De Oostenrijks-Hongaarse pacifist-schrijver Andreas Latzko schreef in 1917 ‘Menschen im Krieg’ dat recent opnieuw werd vertaald. ‘Mensen in de oorlog’ verdient een ereplaats naast ‘Van het westelijk front geen nieuws’ van Erich Maria Remarque. Dit boek is een verontwaardigde schreeuw tegen de gruwelijke waanzin die mensen in oorlogen door andere mensen wordt aangedaan.
Vanaf de 19de eeuw na de Frans-Duitse oorlog tot na de Eerste Wereldoorlog in de 20e eeuw, kregen romans die oorlog romantiseerden met grootse heldenverhalen ruim aandacht en verspreiding. Romans die de realiteit van oorlog onverbloemd weergaven werden niet bepaald geapprecieerd door de machthebbers en de elite.
Die zond haar eigen zonen niet naar het front. Hun zonen en zijzelf dienden wel in het leger, maar dan als hogere officier of generaal ver achter de gruwel van het front. Boeken die de oorlog niet verheerlijkten hadden desondanks toch groot succes via mond-op-mondreclame.
Een anti-oorlogsboek ontstaan uit eigen ervaringen
Andreas Latzko kon als kind van lagere middenklasse de frontlijn niet ontlopen. Hij werd officier van een regiment van etnisch Italiaanse Oostenrijkers, die werden ingezet omdat ze de Italianen aan de overkant verstonden.
Latzko was aanvankelijk geen pacifist. Dat werd hij pas na zijn frontervaringen, want hij meldde zich met overtuiging voor de legerdienst. Toen een arts hem bij een medisch onderzoek tijdens zijn dienst terug wilde afkeuren, pleitte hij “dat ik mij krachtig genoeg voelde voor de wapendienst.”
Zijn motief om toch niet afgekeurd te worden, was echter niet langer zijn overtuiging bij het begin van de oorlog. “Wanneer ik als onbruikbaar zou worden afgewezen, zou ik tot zwijgen gedoemd zijn. Ook wanneer de macht van de oorlogscensuur reeds lang zou zijn gebroken, verloor ik voor mijn hele leven het recht ooit tegen de oorlog te kunnen getuigen.”
Hij weigerde zich ook aan te sluiten bij de Aufruf an die Kulturwelt (Oproep aan de cultuurwereld) waarin 93 Duitse schrijvers, kunstenaars en intellectuelen de Duitse wandaden van het Duitse leger in België ontkenden. Niet te vatten? Niet voor herhaling vatbaar? Nooit meer? Vandaag pogen andere intellectuelen een genocide te ontkennen.

De gruwel aan het front maakte van hem een gebroken man in een rolstoel en een overtuigd pacifist. Tijdens zijn revalidatie in Zwitserland schreef hij het eerste van zes kortverhalen voor de bundel die in 1917 verscheen. Zijn boek werd een groot succes. Maar na de oorlog werd hij voor de nieuwe Duitse machthebbers persona non grata, waarop hij naar Nederland emigreerde.
Mensen in de oorlog is bij momenten zeer zwaar om lezen, onder meer omdat Latzko gedetailleerd door granaten verscheurde lijken omschrijft. En zo ook de toestand van verminkte, stervende soldaten, doorzeefd met mitrailleurvuur, gedoemd tot een zinloze dood.
Latzko gaat in één verhaal in op het immorele verschil tussen het veilige leven van de generaals en de soldaten onder hun bevel, voor wie ongehoorzaamheid executie betekende. Hij zag echter ook hoe soldaten met overtuiging en enthousiasme naar het front stapten, vol van de patriottische propaganda die ze jarenlang hadden ondergaan.
Overlevende soldaten werden niet alleen fysiek verminkt. Ze keerden allen getraumatiseerd terug. Begeleiding was onbestaande. Het duurde nog vijftig jaar tot de oorlog tegen Vietnam voor Post Traumatic Stress Disorder (PTSD) een erkende medische conditie werd.
