weer hetzelfde. Zij poogt tussen de terroristische krachten van links en rechts stand te houden in zeer moeilijke omstandigheden. In werkelijkheid is het volledige politieke bestel, het gerecht en de overheidsinstellingen doordrongen van politieke en financiële corruptie. De enkele rechters en politie-inspecteurs die hun taak wel ernstig pogen te nemen riskeren voortdurend hun leven (en komen regelmatig om in aanslagen – of vluchten uiteindelijk naar het buitenland).

Er worden regelmatig cosmetische acties ingezet, zoals de huidige opperbevelhebber van het leger Nicasio Martínez reeds een jaar pretendeert te doen. Af en toe breekt er een corruptieschandaal in het leger uit, omdat de daders te openlijk hun corruptie tentoon spreiden of omdat ze tijdens hun illegale verrijking andere tenoren van de macht tegen de haren in strijken.

Leger en politie zijn bijzonder goed in concrete acties tegen de armere Colombianen, in de arme stadswijken, op het platteland, maar zo goed als volledig afwezig in de strijd tegen de leiders van de georganiseerde misdaad. Ze zijn daarenboven ook zeer goed georganiseerd op vlak van ’toevallige afwezigheid’. Telkens weer zijn in dit zo zwaar gemilitariseerde land het leger en de politie net niet in de buurt wanneer vakbondsleiders, journalisten, progressieve leerkrachten, verdedigers van de mensenrechten of leiders van inheemse volkeren worden afgemaakt.

Politiek verrot tot in de kern

Schattingen gaan ervan uit dat minstens één derde van alle verkozen volksvertegenwoordigers banden hebben met paramilitaire milities en/of betrokken zijn bij corruptiepraktijken. Verkiezingen verlopen in Colombia alleen in de grote steden min of meer correct. Op het platteland zit er echter geen maat op vervalsing van tellingen, hele dorpen worden omgekocht of onder druk gezet. Toch worden de Colombiaanse verkiezingen telkens weer vrij snel na het bekendmaken van de uitslagen internationaal erkend.

Daarnaast is er ook het probleem van de incompetentie van de politieke leiders. De vorige minister van Defensie Guillermo Botero is een groothandelaar die geen enkele basiskennis of inzicht over veiligheid bleek te hebben. Huidig minister van Defensie Carlos Trujillo is niet beter. Ministers zijn meestal zeer tevreden met hun ceremoniële rol, gebruiken hun functie voor persoonlijke verrijking en laten het beleid voor het overige volledig over aan de instellingen zelf.

Waarheidscommissie zonder tanden

Er worden onder internationale druk wel eens initiatieven genomen om het anders aan te pakken, maar verder dan lauwe pogingen komt het zo goed als nooit. Er bestaat een officiële Waarheidscommissie naar Zuid-Afrikaans en Guatemalteeks model die alle schendingen van de mensenrechten onderzoekt, ook die van leger en politie, maar haar aanbevelingen leiden zo goed als nooit tot concrete maatregelen door de regering.

Afro-Colombiaanse gemeenschappen zijn nog steeds slachtoffer van diepgeworteld koloniaal racisme in Colombia. Foto: comisiondelaverdad.co

Nationaal voorzitter van de Waarheidscommissie Francisco de Roux zag zich recent verplicht openlijk de lokale overheden aan te klagen voor doodsbedreigingen aan het adres van Leyner Palacio, technisch secretaris van de afdeling van de Waarheidscommissie in de deelstaat Chocó. Palacio, een overlevende van de slachtpartij van Bojayá in 20023, was een van de onderhandelaars met de guerrilla-organisatie FARC en ziet toe op de correcte bescherming van FARC-leden die zich terug in de maatschappij willen integreren.

De realiteit in Colombia blijft ondertussen gruwelijk. Volgens een onderzoek van de Fundación Paz y Reconciliación werden tussen 1 januari en 30 november 2019 10.468 mensen vermoord, een toename van 2,34 procent tegenover 2018 (met 10.229 geregistreerde moorden voor het volledige jaar). Volgens de organisatie Indepaz werden 230 leiders van sociale organisaties vermoord en de stichting Somos Defensores becijferde 120 moorden op verdedigers van de mensenrechten. Fernando Carillo, hoogste magistraat van het Colombiaans gerecht, spreekt van ‘systematische moordaanslagen op sociale leiders’.

Hoge moordcijfers zijn in Latijns-Amerika niet uitzonderlijk. Wat echter opvalt, is het hoge aantal moorden met een sociaal-politieke context. De meeste moordaanslagen doen zich voor in conflictzones waar economische belangengroepen hun dominantie pogen op te leggen.

Een eigen foto van Natalia en Rodrigo tijdens hun huwelijksreis

Een zaak die veel media-aandacht kreeg was de moord op het jonge echtpaar Natalia Jiménez en Rodrigo Monsalve die tijdens hun huwelijksreis van vlakbij werden doodgeschoten. De politie hield het onmiddellijk op een poging tot diefstal van hun auto. Dat geloven de Colombianen niet. Meer dan waarschijnlijk waren zij ongewilde getuigen die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats passeerden. De moord kreeg veel media-aandacht omdat ze gebeurde in een toeristisch gebied aan de kust van de Stille Oceaan, die als ‘zeer veilig’ werd beoordeeld door de overheid.

Volgens de Hoge Vertegenwoordiger voor de Mensenrechten van de VN in Colombia zijn de moordaanslagen en andere schendingen van de mensenrechten een rechtstreeks gevolg van de structurele afwezigheid van een functionerende rechtstaat in grote delen van het land.

Colombianen blijven zich verzetten tegen de staatsterreur

Ondanks deze enorme risico’s blijven Colombianen zich organiseren en nemen steeds weer nieuwe moedige leiders het voortouw. In heel Colombia worden al maandenlang stakingen, betogingen en acties georganiseerd als protest tegen het neoliberale beleid van de regering, tegen de repressie en de feitelijke staatsterreur van permanente angst voor het eigen leven die de Colombiaanse bevolking al tientallen jaren onderdrukt.

Deze recente protestbewegingen inspireren zich op de protestbewegingen in Honduras, Haïti, El Salvador, Chili, Ecuador en Brazilië. Net als in die andere landen is er voor dit sociaal verzet bijna geen enkele aandacht in de buitenlandse media in Europa en de VS.

De Joods-Britse schrijver en dichter Michael Rosen schaarde zich kort voor de verkiezingen in Groot-Brittannië achter Jeremy Corbyn met de volgende verklaring: “Wanneer je beweert anti-semitisme in Labour te bestrijden, maar niets zegt over het nog grotere anti-semitisme in de Conservatieve Partij, dan voer je geen strijd tegen antisemitisme maar tegen Labour.”

Een zelfde vaststelling kan worden geformuleerd over de manier waarop de grote internationale en Belgische media verontwaardigd de schendingen van de mensenrechten in Venezuela afkeuren (hoe reëel die ook mogen zijn) maar niets zeggen over Colombia: zo voer je geen strijd voor de mensenrechten maar tegen Venezuela.

Zo wordt het mogelijk dat Colombiaans president Ivan Duque in alle internationale media kan komen verklaren dat er dringend moet worden opgetreden tegen ‘het regime in Venezuela’, zonder dat diezelfde media enige kritische vragen stellen over de toestand in zijn eigen land.

Critici van deze selectieve verontwaardiging halen dikwijls het argument aan van ‘dubbelzinnige moraal’ of ’twee maten, twee gewichten’. Dat is niet zo. Er zit integendeel een zeer logische lijn in de manier waarop landen worden bekritiseerd door onze regeringen en media. Of ze democratisch zijn of niet is daarbij niet relevant. De determinerende factor en zeer consequent toegepaste filter is of ze onze ‘medestanders’ zijn of onze ’tegenstanders’.

 

Notes:

Ocho homicidios de líderes en una semana en el país, según Indepaz

Colombia cierra 2019 con más de 10 mil homicidios y 230 líderes de DDHH asesinados

Colombia’s Truth Commission Rejects Threats to Social Leaders

El baño de sangre de final de año en Colombia

1   Dit betekent de onmiddellijke executie na aanhouding van personen door officiële organen als politie en leger zonder enige vorm van proces. In sommige gevallen zijn dit executies door corrupte politie/militairen die eigen banden met bijvoorbeeld de drugsmaffia willen indekken door het elimineren van lastige getuigen (zoals in Mexico veel gebeurt). Meestal gaat het echter over een door de regering goedgekeurde praktijk, zonder dat officieel zo te verklaren , door duidelijk te maken dat het kan, bijvoorbeeld door geen enkele betrokken agent/soldaat te vervolgen (zoals in Colombia). Soms wordt het echter openlijk goedgekeurd door de regering (zoals nu in de Filipijnen).

2   De politie van Colombia is net als in de meeste andere Latijns-Amerikaanse landen een onderdeel van het leger naast land-, lucht- en zeemacht. Politieagenten zijn met andere woorden ook militairen. De vermelding ‘politie en leger’ wordt hier voor de duidelijkheid gebruikt, maar in feite is ‘leger’ als omschrijving voldoende.

3   Op 3 mei 2002 werden in het stadje Bojayá 119 burgers gedood tijdens een treffen tussen de linkse guerrilla FARC en extreem-rechtse gewapende milities. Zij hadden zich verschanst in een kerk die werd omsingeld door de milities. De FARC vuurden mortiergranaten af op hun posities van waaruit ze werden beschoten. Een zware gasgranaat viel door het dak en ontplofte tussen de mensen die rond het altaar schuilden. Het aantal dodelijke slachtoffers is 119, maar dit is slechts een schatting. De gewonden die later overleden werden niet meegerekend.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.