Regering-De Wever mag 17 miljard euro belastinggeld vrij besteden zonder parlementaire controle

In dit statige gebouw aan de Regentschapsstraat te Brussel zetelt het Rekenhof, de oudste Belgische overheidsinstelling. Foto: Motty/CC BY-SA 3:0

FacebooktwitterFacebooktwitter
Het Rekenhof stelt dat in de federale begroting van 2026 17 miljard euro is goedgekeurd zonder dat daar een specifieke uitgavenpost aan is gelinkt. Dat is geen zoveelste buitensporigheid, maar een flagrante schending van de belangrijkste taak van het verkozen parlement: controle op belastinggeld.

Dieter Van Besien (Groen), lid van de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers, klaagt in een persmededeling aan dat de regering onder leiding van eerste minister Bart De Wever (N-VA) een bedrag van 17 miljard euro heeft voorzien die niet aan een specifieke beleidsmaatregel is verbonden. 

“De regering vraagt eigenlijk of het een zak geld krijgt om vrij te besteden, zonder dat het parlement hen daar op kan controleren. De macht van de regering wordt daar buitensporig mee opgerekt en die van het parlement afgebroken”, aldus Van Besien.

Hij wijst er op dat de regering, als die dat wil, altijd wijzigingen aan de begroting kan indienen om te schuiven met uitgavenposten als dat nodig zou blijken. Het parlement kan daarop zijn controle uitvoeren en die voorstellen goed- of afkeuren.

Roekeloos

Wat nu gebeurt is echter ongezien. De federale regeringsmeerderheid van N-VA, Vooruit, CD&V, MR en Les Engagés in de Kamer heeft deze begroting goedgekeurd. Dat betekent dat deze meerderheid er dus mee heeft ingestemd om deels zijn eigen bevoegdheden uit handen te geven aan de regering. “Dat ministers geld kunnen uitgeven zonder toestemming van het parlement, dat is roekeloos en compleet ongezien”, aldus nog Van Besien.

Ongeveer 2,1 miljard is opgenomen in de sectie ‘interdepartementale provisie’, wat betekent dat dit geld nog geen definitieve bestemming heeft. Van de overige 15 miljard gaan 2,5 miljard naar minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V). Verder gaat 1,5 miljard naar de federale politie onder minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR).

Dieter Van Besien: “Dit schept een gevaarlijk precedent. Zeker wanneer de budgetten omhoog gaan, zoals bij Defensie, zou er net méér controle moeten zijn”

“Bij defensie is de situatie nog hallucinanter”, volgens Van Besien. Minister van defensie Theo Francken (N-VA) mag vrij 10,7 miljard uitgeven zonder dat hij dat moet uitleggen of verantwoorden aan het parlement. 

Dieter Van Besien “Dit is een uitholling van de democratische werking van het parlement”. Foto: groen.be

“Dit schept een gevaarlijk precedent. Zeker wanneer de budgetten omhoog gaan, zoals bij Defensie, zou er net méér controle moeten zijn”, benadrukt Van Besien. “Dit is een uitholling van de democratische werking van het parlement dat de begroting juist hoort te kunnen controleren”.

Dit is veel meer dan een zoveelste overtreding van essentiële democratische normen door een regering die zichzelf, in de woorden van de eerste minister, uitzonderlijk daadkrachtig noemt. Nu is het goedkeuren van bedragen in de begroting zonder daar een specifieke beleidsuitgave aan vast te klinken op zich niet zo uitzonderlijk. Het totaalbedrag van 17 miljard is wel historisch ongezien.

Feitelijke volmachten

In de jaren 1980 werden al de eerste zware neoliberaal geïnspireerde sociale inleveringen – zelf noemen de voorstanders dit ‘besparingen’ of ‘efficiënt bestuur’ – door de regeringen onder leiding van eerste minister Wilfried Martens (CVP – nu CD&V) doorgedrukt met volmachten. Een systeem dat de regering toelaat gedurende een vastgelegde periode vrij uitgaven te kunnen beslissen zonder controle van het parlement. 

Die volmachtwetten moesten wel worden goedgekeurd door het parlement, wat toen ook gebeurde. Het komt er op neer dat parlementaire meerderheden er toen mee instemden om hun eigen controlerende taken af te staan.

