Oost-Timor en de dubbele standaard van het westen

Het graf van Sebastião Gomes op het kerkhof Santa Cruz van Dili

Het graf van Sebastião Gomes op het kerkhof Santa Cruz van Dili, Oost-Timor. Hier op dit kerkhof, tussen de graven, werden tijdens zijn begrafenis meer dan 250 Timorezen afgeslacht door het Indonesische leger in 1991. De schuldigen zijn bekend maar lopen nog steeds vrij rond (Lode Vanoost, 2009)

FacebooktwitterFacebooktwitter

De achttienjarige bezetting van Oost-Timor (sinds 1975) door het Indonesische leger heeft tot nog toe het leven gekost aan 200.000 van de oorspronkelijke 650.000 inwoners. Toch besteden de massamedia er nauwelijks aandacht aan. Het einde van de Koude Oorlog heeft aan die situatie niets veranderd.

Op 2 augustus 1990 viel Irak het naburige Koeweit binnen. De reactie van de ‘internationale gemeenschap’, was zonder weerga in de geschiedenis. Deze ‘flagrante inbreuk op de soevereiniteit van en VN-lidstaat en schending van het internationaal recht’ kon niet geduld worden. Eens te meer bleek de retoriek echter grondig van de realiteit te verschillen.

Bijna drie jaar na de ‘bevrijding’ van Koeweit duren immers volgende bezettingen door buitenlandse troepen onverminderd voort: Marokko in de Westelijke Sahara, Turkije in Cyprus, Syrië in Libanon, China in Tibet, Israël in Libanon en Syrië en de Bezette Gebieden. En er is de bezetting sinds 1975 van de Portugese ex-kolonie Oost-Timor door Indonesië.

Net als in Koeweit werd toen een kleine staat overrompeld door een naburige regionale grootmacht. In beide gevallen was het westen in staat om de invasie ongedaan te maken. Toch is dat in Oost-Timor nooit gebeurd. Ook het zogenaamde einde van de Koude Oorlog heeft daar niets aan veranderd, integendeel. De wereldgemeenschap heeft de annexatie van Oost-Timor door Indonesië als een voldongen feit aanvaard.

Een Portugese kolonie bevrijdt zichzelf in 1975

In 1974 kwam de Portugese fascist Caetano, opvolger van de beruchte dictator Salazar, na een staatsgreep ten val. Het nieuwe regime wilde van de kolonies af. Portugal was immers de laatst overgebleven grootmacht. De dure en onpopulaire oorlogen in Angola en Mozambique erden beëindigd en een versnelde dekolonisering werd op gang gebracht. De media spitsten daar al hun aandacht op toe.

Men had niet in de gaten wat zich ondertussen in Oost-Timor afspeelde. De staatsgreep in Portugal gaf er aanleiding tot grote politieke activiteit. Er ontstonden drie partijen. De União Democrática Timorense 5UDT’ pleitte voor een lange associatie met Portugal. Het Frente Revolucionário de Timor Leste Independente (FRETILIN) wilde onafhankelijkheid na een korte overgangsperiode. Beide partijen hadden een aanzienlijke aanhang bij de bevolking.

Een derde partij was de Associacão Popular Democrática Timorense (Apodeti). Die was voorstander van een integratie in Indonesië. Apodeti had weinig steun bij de bevolking. Dat was ook niet verwonderlijk. De Portugese kolonisator had het eiland 400 jaar van Indonesië geïsoleerd, bovendien is de bevolking rooms-katholiek terwijl Indonesië islamitisch is.

In augustus 1975 greep de UDT om nooit opgehelderde redenen de macht. Het Fretilin reageerde onmiddellijk en kon dankzij zijn grotere aanhang en betere organisatie die situatie na enkele weken in zijn voordeel beslechten. Het Portugese bestuur werd van het eiland verjaagd, zonder dat de onafhankelijkheid werd uitgeroepen.

Politiek pluralisme, gemengde economie en internationale ongebondenheid waren de kenmerken van het nieuwe regime. Na korte tijd werden UDT-leden die zich niet in de machtsgreep hadden gecompromitteerd terug in het bestuur opgenomen.

Geen democratische ‘rotte appel’ in de achtertuin

Van in het begin werd duidelijk dat de Indonesische dictator Soeharto geen democratische ‘rotte’ appel in zijn voortuin zou dulden. Op 7 december 1975 viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen. Het Fretelin verzocht onmiddellijk Portugal om het bestuur van het eiland terug over te nemen. Tevens werd om internationale waarnemers gevraagd.

Toen geen van beide verzoeken werd ingewilligd, riep het Fretilin de Onafhankelijke Democratische Republiek Oost-Timor uit. Het eiland werd militair bezet door Indonesië. Wat er van het Fretilin overbleef trok zich onder leiding van Xanana Gusmão in de bergen terug. Na een volksraadpleging, die internationaal nooit werd erkend, werd in mei 1976 het eiland geannexeerd.

