Al wie het niet met N-VA-Halle eens is verspreidt ‘onzin’

Folder N-VA Halle

FacebooktwitterFacebooktwitter

Als kersvers inwoner van Halle sinds 14 april krijg ik nu ook de pamfletjes van de lokale politieke partijen in de bus. Eerste in de rij, net voor de zomervakantie, is een folder van N-VA-Halle, de partij die deze legislatuur samen met de CD&V het bestuurscollege uitmaakt onder leiding van burgemeester Eva Demesmaeker. Dit is mijn mening over dit pamflet, of in de woorden van N-VA-Halle: mijn ‘onzin’.

In een zomerpamflet geeft de N-VA-Halle uitleg over genomen en geplande beslissingen. Daarin lees ik een selectieve weergave van de feiten, zoals elke politieke partij dat doet. Op zich niets uitzonderlijks.

Eerlijker parkeren, meer camera’s

Parkeren met de eigen wagen wordt “eenvoudiger, duidelijker en eerlijker’” vanaf 1 januari 2027. Er komt een betalende zone met vast tarief van €1 per uur, maximum van €9 per dag. Betekent dit een afschaffing van het parkeren met apps als EasyPark, 4411 en andere?  Die zijn immers goedkoper. Blijft een onbeantwoorde vraag.

Er komen 29 nieuwe camera’s en meer blauw in de straten van Halle.  Logische beslissing voor een partij die veiligheid alleen in repressieve termen ziet. “Camera’s lossen niet alle problemen op, maar ze versterken de slagkracht van de politie, werken ontradend en verkleinen de kans dat de daders er mee wegkomen.” 

Klopt, behalve dat laatste, zoals het pamflet zelf zegt, ‘ontrading’ betekent in de bewezen praktijk immers gewoon ‘verplaatsing’. Natuurlijk moet je repressief optreden tegen daders, maar wie alleen dat doet en niets doet aan de diepere maatschappelijke oorzaken van onveiligheid (en ze zelfs niet erkent), dweilt met de kraan open. 

Minder sociale woningen

De Vlaamse regering waarin de N-VA als grootste partij de leiding heeft met minister-president Matthias Diependaele, legt Halle 564 nieuwe sociale woningen op tegen 2042, over een periode van 16 jaar.  Die verplichting geldt dus voor drie opeenvolgende gemeentesturen vanaf het huidige.

“Zoveel extra woningen leggen een grote druk op onze stad. Niet alleen op de schaarse open ruimte, maar ook op de kinderopvang, het onderwijs, de mobiliteit… Het aantal (564) is echter niet alleen gebaseerd op de Halse bevolkingsgroei, maar ook op de Brusselse expansie.” 

Het sociaal woonbeleid van de Vlaamse regering houdt echter niet alleen rekening met de bevolkingsgroei in elke gemeente afzonderlijk, ze houdt ook rekening met de wijdere omgeving. In het geval van Halle is dat inderdaad Brussel, dat nu een heel zware last draagt voor de opvang van arme bewoners die zich geen eigen gezonde woning kunnen veroorloven.

De open ruimte van Halle moet bewaard blijven, in de eerste plaats tegen zijn grootste bedreiging: verdere bouw van privéwoningen. 

Verder is dit een vreemde redenering van een partij die overal waar ze gemeentes bestuurt zwaar inzet op maximale bouw van privéwoningen, met minder restricties voor bouwvergunningen. Halle is een gemeente met nog heel wat open ruimte, met het naar de stad genaamde Hallerbos als absolute topper, een unicum in Vlaanderen. Die open ruimte moet bewaard blijven, in de eerste plaats tegen zijn grootste bedreiging: verdere bouw van privéwoningen. 

De nieuwe bewoners van Halse privéwoningen (waaronder uw dienaar) zetten evengoed druk op de kinderopvang, het onderwijs, de mobiliteit als bewoners van sociale woningen. Bovendien, sociale woningen zijn net een ideaal middel om kansarme gezinnen op te tillen naar de door de N-VA gegeerde middenklasse. 

“Alle ruimte inzetten voor sociaal wonen is ongewenst, het zal de middenklasse uit Halle wegjagen”. Er is niemand die stelt dat “alle ruimte” naar sociaal wonen zou moeten gaan, bovendien trekken sociale woningen op termijn het aantal middenklassers op. En bewoners van sociale woningen gaan net zo goed als bewoners van privéwoningen naar de lokale winkels, zenden hun kinderen naar dezelfde scholen, plaatsen ze in dezelfde kinderopvang.  

Samenwerking met de privésector voor de bouw van sociale woningen heeft al voldoende bewezen dat het beweerde sociale voordeel niet werkt. Dat is ook normaal. De privésector wil winst maken, daar is op zich niets mis mee. De bouwsector heeft geen sociale taak, laat staan dat het een prioriteit zou zijn.