Huidige federale eerste minister Bart De Wever steekt zijn bewondering voor Martens niet onder stoelen of banken. Naast zijn fanatieke strijd tegen de sociale rol van de overheid, deelt hij met hem ook zijn Vlaams-nationalisme. De jonge Martens was oorspronkelijk een voorstander van Vlaamse onafhankelijkheid, maar koos uiteindelijk niet voor de Volksunie (de voorganger van de N-VA) maar voor een zekere carrière bij de CVP, toen nog de ongenaakbaar machtigste partij van België, samen met zijn Franstalige tegenhanger PSC (nu Les Engagés).

Die volmachten waren toen al zeer impopulair en leidden tot grote stakingsgolven, waartegenover de huidige frequentie van stakingen peanuts is. De Wever kiest voor een andere weg, met gulle instemming van zijn coalitiepartners bij Vooruit en CD&V.

Wat de federale regering De Wever doet is volmachten vragen voor een deel van de begroting zonder het woord ‘volmachten’ te gebruiken. Dit is dus echter veel meer dan een zoveelste inbreuk op de democratische spelregels. De controle op het correcte gebruik van het overheidsgeld – onze belastingen – was de allereerste reden waarom ooit een parlement werden opgericht.

Parlementen, het woord zegt het zelf, zijn instellingen waar wordt gesproken (van het Franse werkwoord ‘parler’ = spreken). Zij werden opgericht lang voor de huidige democratieën, als instellingen voor adel en burgerij om elk afzonderlijk te beslissen waar het staatshoofd – een niet-verkozen koning of keizer – hun geld aan zou uitgeven (meestal aan oorlogen). Daar ligt de oorsprong van het bicameraal stelsel van Kamer en Senaat. 

Parlementen werden democratisch, Rekenhof bleef hetzelfde

Die instellingen werden later gedemocratiseerd door de geleidelijke invoering van het stemrecht, een recht dat door harde sociale strijd werd verworven. Tijdens die evolutie is de controle op de overheidsuitgaven echter altijd de basisfunctie van het parlement gebleven. 

Wat deze regering doet, is het geleidelijk uitschakelen van die controle. Concreet wordt de scheiding van de drie machten door deze regering uitgehold ten bate van de uitvoerende macht (de regering), ten koste van de wetgevende macht (het parlement). De rechterlijke macht wordt op zijn beurt uitgehold door zijn verdere politisering.

Wat dit zo tragisch maakt, is dat dit gebeurt met volle instemming van de meerderheid van de volksvertegenwoordigers in het parlement. Bovendien is het rapport van het Rekenhof niet zomaar een rapport. 

In 1988 betaalde het Italiaanse bedrijf Agusta miljoenen Belgische frank aan politici van PS en SP om te kiezen voor de aankoop van 46 A109 helikopters, tegen het negatieve advies van de legerleiding in. Foto: Chris Lofting/GFDL 1:2

Het Rekenhof werd als een van de allereerste instellingen van het pas onafhankelijk geworden België op 30 december 1830 opgericht als onafhankelijk orgaan om ook de overheidsuitgaven te controleren. Het Rekenhof werd in Artikel 180 van de Grondwet verankerd als onafhankelijk orgaan van het parlement, niet van de regering. Het is dus niet zomaar een overheidsorgaan naast andere. Tijdens de geleidelijke democratisering van Kamer en Senaat in de 19de en 20ste eeuw werd nooit aan deze bevoegdheden geraakt. Het bedrag van ongeveer 50 miljoen euro voor het Rekenhof in de federale begroting is de enige uitgavenpost waar de regering en zijn ministers geen enkele bevoegdheid over hebben. 

Verder zet deze manier van handelen de weg terug open naar verregaande corruptie wat bijvoorbeeld aankoop van militair materiaal betreft. Na de enorme schandalen van de jaren 1980 en 1990 werd in 1993 de ‘Subcommissie voor de controle op de wapenhandel’ onder de Commissie Defensie opgericht. Het duurde daarna tot 1996 voor de leden van deze subcommissie effectief werden benoemd. 

Deze nog altijd vrij beperkte controle op de uitgaven voor defensie wordt met deze regering volledig ondergraven. En dat met goedkeuring van Vooruit, CD&V, N-VA, MR en Les Engagés.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *