Franse documentaire belicht extreem-rechtse onderbuik van revolutie Oekraïne

Een gewonde soldaat van het Oekraïense leger (thepeoplesvoice.org)

Een gewonde soldaat van het Oekraïense leger (thepeoplesvoice.org)

FacebooktwitterFacebooktwitter

De Oekraïense regering heeft gepoogd een uitzending op 2 februari 2016 door de zender Canal+ tegen te houden van de documentaire ‘Ukraine: Les Masques de la révolution’. Daarin komt journalist Paul Moreira terug op een aantal volgens hem onderbelichte aspecten van de Oekraïense revolutie van 2014, zoals de slachting van Odessa op 2 mei 2014.

Frans journalist Paul Moreira keerde voor de zender Canal+ terug naar Oekraïne, waar hij twee jaar eerder reeds was geweest en maakte er de documentaire ‘Ukraine: les masques de la révolution’ (zie trailer en de documentaire onder dit artikel). De Oekraïense regering heeft gepoogd zijn documentaire tegen te houden.

Kort: wat voorafging

Eind 2013 liet Oekraïens president Viktor Janoekovitsj weten dat hij een economisch samenwerkingsakkoord met de EU niet zou ondertekenen. Daar had zijn regering nochtans drie jaar lang over onderhandeld met de Europese Commissie, sinds hij verkozen was als president – met goedkeuring van de EU die hem toen feliciteerde met zijn verkiezing. Het akkoord was rond en behoefde enkel nog zijn formele ondertekening. Meer dan waarschijnlijk weigerde hij onder zware Russische druk.

Janoekovitsj’ bestuur werd – net als dat van al zijn voorgangers sinds de ontbinding van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van 1991 – gekenmerkt door openlijk nepotisme, onbeschaamd cliëntelisme, bruut machtsmisbruik en vooral corruptie, enorme corruptie. Zijn beslissing om geen overeenkomst met de EU te sluiten bleek de druppel teveel voor de bevolking in het hele land, vooral in het armere, agrarische westen. De mensen daar werden altijd maar armer en zagen in een economische toenadering tot de EU een mogelijke uitweg uit de impasse.

In het oosten en zuiden van Oekraïne, de etnisch Russische machtsbasis van Janoekovitsj, bleef men de president steunen, maar in de rest van het land braken spontane volksprotesten uit. Die werden zeer hardhandig onderdrukt. Achter die volksprotesten zagen een aantal bewegingen met andere doelstellingen hun kans (met ruime Europese maar vooral Amerikaanse steun).

Extreem-rechts heeft in het etnisch Oekraïense westen van Oekraïne altijd een numeriek kleine maar zeer stevige en goed georganiseerde basis gehad. Die groeperingen hebben het spontane volksverzet tegen het corrupte regime snel overgenomen. Heel wat EU-politici steunden dat gewapend verzet openlijk en verkozen het fascistoïde karakter ervan te negeren.

Een en ander leidde tot de val van Janoekovitsj en de verkiezing van Poroshenko, die in het etnisch Russische deel van Oekraïne nooit erkend werd. Volksprotesten in die etnisch Russische regio’s werden vervolgens zwaar onderdrukt door het nieuwe bestuur.

Rechts-extremistische milities gingen er amok maken. In de stad Odessa aan de Zwarte Zee werd op 2 mei 2014 een slachting aangericht door extreem-rechtse milities, die onbestraft bleef. Dat leidde tot de eerste vormen van gewapend verzet. Die nam vrij snel uitbreiding en werd overgenomen door Russisch-nationalistische extremisten uit Oekraïne zelf, met ondersteuning van extremisten uit naburig Rusland. Zij moeten qua fanatisme niet onderdoen voor hun evenknieën aan de overkant. Het schiereiland van de Krim, dat in Oekraïne al een afzonderlijk statuut met eigen parlement en regering had, scheurde zich af en werd Russisch grondgebied. Het oosten rond de stad Donetsk is de facto al bijna twee jaar afgescheurd van het centrale gezag in de hoofdstad Kiev.

Dit is een zeer summiere samenvatting (voor meer achtergrond, zie ons Dossier Oekraïne). Het komt er op neer dat de Oekraïense bevolking verder weg is dan ooit van de doelstellingen waar de eerste vreedzame protesten om begonnen waren.

Een door en door corrupt en misdadig pro-Russisch regime werd vervangen door al even corrupt en misdadig pro-Europees regime. Oligarchen die amper enkele weken eerder nog Janoekovisj steunden veranderen zonder probleem van kant.

Keiharde besparingen breken voor het ogenblik de laatste vormen van sociale bescherming af en maken de Oekraïense grondstoffen en landbouwgronden vrij beschikbaar voor buitenlandse multinationals. Je hoort er tussen de Europese vluchtelingencrisis door nauwelijks nog iets over en de burgeroorlog in het oosten van Oekraïne gaat ondertussen onverminderd door.

Franse documentaire, een keerpunt in de berichtgeving?

Tot nu verdedigen de EU en de VS met in hun zog zowat alle massamedia volledig de huidige regering in Kiev. Daar lijken stilaan barsten in te komen. De misdaden van de extreem-rechtse milities zijn immers nog moeilijk te ontkennen.

Zij organiseren meer en meer gewelddadige protesten tegen de regering in Kiev, die ze amper twee jaar eerder aan de macht hebben geholpen. Politici worden gegijzeld, regeringsgebouwen worden bezet, banken worden geplunderd, synagogen worden vernield, vreemdelingen worden afgeranseld. Hun leiders eisen bovendien ministerposten en vooral geld, veel geld. Dat ze bij opiniepeilingen en verkiezingen slechts ééncijferige procenten halen kan hen niet deren.

Journalist Paul Moreira stond naar eigen zeggen aanvankelijk onvoorwaardelijk achter de eisen van het protest tegen Janoekovitsj’ regime. Hij merkte ook wel dat er tussen de protesten mensen en slogans rondliepen die niet zo fraai waren, maar verkoos dat aanvankelijk te negeren in zijn berichtgeving, net als zijn collega’s journalisten ter plaatse. De ‘bevrijding’ van Oekraïne was immers primordiaal.

In Odessa zag hij op 2 mei 2014 echter hoe extremisten een vakbondsgebouw omsingelden, in brand staken en mensen die probeerden te ontsnappen neerschoten. 46 mensen kwamen om in de vlammen. Hij merkte hoe dat een non-item werd in de Europese verslaggeving. De huidige regering in Kiev weigert ondertussen nog steeds een gerechtelijk onderzoek. Ook de slachtingen in Kiev zelf op het Maidanplein – die haar nochtans aan de macht bracht – weigert de regering te onderzoeken.

Moreira keerde terug naar Oekraïne en maakte er de documentaire ‘Ukraine: les masques de la révolution’. Daarin komt hij terug op de slachting van Odessa. “De Oekraïense nationalisten eisen compensatie voor de revolutie die ze volgens henzelf hebben gevoerd. Een revolutie die ze hebben gekidnapt.” Hij ziet in Oekraïne de voorpost van een nieuwe Koude Oorlog tussen Oost en West.

De Oekraïense regering heeft aan de Franse regering gevraagd om de documentaire niet uit te zenden. Vergeefs. Het is nog te vroeg om van een echte kentering te spreken, maar de regering in Kiev krijgt het moeilijker en moeilijker om de ware aard van de politieke revolutie van 2014 te verbergen.


Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.