Pleidooi voor een samenleving waarin iedereen mag meedoen

Werken, werken, werken: depressie, burn-out... Foto: APStock/stanews.com

FacebooktwitterFacebooktwitter

Filosoof/bioloog Geerdt Magiels sprak met psychiater Bart Leroy over Werk/Gezondheid. We werken om te leven, niet omgekeerd. Zeggen we allemaal. In de praktijk gaat het meestal net andersom. Dit boek brengt mogelijke remedies voor werkstress, depressie, burn-out samen voor al wie er aan ‘werkt’: hulpverleners, artsen, werknemers en niet in het minst werkgevers, die hun verzorgende taak zelden goed inschatten (als ze al erkennen dat ze een dergelijke taak zouden hebben).

Het gezegde klinkt zo vanzelfsprekend: we werken om te leven, niet omgekeerd. Waarom loopt het in de praktijk dan volledig andersom? Nooit waren zoveel mensen tijdelijk of permanent ziek of ‘werkonbekwaam’ (een adjectief van kafkaiaanse proporties).

Waarom loopt het zo verkeerd? Waarom maakt werken zoveel mensen ziek? Ligt het aan onszelf als individu of aan de collega’s, de bazen, de familie, de vrienden, de buren? Is er niet eerder iets fundamenteel mis met ons maatschappelijk bestel?

Filosoof Geerdt Magiels sprak met psychiater Bart Leroy en schreef die gesprekken neer in Werk/Gezondheid – Een samenleving waarin iedereen mag meedoen.

Die ondertitel intrigeert. Hij drukt eerder een wens uit. Want, laten we een kat een kat noemen: vandaag leven we in een ‘samenleving waarin iedereen moet meedoen’.

In een lang eerste deel overloopt Magiels de problematiek, te beginnen met wat geschiedenis over ‘werken’. Ooit was er een tijd dat werk en vrije tijd onbestaande begrippen waren.

Het leven liet een dergelijke indeling voor de meesten trouwens niet toe. Eeuwenlang was er zelfs een leidende klasse voor wie werken – in de zin van fysieke arbeid – zelfs volledig taboe was, daar hadden ze hun tot slaaf gemaakten en lijfeigenen voor.

Eeuwenlang leefden mensen van de verdiensten van de dingen die ze maakten of kweekten, ze leefden letterlijk van de producten van hun eigen arbeid. In de plaats kwam loonarbeid.

Twee eeuwen sociale strijd heeft de feodaliteit verslagen en loonarbeid leefbaar gemaakt. Sommige dingen veranderen echter niet. Werk – wat er mee bedoeld wordt – is nog altijd een kwestie van in welke werkende klasse je zit.

Leefbaar werk?

Een CEO die van vergadering naar conferentie naar receptie host, zijn tijdsindeling volledig zelf beheert, terwijl zijn chauffeur netjes wacht, vindt dat hij (nog altijd meestal ‘hij’) hard ‘werkt’, niet naar zijn uren kijkt en al zeker niet naar zijn loon.

Kasseileggers, vuilnisophalers, verplegend personeel, zorgverstrekkers, kuispersoneel staan wél op het respecteren van hun uren en kijken wel naar hun maandelijks loonbriefje. Je kan zelf wel raden wie ‘s avonds uitgeput in de zetel ploft en het meest aan werkstress onderhevig is, waar de burn-outs en het ziekteverzuim vallen. Bij zij die écht werken.

Leefbaar werk? Nooit eerder genoten we van zoveel sociale bescherming, nooit eerder werden werkomstandigheden en verloning zo degelijk geregeld. En toch lopen we er ongelukkig bij. Bovendien laten we het maar gebeuren hoe postfeodale krachten – de hedendaagse term is neoliberalisme – zowat al die ooit hard bevochte onderdelen van onze sociale welvaartsstaat uithollen en ondergraven, stap voor stap, beetje bij beetje.

