Argentijns president Juan Perón liet bij zijn overlijden op 1 juli 1974 zijn land achter in een politiek moeras van corruptie en incompetentie. De stuurloze elite benoemde bij gebrek aan beter zijn weduwe Isabel Péron tot zijn opvolger.
De onkunde van haar regering om te besturen liet het land nog verder in complete chaos verzinken. Stakingen en betogingen met sociale eisen legden het land stil. Bovendien werd Argentinië geteisterd door het wederzijdse geweld van gewapende stadsguerrilla en extreemrechtse gewapende milities.
Reeds een maand eerder had president Isabel Perón de plannen voor een staatsgreep kunnen inzien maar ze kon er niets meer tegen beginnen. Bij eventuele verkiezingen vreesden de rechtse machthebbers en de oligarchie te worden weggevaagd door de linkse sociale krachten in het land.
Met volle steun én advies van de VS
De Argentijnse staatsgreep van 24 maart 1976 kreeg onmiddellijk de goedkeuring van de VS. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger raadde de coupplegers aan zo snel mogelijk zoveel mogelijk ‘tegenstanders’ te elimineren.
Deze staatsgreep wordt soms vergeleken met de staatsgreep drie jaar eerder op 11 september 1973 in buurland Chili. Er zijn inderdaad gelijkenissen maar ook grote verschillen. Gelijklopend is het extreem neoliberale economische beleid dat aan het land werd opgelegd. Waar het militaire bewind in Chili wordt vereenzelvigd met de misdaden onder leiding van één persoon, Augusto Pinochet, is dat in Argentinië echter niet het geval.
De greep van het leger op de Argentijnse maatschappij was tegelijk veel zwakker én veel wreedaardiger dan in Chili. Opeenvolgende militaire presidenten voerden een keiharde repressie. Naar schatting werden tussen 30.000 en 40.000 Argentijnen omgebracht of ‘verdwenen’ na gruwelijke folteringen en executies, onder meer door vastgebonden nog levende slachtoffers uit helikopters in zee te werpen – de zogeheten ‘vuelos de la muerte‘ (vluchten van de dood).
Meest mensonterend was de praktijk van het regime om ongeveer 500 vrouwelijke politieke gevangenen die zwanger waren te laten leven tot de geboorte van hun kind, hen daarna te executeren en vervolgens de baby aan kinderloze echtparen te geven in de rangen van de eigen sympathisanten.
Later, na de val van de junta, werd een databank opgericht die kinderen toelaat hun DNA te vergelijken met dat van vermoorde of ‘verdwenen’ nazaten. De beweging van ‘dwaze moeders’ – zo genoemd door de junta – kreeg internationale bekendheid met hun dagelijkse protesten op de Plaza de Mayo in de hoofdstad Buenos Aires. Zij eisten informatie over hun verdwenen partners, zonen, dochters en kleinkinderen die ze nooit gekend hadden. Die zoektocht naar hun echte moeder gaat voor veel Argentijnen tussen de leeftijd van 50 en 57 jaar nog steeds door.
In tegenstelling tot de militaire dictatuur in Chili bleek de legerleiding niet in staat te zijn ‘beloften’ waar te maken om economische stabiliteit te brengen – stabiliteit voor de leidende klasse wel te verstaan, niet voor de gewone Argentijn. Die onmacht was mede aanleiding voor de veel hardere repressie dan in Chili. In de zeven jaar van deze militaire dictatuur vielen veel meer slachtoffers dan in de zeventien jaar dictatuur in Chili.
De eerste militaire president in Argentinië, Jorge Videla, hield vier jaar stand tot 29 maart 1981 en werd zelf afgezet door zijn eigen collega’s. Daarna volgde een serie van vier presidenten, die elkaar afzetten, waarvan Tomas Liendo het één maand volhield en zijn ‘opvolger’ Carlos Lacoste werd al na tien dagen afgezet door generaal Leopoldo Galtieri.

Om zijn totale gebrek aan populariteit te midden van de chaos wat op te krikken, besloot Galtieri de Britse Falkland-eilanden op 480 kilometer van de kust te bezetten op 2 april 1982. Die worden door Argentinië geclaimd als nationaal territorium met de naam Malvinas. De eilandengroep heeft een oppervlakte van ongeveer Vlaanderen, met slechts 3.662 inwoners (cijfers 2021), allen Britse kolonisten.
Brits eerste minister Margaret Thatcher zat ondertussen met haar eerste regering in zak en as door barslechte peilingen tijdens haar eerste regeringsmandaat sinds 1979. Zij greep de kans om haar zeer lage populariteit op te krikken met een algemene mobilisatie die haar een succesvolle eerste herverkiezing bracht in 1983.