Zes verhalen
Elk van de zes verhalen in Mensen in de oorlog vertelt vanuit een ander perspectief. In De Afmars contrasteert hij terugkerende soldaten met het bijna vrolijke afscheid dat nieuwe rekruten thuis te beurt valt. Het tweede verhaal Vuurdoop gaat over een kapitein die nieuwe soldaten zonder enige gevechtservaring naar de frontlinie stuurt en ziet hoe ze hun onschuld verliezen onder de kogels en de granaten. De kapitein wil niet zijn zoals andere officieren, maar doet uiteindelijk identiek hetzelfde, jongens van 18 naar een gewisse dood sturen.
Het hardste relaas is dat van De Overwinnaar. Terwijl lijken wegrotten in de loopgraven en de gekwetsten ijlend liggen te sterven, overweegt de generaal in een kasteel veilig ver weg achter het front over zijn promotiekansen na een door hem bevolen offensief. Die generaal is het enige personage in dit boek die geen slachtoffer is maar een dader.
Een soldaat bezwijkt aan PTSD in De Kameraad en ziet in zijn hallucinaties elk lijk – van vriend én vijand – als een vriend die hij niet kan vergeten. Een andere soldaat sterft een Heldendood die volledig onopgemerkt blijft, eenzaam, vol rauwe doodsangst, in een gracht ergens tussen de loopgraven.
Het boek eindigt met de Thuiskomst van een levenslang verminkte soldaat. Familie en vrienden begrijpen niet waarom hij verbitterd is en zijn heldenstatus verafschuwt. Voor hem zal de oorlog nooit voorbij zijn.
Literair en historisch meesterwerk
Menschen im Krieg verscheen toen het einde van de Groote Oorlog[1] nog lang niet in zicht was. Het boek werd elf jaar later in 1928 overschaduwd door Erich Remarques Van het Westelijk Front geen nieuws en verdween uit de belangstelling. Latzko stierf in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog en heeft het einde van die oorlog en het hernieuwde succes van zijn literair werk nooit gekend.

Marcel Misset vertaalde het boek en voegde er een informatief nawoord aan toe. Verder vertaalde hij ook het voorwoord van Stefan Zweig dat oorspronkelijk het voorwoord was van Zweig in Latzko’s novelle Der letzte Mann van 1920.
Zweig las met ontzag een beduimelde versie van Menschen im Krieg, het verboden boek dat Duitse grenswachters aan de Zwitserse grens in beslag namen: “onze generaals, hier zagen wij hen uit hun schitterende uniformen gerukt en spiernaakt in hun menselijke kleinheid aan aller blikken prijsgegeven.”
Amsterdam
Andreas Latzko werd geboren in 1876 in Boedapest, toen nog een stad in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Hij begon als toneelschrijver in het Hongaars maar schakelde vrij snel over op Duits, de taal van zijn moeder, voor zijn romans. Menschen im Krieg was zijn derde roman, waarna hij er nog acht schreef.
In 1931 vluchtte hij met zijn gezin het opkomende nazisme naar Amsterdam. In 1933 werd hij persona non grata voor het bewind van Adolf Hitler en werden zijn boeken verboden en verbrand.
Hij overleed in 1943 en ligt begraven op kerkhof Zorgvlied, waar in 1948 voor hem een monument werd opgericht. Meerdere van zijn romans werden sinds hij in Amsterdam woonde eerst in Nederlandse vertaling gepubliceerd, drie romans werden nooit gepubliceerd in de originele Duitse versie.
Mensen in de Oorlog is een historisch en literair meesterwerk. Kort en krachtig.
Andreas Latzko. Mensen in oorlog. Jurgen Maas, Amsterdam, 2025, 160 pp. Voorwoord Stefan Zweig, vertaling en nawoord Marcel Misset ISBN 978 9493 3970 57
Je vindt alle boekrecensies van uitgeverij Jurgen Maas hier.