Wat verder “een gezonde mix tussen sterke en minder sterke profielen” kan betekenen is vaag en vrijblijvend. Afgaande op de prestaties van de N-VA in gemeentes waar ze al langer besturen mag worden gesteld dat de partij een hevige tegenstander is van het principe zelf dat de overheid een sociale rol te spelen zou hebben in de woonsector. Eerder dan daar eerlijk voor uit te komen blijft N-VA-Halle hier vaag over.

Voor bepaalde zaken evolueert de N-VA wel degelijk in de goede richting. Als 70-plusser kan ik me goed herinneren dat ideeën als grasbetontegels, buffervijvers en dergelijke ‘onzin’ werden weggelachen door N-VA-tenoren (net als zowat alle toenmalige politiek partijen). Dat is niet langer zo, zie onder meer de aanpak van Parking Kruisveld. Dit project zal de kansen op wateroverlast verminderen.

Dezelfde bemerking over de houthakseldam aan het Keldergat en de erosiepoel aan het Dassenveld. Vroeger werden dergelijke ideeën niet alleen maar geweigerd, ze werden belachelijk gemaakt. Het kan nu dus wel, mét de N-VA. Goed. Idem met de nieuwe bloemenmanden in het centrum. “Zo kan Halle opnieuw bloeien”.

Andere meningen dan de onze zijn ‘onzin’

Afsluiter van het pamflet is een pagina over de pensioenhervorming. Burgemeester Demesmaeker is ook lid van de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers, waar ze zich volledig achter dit federaal regeringsbeleid schaart.

Volgens haar wordt er “veel onzin verspreid over de pensioenhervorming. Door vakbonden, door oppositiepartijen en door media.”  De meningen van anderen ‘onzin’ noemen, dat doen andere partijen ook, maar erg respectvol is het niet in een democratisch bestel van vrijheid van meningsuiting.

De mening van Demesmaeker over de vakbonden is bekend (zie “Elke werkloze is een inkomstenstroom”). Daarin stelt ze dat werklozensteun een bron van inkomsten is voor de vakbonden, die daardoor niet geneigd zouden zijn om de werkloosheid naar omlaag te krijgen.

Daarbij gaat ze voorbij aan het feit dat de overheidssubsidie die de vakbonden daarvoor krijgen lager is dan de kostprijs. Ze vergeet daarbij tevens dat werkende leden meer bijdragen aan hun vakbond dan werklozen.  Haar mening over de rol van vakbonden in de civiele maatschappij toont ze tevens door vakbondsactiviteiten te verbieden in de gemeentelijke infrastructuur. Dit terzijde.

Zeg pensioenhervorming, zeg niet pensioeninlevering

Net als andere partijen is de N-VA zeer bewust in zijn woordkeuze. Het begint al met de term zelf: pensioenhervorming. Klinkt neutraal en efficiënt, suggereert verbetering. In werkelijkheid gaat het volledig over vermindering van pensioenrechten

“Vanaf 61 jaar kunt u vervroegd stoppen na een loopbaan van 43 jaar.” Een eenvoudige rekensom: 61 – 43 =  18. Wie gaat werken vanaf 18 jaar? Dat zijn jonge mensen met een beroeps- of technische opleiding, net mensen die veelal fysiek (en zeer nuttig!) werk doen, zoals de vuilkar, straatvegers, loodgieters, schrijnwerkers, bouwvakkers, wegenwerkers, buschauffeurs, ambulanciers, pompiers. Niet bepaald mensen met de hoogste lonen, laat staan pensioenen. 

Bovendien hebben deze mensen veel meer fysieke ouderdomsproblemen door de aard van hun werk, meer zorgkosten en lagere levensverwachtingen. Het vervroegd pensioen blijft dus inderdaad bestaan… voor mensen met kleinere pensioenen en minder kans op nog enkele gezonde jaren tijdens hun pensioen. 

De hervorming houdt rekening met halftijds werken, met ziekte- en zorgverloven, want “die tellen daarbij mee als gewerkte dagen”. Wat het pamflet niet zegt is dat dit wijzigingen zijn van oorspronkelijke voorstellen waarop de N-VA heeft toegegeven onder druk van de sociale acties, georganiseerd door die vermaledijde vakbonden. 

Net zo met zorgverlof, moederschapsverlof, ziekte, tijdelijke werkloosheid en halftijdse periodes die vrouwen in het bijzonder hard treffen bij hun pensioenberekening. Ook hier had de N-VA eerst niet voorzien om daar rekening mee te houden. De partij heeft daar op toegegeven onder druk van diezelfde sociale acties.