Deels hebben we het aan onszelf te danken. Wie ‘werkt’ heeft immers status, wie niet ‘werkt’ wordt gestigmatiseerd. Correctie, wie niet ‘werkt voor een loon’ wordt geminacht, want huishouden, vrijwilligerswerk of mantelzorg is niet ‘werken’, ook al vallen zij die het doen elke dag om van vermoeidheid.

En werklozen, die hebben het toch vooral aan zichzelf te danken. Toch? Vreemd, hoe zovelen die de ratrace niet meer aankunnen, toch blijven geloven dat het aan henzelf ligt (en aan die luieriken die niet willen werken) en niet aan de ratrace.

Mo, Karel, Sonja, Kevin, Els, Ludo, Marcel … vertellen tussendoor hun persoonlijke verhaal. Die zijn soms zeer schrijnend. Je wil tussenbeide komen om zoveel onbegrip, zoveel verkeerde aanpak recht te zetten. Soms komt het toch terug goed, maar niet altijd.

Thuis of op ‘het werk’, de problemen blijven dezelfde. Foto: Microbiz Mag/CC BY-SA 2:0

Tijdens de pandemie kreeg al wie een of andere vorm van fysiek werk verricht plots heel veel waardering. We konden er niet naast kijken. Wie deed de economie echt draaien? Appreciatie genoeg, zolang het maar niet over beter loon en betere werkomstandigheden gaat.

De pandemie is voorbij maar de sociale onvrede is onverminderd. Thuiswerken heeft de problemen van burn-out en depressies niet opgelost, integendeel, in meerdere gevallen is het nog erger dan voorheen.

Magiels gaat dieper in op wat stress, burn-out, depressie is. Er bestaan nog altijd veel misverstanden over. De termen hebben zelfs een verschillend ‘prestige’, u leest dat goed. Een burn-out krijg je omdat je je hebt ingezet, depressie is eerder iets voor huisvrouwen en werklozen die thuis zaten te niksen … tja.

“Zeggen dat je een burn-out hebt, heeft soms bijna iets heroïsch. Dan heb je te hard gewerkt”. Het is een onfraaie uitwas van het statussymbool dat ‘werken’ nog steeds is.

In de 21ste eeuw zijn het overigens nog altijd vrouwen die werk combineren met het huishouden, dat dikwijls naast het eigen gezin ook mantelzorg voor een zieke of demente ouder omvat. Ze geven ook sneller hun baan op of gaan deeltijds werken.

En om het allemaal nog erger te maken, de nog altijd te zeldzame mannen die er wel tegenin gaan krijgen kritiek en misprijzen van hun bazen én van collega’s. Hun aanvragen voor ouderschapsverlof worden dikwijls botweg geweigerd …

(Ik moet vaststellen dat het veertig jaar na onze eigen ervaringen niet anders is en dat de druk om als man toch te blijven ‘presteren’ zelfs nog groter is geworden. Mijn vrouw koos voor de kinderen met jaren onbetaald verlof en betaalt nu de rekening met een klein pensioen, drie maal kleiner dan het mijne, terwijl ze evenveel jaren echt gewerkt heeft).

Ook werkgevers hebben een taak

Nog iets dat door werkgevers niet bepaald wordt erkend: problemen op het werk kunnen wel degelijk psychische gevolgen hebben. En psychische problemen leiden wel degelijk tot fysieke klachten. En omgekeerd. Lichaam en geest zijn één geheel (‘individu’ betekent letterlijk ‘ondeelbaar’).

Stress, paniek. Cartoon: Free Clip Art

Wie al eens ziek was of ‘werkonbekwaam’ voor een langere periode weet het al. De papiermolen van de Belgische en Vlaamse administratie is eindeloos, attesten, aanvragen, bewijzen … dat alles met formulieren geschreven in een administratief jargon dat gewoon onleesbaar is.

De wetgeving is een typisch Belgisch slordig bouwwerk met bijgebouwtjes, annexen, tussenschotten, achterkeukens, stoffige dossierkasten, chaotisch, onoverzichtelijk. Dat is historisch zo gegroeid en is dringend aan een degelijke renovatie en herindeling toe (en dat is niet per sé het regionale niveau).

