Waarom de N-VA groot gelijk heeft om te panikeren voor een burgerbevraging over de Belgische staatsstructuur

Kaart WikiMedia Commons/Public Domain

FacebooktwitterFacebooktwitter

De Vlaams-nationalistische partijen Nieuw-Vlaamse Alliantie en Vlaams Belang maken zich grote zorgen. In het najaar krijgen alle Belgen de kans hun mening te geven over de toekomstige Belgische staatsstructuur. In 2024 wacht immers een nieuwe staatshervorming. Zoveel inspraak van de burger is voor beide partijen een nachtmerrie, vooral (maar niet uitsluitend) omdat de ‘verkeerde’ vragen zullen worden gesteld.

Een Belga-bericht van 9 augustus 2021 kondigde een grote burgerbevraging aan over de structuren van de Belgische instellingen. De huidige federale regering had reeds eerder – in pre-coronatijden – aangekondigd over de nieuwe staatshervorming een breed maatschappelijk debat te organiseren. Dat debat zal blijkbaar georganiseerd worden in de vorm van een burgerbevraging.

Het thema werd daarna nog nauwelijks opgepikt in de media, maar zal zonder de minste twijfel nog heel wat stof doen opwaaien in de komende maanden, zeker als het van de N-VA en het Vlaams Belang afhangt.

Waar gaat het over?

“Elke burger die ouder is dan 16 jaar zal zich zes weken lang kunnen uitspreken over zes verschillende thema’s, die ook een hele reeks politiek gevoelige vragen bevatten.”:

  • voorrangsregels tussen het federale en regionale niveau, voor alles, of voor bepaalde bevoegdheden, of voor bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld crisissituaties zoals corona en de klimaatramp van 17 juli);
  • financieringsmethode van de federale onderdelen (nu worden fiscale inkomsten grotendeels op federaal niveau geïnd en volgens verdeelsleutels doorgestort aan de regio’s);
  • organisatie van de samenwerking, federaal-regionaal en interregionaal;
  • versterking van de democratie;
  • opname van rechten en vrijheden in de Grondwet en bevoegdheden van het Grondwettelijk Hof;
  • een zesde thema werd nog niet vastgelegd

De inkt van dit Belga-bericht was nauwelijks droog of de N-VA had al een reactie klaar (zie het N-VA-bericht Uw mening welkom? Enkel als ze de paars-groene filter passeert). Er zou sprake zijn van “een Vivaldi-filter”, die “ongewenste meningen eruit (filtert)”.

Vooroordelen weerleg je met andere vooroordelen

De N-VA heeft grote twijfels bij de garanties voor objectiviteit van deze burgerenquête en stelt zich daar dus enkele vragen bij: “Is het een vooroordeel wanneer iemand wijst op de hogere activiteitsgraad van Vlamingen?” “Discrimineer je wanneer je wijst op de jarenlange transfers naar Wallonië?” (zie Waarom de N-VA de ’transfers’ naar Wallonië en Brussel best OK vindt)

Screenshot n-va.be

De N-VA suggereert een aantal alternatieve vragen: “Moet Vlaanderen de kerncentrales zelf open kunnen houden zodat het licht niet uitgaat en elektriciteit betaalbaar blijft? Moet Vlaanderen een eigen migratiebeleid kunnen voeren? Moeten Wallonië en Brussel zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun exploderende tekorten en schulden? Moet een meerderheid van de Vlamingen democratisch vertegenwoordigd worden in de regering?”

Eenieder die enigszins vertrouwd is met de techniek van opiniepeilingen ziet onmiddellijk doorheen de formulering van deze alternatieve vragen. Het zijn stuk voor stuk type-voorbeelden van framing. De vraagstelling suggereert reeds het ‘juiste’ antwoord. Een eerste vaste techniek bestaat er in je vraag zo op te stellen dat het door jou gewenste antwoord ‘ja’ is. Een tweede techniek pas je toe door de argumenten voor dat ja-antwoord in de vraagstelling zelf te integreren.

Voor een hilarisch voorbeeld van gemanipuleerde vraagstellingen voor het gewenste doel bij ‘opiniepeilingen’, zie deze sketch van de Britse serie ‘Yes Minister-Yes, Prime Minister uit de jaren 1980: Waarom ernstige peilingen zeer uitzonderlijk zijn. (zie ook YouTube onder dit artikel).

