Franse gemeenteraadsverkiezingen: links LFI breekt door cordon sanitaire

David Guiraud, de LFI verrassing in Roubaix. Foto: X @guiraudlnd

FacebooktwitterFacebooktwitter

De eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen op 15 maart in Frankrijk voorspellen een politieke aardverschuiving voor de parlements- en presidentsverkiezingen in 2027. Extreemrechts bevestigt zijn populariteit, maar ook de linkse LFI van Jean-Luc Mélenchon boekt vooruitgang, ondanks een ongeziene mediahetze. Tegelijkertijd zakt het politieke centrum verder weg.

In Frankrijk ging op 15 maart ongeveer 56 procent van alle kiesgerechtigde burgers stemmen voor de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen. Dat maakt de opkomst iets beter dan in 2022, maar nog altijd een van de laagste sinds 1980. 

Extreemrechts breekt overal door met hogere procenten dan in 2022. Dat was te voorspellen. De Franse commerciële media – allen eigendom van Franse oligarchen – hebben de voorbije twee jaar een ongeziene propagandacampagne gevoerd voor de centrumrechtse partijen en het extreemrechtse Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen, erfgenaam van het Front National (FN) van Jean-Marie Le Pen. Die anti-linkse hetze draait in feite al meer dan twintig jaar op volle toeren, maar is sinds 2024 toch historisch intensief geworden. 

Media van de Franse oligarchie

De voorbije twee jaar viel op dat RN-politici in Franse media tijdens debatten en interviews vaak ongestoord aan het woord worden gelaten. Reportages en straatinterviews gaan steevast over ‘problemen’ met moslims en met de hoofddoek. Thema’s als de stijgende levensduurte, onbetaalbare woonprijzen, werkloosheid, de zware inleveringen van gepensioneerden, de verloedering van binnensteden en de afbraak van overheidsdiensten zoals het openbaar vervoer, zijn daarentegen zelden onderwerp van journalistiek onderzoek.

Diametraal daartegenover staat de manier waarop politici van de links socialistische partij La France Insoumise (LFI – ‘niet onderworpen Frankrijk’) op de rooster worden gelegd. Antwoorden worden voortdurend onderbroken. Wanneer LFI-woordvoerders de sociaal-economische thema’s ter sprake willen brengen, worden zij afgeblokt met steeds dezelfde dooddoener: ‘LFI weigert de echte oorzaak van al onze problemen te erkennen: de islam’. 

De doorbraak van LFI bij deze gemeenteraadsverkiezingen is vooral te danken aan eigen mobilisering, lokale krachten en sociale media

Meest flagrant was de manier waarop LFI recent werd verantwoordelijk gehouden voor de moord op een extreemrechts militant in Lyon in de buurt van een lezing door LFI Europees parlementslid Rima Hassan. Zelfs toen het onderzoek door de politie uitwees dat LFI niets met die moord te maken had, bleven de media LFI-politici met deze bewering confronteren. 

De doorbraak van LFI bij deze gemeenteraadsverkiezingen, waaraan de partij voor het eerst bijna overal deelnam, is vooral te danken aan eigen mobilisering en sociale media. Extreemrechts mobiliseerde eveneens op dezelfde manier, maar kon dat combineren met massale gratis publiciteit in de grote media.

Verkiezingssysteem met politieke gevolgen

Het kiessysteem van een land is zowel een resultaat van de politieke cultuur als de vormgever ervan. Daarom is een woordje uitleg nodig om de consequenties van het Franse systeem te vatten.

Kandidaten die met hun lijst in de eerste ronde 50 procent (plus één stem) halen zijn rechtstreeks verkozen. Dit zijn in het versplinterde politieke landschap van Frankrijk echter de uitzonderingen. Wanneer geen enkele lijst die drempel haalt, zoals afgelopen week, dan komt er een week later een tweede ronde (op 22 maart). Daar kunnen alleen lijsten deelnemen van partijen die in de eerste ronde meer dan 10 procent behaalden. 

Wie meer dan 5 procent haalt, kan ook nog deelnemen wanneer de lijst zich weet te verenigen met een lijst die wel 10 procent heeft behaald. Winnaar wordt uiteindelijk de lijst met het hoogste percentage – wat in de tweede ronde niet noodzakelijk meer dan 50 procent moet zijn.

Dit maakt dat in de gemeentes waar een tweede ronde nodig is, de partijen nu druk onderhandelen. Zo kan bijvoorbeeld een partij die toch meer dan 10 procent heeft behaald, zich terugtrekken en zijn of haar steun aan een andere sterkere kandidaat geven. De partijen krijgen daarvoor slechts de tijd tot dinsdag 17 maart om 18 uur.

Allianties voor de tweede ronde

Na de tweede ronde krijgt de lijst die meer dan 35 procent van de stemmen behaalt automatisch de meerderheid van de zetels in de gemeenteraad (‘la prime majoritaire’). De overige zetels in de gemeenteraad worden proportioneel verdeeld onder de overgebleven lijsten met meer dan 10 procent van de stemmen. Het is dus mogelijk een meerderheidsbestuur te leiden met een minderheid van de stemmen.  

Uit de eerste ronde blijkt dat centrumpartijen het nergens goed deden. Rechtse partijen aarzelen voorlopig nog om openlijk hun steun te geven aan kandidaten van het extreemrechtse RN, maar dat zullen ze waarschijnlijk wel doen wanneer het alternatief een overwinning voor LFI is. Een dergelijk principe geldt echter niet wanneer de tegenkandidaat van een andere linkse partij zou komen zoals PS, EELV of PCF.

Liever houden zij de baan vrij voor een bestuurscoalitie met centrumrechtse en rechtse partijen

Deze drie partijen hebben al verklaard nergens hun steun te zullen geven aan een best geplaatste LFI-kandidaat. Waar mogelijk zullen zij hun eigen best geplaatste kandidaat naar voren schuiven. Daarmee verhogen ze het risico dat een extreemrechtse kandidaat het haalt.

Verdeeldheid onder links

De voornaamste reden dat de drie linkse partijen PS, EELV en PCF niet langer samenwerken met LFI, is omdat in eender welke linkse samenwerking LFI altijd de grootste linkse partij is. Vooral voor de PS – ooit een traditionele machtspartij – is dat totaal onaanvaardbaar. Zelfs al zou een links front de grootste politieke formatie kunnen vormen, willen zij hier niet aan deelnemen, omdat ze geen jarenlange oppositie willen. Liever houden zij de baan vrij voor een bestuurscoalitie met centrumrechtse en rechtse partijen.

Het potentieel van een sterk links front is nochtans al ruim bewezen. Bij de parlementsverkiezingen van 2024 wist Jean-Luc Mélenchon zijn LFI te verenigen in de kartellijst Nouveau Front Populaire (NFP) met PS, EELV, PCF en enkele kleine linkse formaties. Die behaalden toen tegen alle voorspellingen in een klinkende overwinning en scoorden beter dan RN.

Het samengaan met LFI in het NFP was voor de PS in 2024 nog de ultieme reddingsboei. Kort na de verkiezingen heeft de partij echter elke linkse samenwerking in het NFP opgezegd en zijn steun gegeven aan een reeks van rechtse minderheidsregeringen. De bewering van de PS dat de partij met deze tactiek extreemrechts zou tegenhouden, blijkt niet met de feiten overeen te komen.

In Marseille weigert bijvoorbeeld de socialistische burgemeester Benoît Payan (35,6 procent) samen te gaan met Sébastien Delogy van LFI (12,4 procent). Daarmee riskeert hij te verliezen tegen de extreemrechtse Frank Allisio van RN (35,1 procent) die de steun heeft van de conservatieve kandidaat Martine Vassal van de partij Renouveau van president Macron (12,8 procent). 

In Rennes, de hoofdstad van Bretagne, behaalt de eenheidslijst van PS, PCF en EELV 34,53 procent, maar die heeft de steun nodig van LFI (18,61 procent) om het in de tweede ronde te halen tegen een rechts eenheidsfront. Ook daar weten we pas dinsdagavond of de lijn van het nationale bestuur van PS, EELV en PCF wordt doorbroken.

Dat LFI het zo goed doet tegen een mediahetze en een feitelijk politiek cordon sanitaire wijst op twee zaken. Een toenemend deel van de Franse bevolking laat zich niet langer misleiden door de aanvallen van de grote media. Het betekent ook dat een links alternatief nog veel hoger kan scoren als de media objectief en neutraal zouden berichten en LFI een eerlijke kans zouden geven om zijn politiek alternatief kenbaar te maken.

LFI is nu de derde politieke kracht in bijna alle grote steden, wat PS en EELV dwingt tot pijnlijke onderhandelingen. De grootste verrassing is de overwinning van LFI-parlementslid David Guiraud in Roubaix, die bij zijn eerste deelname 46,64 procent behaalde. Extreemrechts dreigt echter de grote Franse steden Marseille en Nice aan haar lijst van burgemeesters toe te voegen.

Meer dan 40 procent van de Franse kiezers heeft niet deelgenomen aan deze verkiezingen, een historisch laag cijfer. Het wantrouwen tegenover de democratische instellingen zit zeer diep. Hoe die kiezers zouden stemmen als ze wel zouden deelnemen is koffiedik kijken.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.