Onze geneeskunde kan veel, weet veel, maar niet alles. De medische sector hoort het niet graag, maar er is nog veel dat we niet begrijpen. Pijn, hoofdpijn, dikwijls weet men het antwoord gewoon niet. Dat erkennen en openlijk toegeven hoort echter niet en maakt zo de problemen soms nog erger. De indeling van de mens in organen die als los van elkaar staande onderdelen kunnen behandeld worden, het is nog steeds de medische norm.

Dokters die wat doordenken zien ook wel dat er een dieperliggende oorzaak is voor al het leed dat ze te zien krijgen: ons maatschappelijk bestel, dit economisch systeem, deze ratrace. Daar voelen ze zich machteloos tegen. Het is voor hen dweilen met de kraan open.

In onze diverse maatschappij staat zorg bovendien nog voor een ander probleem. Normen en maatstaven voor psychisch welzijn zijn gemaakt op maat van de witte middenklasse, op mensen met een WEIRD achtergrond: western, educated, industrialised, rich, democraticWeird, inderdaad.

Havenarbeiders en kuispersoneel hebben niet dezelfde woordenschat als de weird-people om zich uit te drukken. En niet iedere cultuur leent zich zomaar tot open praten met zorgverstrekkers. Dat vergt inzicht van de zorgverstrekkers.

Vlamingen hebben zelf nog heel wat te leren. We horen het niet graag, maar we zijn nog altijd introverte binnenvetters die de problemen blijven ontkennen, negeren, verzwijgen. Niet goed voor ons psychisch welzijn.

Werken, onderdeel van de therapie

Nog iets dat niet voldoende wordt erkend. Wie terug gaat werken hoort helemaal genezen te zijn, terwijl terug (deeltijds) gaan werken net een deel is van een therapie. Het houvast van een dagstructuur, de terugkeer naar wat een mens sociale status geeft, is deel van de oplossing.

Tussendoor ook wat goede raad in dit boek voor de collega’s, de vrienden, de familie. Hoe praat je met je ‘genezen’ collega? Dikwijls goed bedoeld, dikwijls ook verkeerd. Gezond verstand kan nochtans veel helpen.

Een heel wat kortere tweede deel kan je lezen als een handleiding voor zorgverstrekkers en hun patiënten: rechten en plichten, regels, taken van de werkgever, het verschil tussen de arbeidsarts, de adviserende arts en de controlearts – en dan is er nog de deskundige arts bij de arbeidsrechtbank, de procedures voor re-integratie en een lijst van nuttige organisaties.

Slachtoffers van de ratrace kunnen eerder terecht bij boeken van mensen met ‘praktijkervaring’, in mensentaal: zij die het zelf hebben meegemaakt en hopen met hun verhaal anderen te helpen. Dit boek is vooral bedoeld voor zorgverstrekkers. Het biedt een algemeen overzicht. Een index van termen, organisaties en procedures was zeker nuttig geweest.

Een punt van kritiek: er staat vooraan een lijst van afkortingen. Zeker nuttig, maar onvoldoende. Een afkorting een eerste maal toelichten en daarna alleen de afkorting gebruiken in de tekst kan best in een artikel, maar in een boek van 251 pagina’s werkt dat niet. Auteurs, deskundigen, experten gaan er al te vanzelfsprekend van uit dat ‘iedereen’ de afkortingen wel kent. Neen. Het blijft wel degelijk nodig in een boek dat uitleg wil verschaffen om al die diensten, instellingen, activiteiten, begrippen steeds voluit te schrijven.

 

Geerdt Magiels (in dialoog met Bart Leroy). Werk/Gezondheid – Een samenleving waarin iedereen mag meedoen. Mammoet, Antwerpen, 2023, 251 pp. ISBN 978 9462 6744 93 (verdeling door EPO, Antwerpen)

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.