Deze alternatieve N-VA-vragen zijn zelf gebaseerd op vooroordelen, onbewezen stellingen of feitelijke waarheden die uit hun verband werden gerukt en zonder context worden weergegeven.

Federale regering zonder Franstalige meerderheid kan wel

Het is echter vooral de laatste vraag over ‘democratische vertegenwoordiging (in de federale regering) die aantoont hoe de N-VA denkt over inspraak van de burger. De partij gaat er vlotjes van uit dat de burger niet zou weten hoe de vorige federale regering was samengesteld.

De N-VA heeft vier jaar in de vorige federale regering gezeten (2014-2018). Ze weigerde toen als grootste partij de logische functie van eerste minister op te eisen. Ze gaf die door aan Charles Michel, eerste minister namens de MR, de Franstalige liberale partij, slechts de vijfde grootste partij van het land.

Bovendien had deze regering géén Franstalige meerderheid van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers achter zich. De N-VA verwijt met andere woorden dat de huidige regering De Croo dezelfde karakteristieken heeft als de vorige, waar ze zelf in heeft gezeteld: geen meerderheid in beide taalgroepen.

De N-VA (en in haar kielzog de andere Vlaams-nationalistische partij Vlaams Belang) heeft nog andere gegronde redenen om het met deze burgerbevraging oneens te zijn. Haar bezwaren gaan veel verder dan de methodiek van de vraagstelling. Het grote gevaar is eerder het naakte feit dat bepaalde vragen gesteld worden, dat bepaalde keuzes aan de burger worden voorgelegd in plaats van te worden verzwegen.

Het probleem is dus niet zozeer hoe de vragen over eventuele herfederalisering van bepaalde bevoegdheden worden opgesteld. Het idee dat een staatshervorming even mogelijk een overheveling van regionaal naar federaal kan betekenen is taboe. Daar hoort de burger niet over ondervraagd te worden. De burger hoort niet te weten dat die mogelijkheid bestaat.

Slechte timing

Deze bevraging komt voor de Vlaams-nationalistische partijen op een zeer slecht ogenblik. De gemiddelde Belg kijkt uit naar het einde van de pandemie. Bovendien heeft de klimaatramp van 17 juli 2021 een ongeziene golf van solidariteit over heel België teweeggebracht.

Bijna twee maanden later gaan nog steeds elke dag honderden Vlamingen vrijwillig hun medeburgers in Pepinster en de andere getroffen gemeentes helpen. Het ideetje van samengaan met Nederland dat N-VA-voorzitter De Wever lanceerde was slechts een doorzichtige poging om de aandacht af te leiden van die inter-Belgische solidariteit (zie Dagdromen met een bruin randje van een Antwerps politicus).

Naast hun bezwaren tegen het communautaire onderwerp van deze burgerbevraging zijn de Vlaams-nationalisten principieel gekant tegen elke vorm van plebisciet, referendum of volksbevraging over eender welk onderwerp. Periodieke verkiezingen om de vijf jaar moeten volstaan. Verdere inspraak van de burger is overbodig.

Geen democratische meerderheid voor splitsing

Het probleem zit voor de N-VA echter nog veel dieper. Het knagende pijnpunt voor de Vlaams-nationalisten is immers dit: er is in Vlaanderen geen meerderheid van de bevolking voorstander van de splitsing van het land. In alle opiniepeilingen laveert het percentage pro-splitsing-Vlamingen tussen 18 en 20 procent.

Zelfs als je zou veronderstellen – wat niet het geval is – dat dit percentage volledig zou bestaan uit kiezers van N-VA en Vlaams Belang, kan je er niet buiten: bijna de helft van hun kiezers zijn tégen de splitsing van het land.

Hoe valt dit te verklaren voor twee partijen die deze splitsing toch prominent in hun partijprogramma hebben staan? Het antwoord is eenvoudig. Een groot deel van de kiezers van deze partijen stemmen voor hen om andere dan communautaire redenen.