Indonesië legt Oost-Timor sindsdien een bruut regime op dat meermaals door Amnesty International werd aangeklaagd. Schattingen gaan er van uit dat van 1975 tot op vandaag (1993) ongeveer één derde van de totale bevolking, 200.000 Timorezen, werd omgebracht.

Ondanks de overmacht van het Indonesische leger is er na achttien jaar nog steeds een guerrillaleger actief dat tussen de zevenhonderd en de tweeduizend rebellen zou tellen. Hun leider Gusmão werd onlangs gevangen genomen en door een Indonesische rechtbank tot levenslang veroordeeld.

Nooit erkende annexatie

De inlijving van Oost-Timor werd door de Verenigde Naties nooit erkend. VN-Resolutie 384 van 22 december 1975 en 389 van 22 april 1976 vormen nog steeds het officiële beleid van de VN ten opzichte van het conflict. Desondanks hebben de VN nooit enige noemenswaardige inspanning gedaan om aan de situatie iets te veranderen.

Sindsdien is de kwestie zelfs bijna volledig van de internationale agenda verdwenen. Af en toe sijpelen nog berichten door over opstanden en betogingen die steeds bloedig onderdrukt worden. In februari 1991 werd de bezetting nog veroordeeld door het Europese Parlement.

Even kwam Indonesië in moeilijkheden toen op 12 november 1991 bij een betoging in de Oost-Timorese hoofdstad Dili naar schatting honderd mensen werden gedood door de Indonesische troepen. Toch zijn de meeste landen zich bewust van de fundamentele onrechtvaardigheid van de bezetting.

Op het eerste zicht is hier sprake van een duidelijke tegenstrijdigheid in het gedrag van het westen. Dat is echter niet zo. Het is een zeer rechtlijnig consequent beleid dat aan de basis ligt van de totaal verschillende internationale reacties op de bezettingen van Oost-Timor en Koeweit. Net als in alle andere conflicten waren eigenbelang en machtsbehoud de ultieme drijfveren van de actoren.

Het Westen, met de VS op kop, deed namelijk wat in haar eigen belang was. In tegenstelling tot de grootscheepse mobilisatie tegen Irak, vond men het in Oost-Timor beter de invasie, annexatie en genocide te steunen. Men had de mogelijkheid om de agressie onmiddellijk ten einde te brengen.

De VS waren in ieder geval tot in de details op de hoogte van de Indonesische plannen. De invasie werd alleen 24 uur uitgesteld om president Ford en minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger de kans te geven de Indonesische hoofdstad Jakarta, waar zij juist op officieel bezoek waren bij Soeharto, tijdig te verlaten.

Een gunstig investeringsklimaat

Indonesië was en is nog steeds een westerse bondgenoot. Er heerst namelijk stabiliteit. De term ‘stabiliteit’ dient hier niet begrepen te worden in zijn echte betekenis. Met Orwelliaanse ‘stabiliteit’ wordt bedoeld het in stand houden van een regime dat er in slaagt de bevolking onder de knoet te houden, uit te buiten en af te slachten. In het internationale jargon noemt men zoiets ‘een gunstig investeringsklimaat’.

Na de val van Soekarno – met westerse steun – kwam de huidige machthebber Soeharto aan de macht. In absolute cijfers is hij de grootste nog in leven zijnde massamoordenaar ter wereld. Toch werd zijn positie door de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië nog nooit in twijfel getrokken. Integendeel, met de regelmaat van een klok komen westerse handelsmissies in Jakarta toe. Recentelijk werd olie gevonden in de Oost-Timorese zee. De bevolking van Oost-Timor kan het nu wel helemaal vergeten.

In Koeweit daarentegen lagen de kaarten anders. De VS, Groot-Brittannië en Frankrijk konden niet dulden dat het bestaande status-quo in de regio verstoord werd. Bovendien kwam het die landen goed uit om, na het einde van de Koude Oorlog, terug te kunnen aantonen dat al hun enorme defensiebudgetten nodig blijven.

Onbestaand in de westerse media

De vooruitzichten voor Oost-Timor zijn niet rooskleurig. Het lijkt wel of Oost-Timor nooit bestaan heeft. Het geval Oost-Timor toont ook aan hoe de massamedia zich laten beïnvloeden door de echte machthebbers in de wereld. Ondanks het feit dat in Oost-Timor alle ingrediënten aanwezig zijn voor dramatische verslaggeving hoor je er nauwelijks iets over.

Het eiland lijkt niet eens te bestaan. Indonesië sluit het gebied nog steeds hermetisch af, hoewel de toestand ter plaatse volgens de officiële woordvoerders al 15 jaar gepacificeerd zou zijn. De grote massamedia baseren zich ook uitsluitend op de officiële Indonesische bronnen voor hun schaarse berichtgeving. Hoe zou men hier reageren op berichten uit Irak die enkel gebaseerd zijn op communiqués van het Iraakse ministerie van informatie? Voor Oost-Timor is er na de Koude Oorlog dus niets veranderd.

In de moderne wereld van vandaag is rechtvaardigheid iets dat je slechts kan krijgen las het de machthebbers goed uitkomt.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het weekblad Markant op 4 november 1993