Thatcher was tot dan een vurig medestander geweest van de junta’s in Argentinië en Chili (en van alle rechtse regeringen in Latijns-Amerika), maar zag er toch geen graten in om zich toch onmiddellijk tegen zijn bondgenoot te keren met een algemene mobilisatie en een fanatieke nationalistische campagne. President Galtieri had dus verkeerd gegokt dat Groot-Brittannië niet zou reageren.
Argentinië was tot dan nochtans zeer geliefd in Groot-Brittannië en andere Engelstalige landen. De enorm succesvolle opera Evita en het zeemzoete hitnummer daaruit ‘Don’t Cry for me, Argentina’, was een ode aan Eva, de tweede 24 jaar jongere vrouw van Juan Perón, die op 33-jarige leeftijd overleed aan baarmoederkanker.

De desastreuze nederlaag van Argentinië leidde vervolgens tot de afzetting van Galtieri op 18 juni 1982, waarna generaal Alfredo Saint-Jean het amper 13 dagen volhield. Zijn opvolger generaal Reynaldo Bignone moest zich neerleggen bij democratische verkiezingen die op 30 oktober 1983 werden gewonnen door de centrumlinkse Raúl Ricardo Alfonsín.
Chaos van de militaire dictatuur is nooit gestopt
In 1983 werd de militaire dictatuur in Chili nog steeds gelauwerd als een geslaagd eerste experiment met het neoliberalisme (dat toen nog niet die naam had). Chili was echter geen democratie. VS-president Ronald Reagan en Brits eerste minister Margaret Thatcher waren de eerste politieke leiders om datzelfde economische programma toe te passen in een democratische maatschappij.
Het neoliberale experiment in Argentinië was echter een totale mislukking. Vier jaar sociaaldemocratisch bestuur onder president Alfonsín kon die schade niet herstellen. Hij moest na massale protesten tegen zijn te aarzelende beleid vervroegd ontslag nemen.
Het neoliberale experiment in Argentinië was een totale mislukking
Zijn opvolger, de rechtse politicus Carlos Menem, geraakte met een plat populistische campagne verkozen en voerde een hard neoliberaal beleid. Privatiseringen en afbraak van overheidsdiensten werden door hem tijdens twee opeenvolgende mandaten opgelegd aan het land. Zijn regeerperiode eindigde eveneens in een moeras van corruptie en incompetentie.
Zijn opvolger Fernando de la Rúa moest na twee jaar reeds ontslag nemen om dezelfde redenen. In 2001 zakte het land vervolgens nog dieper weg. Drie interimpresidenten volgden elkaar in ijltempo op: Ramón Puerta (drie dagen), Rodriguez Saá (acht dagen) en Eduardo Duhalde die gedurende vijf maanden aanbleef en als enige prestatie democratische verkiezingen organiseerde.
Die werden op 25 mei 2003 gewonnen door Néstor Kirchner, die als eerste president in 30 jaar terug stabiliteit wist te brengen, het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en de Wereldbank aan de deur zette en de enorme schuldenberg van het land begon af te bouwen. Vanuit het idee om langer dan de twee opvolgende mandaten opgelegd door de Grondwet te kunnen regeren stelde hij zijn vrouw Cristina Fernández voor als kandidaat-opvolger. Kirchner overleed echter onverwacht tijdens het eerste mandaat van zijn vrouw aan een hartkwaal en Cristina Fernández werd voor een tweede maal herverkozen.
Tijdens dat tweede mandaat verzandde ook haar regering in de oude kwalen van het politieke establishment. In 2015 werd ze opgevolgd door de rechtse populist Maurico Macri, die op zijn beurt vier jaar later verloor tegen Alberto Fernández met voormalig president Cristina Fernández (geen familie) als vice-president. Zij deden het niet veel beter en in 2023 werden ze vervangen door huidig president Javier Milei.
Milei is de eerste president sinds de val van de dictatuur die openlijk lof uit voor de militaire junta. Zijn beleid voert het neoliberalisme tot nieuwe extremen. Hij heeft hele overheidsdepartementen afgeschaft, wil alle sociale conventies opheffen zoals de achturenwerkdag, de vijfdagenwerkweek en vaste looncontracten. Onderwijs moet volledig worden geprivatiseerd en alle subsidies voor cultuur worden afgeschaft. Hij voert nu het programma uit waar de militaire dictatuur nooit in was geslaagd.
Wat Argentinië de wereld toont, is hoe ver een economische elite bereid is te gaan om haar privileges en fortuinen te behouden. Daar hebben zij de volledige instorting van de maatschappij voor over.