Het morele failliet van de drie traditionele machtspartijen is een verklaring, dertig jaar normalisering van extreemrechtse thema’s door de Vlaamse media een andere. Er zijn nog veel meer verklaringen voor dit stemgedrag – teveel om hier op te noemen. Maar in ieder geval, de Vlaamse kwestie staat niet hoog in het lijstje prioriteiten van de kiezers van de N-VA en Vlaams Belang.

De top van beide partijen beseft dat een splitsing er nooit zal komen op democratische manier. Waar zij op rekenen is een diepe crisis van de instellingen, die idealiter moet leiden tot een feitelijke splitsing via de omweg van een confederaal compromis, opgelegd van bovenaf, zonder burgerbevraging of andere vormen van inspraak, als eerste stap naar het uiteindelijke doel: de splitsing.

Tsjechoslowaaks scenario

Een land splitsen zonder dat daar een meerderheid achter staat, is wel degelijk mogelijk. Er is een precedent. Op 1 januari 1993 werden Tsjechië en Slowakije twee onafhankelijke staten. In geen van beide voormalige landsdelen was een meerderheid voorstander van die splitsing. Toch gebeurde het.

Vergelijkingen zijn moeilijk. De splitsing van Tsjechoslowakije is om historische en politieke redenen niet vergelijkbaar met de Belgische situatie. Er waren echter wel drie aspecten die zeer gelijklopend zijn met de Belgische situatie.

Aan de splitsing van Tsjechoslowakije ging een campagne vooraf over ’transfers’ van economische welvaart van Tsjechië naar het armere Slowakije en de media speelden volledig de kaart van de splitsing.

Desondanks was de belangstelling van de gemiddelde Tsjech en Slowaak voor deze splitsing zeer gering, ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd. Een derde punt van gelijkenis is het gebrek aan informatie voor de gewone burger over wat boven hun hoofden wordt beslist.

Alle zes vorige Belgische staatshervormingen zijn er gekomen zonder dat de gewone burger daar bij betrokken werd. Bepaalde aspecten van die eerste hervormingen waren zeker gerechtvaardigd en kwamen overeen met terechte Vlaamse eisen voor gelijke rechten in de Belgische context van toen. In die beginperiode werden wel degelijk een aantal onrechtmatige historische onevenwichten rechtgezet.

Eenmaal de afzonderlijke regionale instellingen bestonden, zijn die stilaan een eigen leven gaan leiden. Het verschijnsel is niet nieuw. Instellingen ontstaan vanuit bepaalde maatschappelijke doelstellingen waarna ze geleidelijk verwateren en de instelling zelf de doelstelling wordt: meer ambtenaren, meer bevoegdheden, hogere budgetten …

Waar de nieuwe instellingen aanvankelijk nog een ambitie uitstraalden om een ander, efficiënter, menselijker en vooral ‘sneller’ beleid te gaan voeren, zijn de aloude Belgische kwalen geleidelijk terug binnengesijpeld.

Vandaag lijden (lange ‘ij’!) de Vlaamse overheidsinstellingen aan alle ziektes die ze ooit de oude Belgische organen verweten: gepolitiseerde top overladen met dubieuze benoemingen – een tijdje werken op het kabinet van een minister doet wonderen met de ‘geschiktheid’ van kandidaten – op basis van partijaanhorigheid, doorgedreven bureaucratisering van de besluitvorming, opstapeling van schulden, inefficiënt bestuur.

Desalniettemin heeft de N-VA niet helemaal ongelijk om kritische vragen te stellen over de objectiviteit van de vraagstelling voor burgerbevraging. Uiteraard gaan de politieke partijen van de federale meerderheid streven naar een maximale verwezenlijking van hun eigen ideeën over de toekomstige federale en regionale instellingen.

Het spreekt even vanzelf dat de N-VA dat eveneens zou doen als ze nu wel in een federale meerderheid zou zitten (of dat ze het idee van een burgerbevraging over de staatsstructuur dan zouden tegenhouden).

Anders geformuleerd: de N-VA staat er beteuterd bij dat ze net nu aan de zijlijn staat als federale oppositiepartij.

Reden genoeg om te panikeren.

 

In twee minuten legt Brits topambtenaar sir Humphrey (acteur Nigel Hawthorne) uit hoe je een opiniepeiling over de terugkeer van de legerdienst kan manipuleren voor het gewenste resultaat:

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.