De pensioenleeftijd gaat wel degelijk omhoog

Volgens het pamflet gaat de pensioenleeftijd niet omhoog. Vreemde stelling die in de eerste zin eronder reeds wordt tegengesproken. “De Wettelijke pensioenleeftijd blijft 66 jaar (en 67 jaar vanaf 2030).” Dit is dus wel een verhoging van de pensioenleeftijd.

Inderdaad, de pensioenleeftijd gaat omhoog van 65 naar 66 en 67 jaar. Er verandert alleen niets als je 2014 als begindatum neemt. De N-VA besliste in december 2014 mee de verhoging van de pensioenleeftijd met twee jaar samen met de Franstalige liberale partij MR, Open VLD (nu Anders), CD&V, de Franstalige christendemocraten cdH (nu Les Engagés). 

“De verhoging van de pensioenleeftijd die wij in 2014 mee hebben beslist van 65 naar 67 jaar blijft behouden”.

Geen enkele van deze partijen had in zijn programma voor de parlementaire verkiezingen van 25 mei 2014 enig standpunt over een verhoging van de pensioenleeftijd, noch de N-VA, noch de liberalen, noch de christendemocraten. Toch was dat een van de eerste beslissingen van de federale regering Charles Michel mét de N-VA. Een eerlijke titel zou dus kunnen zijn: “De verhoging van de pensioenleeftijd die wij in 2014 mee hebben beslist van 65 naar 67 jaar blijft behouden”.

Er verandert wel iets “voor de meeste mensen”

Het laatste woord gaat naar de stelling dat er “voor de meeste mensen” niets zou veranderen, waarna een korte uitleg volgt die dat volledig tegenspreekt, want er verandert wel veel voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen (zijn dit niet “de meeste mensen”?).

“Ambtenaren hebben gemiddeld een veel hoger pensioen en ze moesten daar minder lang voor werken.” Dat klopt. Daar zijn historisch belangrijke verklaringen voor. Wat er niet bij wordt vermeld is dat dit “hoger pensioen” net als de lagere pensioenleeftijd een compensatie was voor de lagere lonen die de overheid bood (en nog steeds biedt) en dat die ambtenaren heel hun loopbaan maandelijks ook veel hogere pensioenbedragen afdroegen dan zelfstandigen.

Je kan ook stellen dat ambtenaren een goed pensioen en een redelijke pensioenleeftijd hebben en dat ook zelfstandigen dat verdienen

Na de Tweede Wereldoorlog kozen de organisaties van zelfstandigen om niet in het stelsel van het overheidspensioen te stappen. Daar waren toen acceptabele redenen voor: meer directe inkomsten en de vrije keuze om zelf te sparen voor een oude dag. Die situatie is 70 jaar later inderdaad scheef gegroeid. Je kan echter stellen dat ambtenaren een goed pensioen en een redelijke pensioenleeftijd hebben en dat ook zelfstandigen dat verdienen. 

Wat de N-VA (samen met liberalen en christendemocraten) beslisten was echter die historische ongelijkheid weg te werken naar omlaag. Ze kozen niet voor betere pensioenen voor zelfstandigen maar voor een verlaging van de pensioenen van ambtenaren naar het lagere pensioen van zelfstandigen.  Dat heeft nu reeds zware gevolgen. Minder en minder mensen zijn nog bereid voor de overheid te gaan werken, wat vooral in het onderwijs tot de bekende existentiële crisis leidt.

Met lagere pensioenen ga je de problemen van vergrijzing nog verergeren. En laat het nu net de middenklasse zijn die daar de grootste rekening voor gaat betalen

Ongelijkheid wegwerken door de pensioenen voor iedereen te verlagen en de pensioenleeftijd voor iedereen te verhogen is een ideologische keuze, geen financiële noodzaak. Dat is perfect haalbaar, bijvoorbeeld met een fiscale hervorming (!) die rijken en grote bedrijven verplicht fair bij te dragen voor de taken van de overheid, waar zij evengoed van genieten. Geen optie voor de N-VA.

Wat doen gepensioneerden met hun pensioen?

Laat ik afsluiten met een vanzelfsprekendheid die te weinig aan bod komt. Gepensioneerden besteden hun maandelijks pensioen aan consumptie, aan vakantie, aan restaurant, aan sociale activiteiten. Ze betalen daar belastingen op. Het is met andere woorden geld dat bijna volledig terug in de economie gaat. Zelfs de groei van de leeftijdsgebonden gezondheidszorg is goed voor de economie. De zorgsector is een van de grootste werkgevers van het land. 

Niemand ontkent de problemen van de vergrijzing. Met lagere pensioenen ga je die problemen echter nog verergeren. En laat het nu net de middenklasse zijn die daar de grootste rekening voor gaat betalen.

 

Lees ook Halle, stad mijner (trein)dromen, ode aan het openbaar vervoer 

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *