Lelijke Belgische, nette Nederlandse huizen en andere clichés

This puts things in perspective. The wrong perspective

"This puts things in perspective. The wrong perspective" (foto uglybelgianhouses)

FacebooktwitterFacebooktwitter

Clichés, zelden een accurate weergave van de werkelijkheid, maar helemaal verkeerd zijn ze ook niet. Belgen en Nederlanders, we wonen inderdaad “anders”, maar wie iets grondiger kijkt ziet heel wat gemeenschappelijks. Twee auteurs, een Belg en een Nederlander, keken elk met hun eigen bril naar hoe hun landgenoten wonen en stelden verrassende dingen vast.

Belgen en Nederlanders, als Britten en Amerikanen leven we ‘gescheiden door eenzelfde taal’ (nu ja, hoor ik hier eerder “Vlamingen” te zeggen). Bovendien, wie de grens oversteekt kan er niet naast kijken, Nederland ziet er gewoon “anders” en “netter” uit.

De gemiddelde Nederlander verbaast zich over zoveel Belgische chaos. Dat België al veel langer een wet op de ‘ruimtelijke ordening’ heeft dan zijn noorderbuur, kan hij/zij niet bevatten. Respecteren ze hier dan de regels niet? De Belg kan dan weer niet geloven dat het nette Nederland met zoveel open onbebouwde ruimte tussen dorpen en steden dicht opeen gepakt blijft wonen. Hoe wonen die Nederlanders dan, in dozen?

Niemand beter geplaatst om de Belgische absurditeit in kaart te brengen dan een Belg. Harde zelfspot is immers onze tweede natuur, nog zoiets dat Nederlanders (en Fransen) dan weer niet snappen.

Van lelijke Belgische huizen…

Wat voor Hannes Coudenys in 2011 nog een losse hobby was – foto’s van bizarre huizen op een blog plaatsen met sarcastische commentaren – werd een internet-succes. Hij viel van de ene verbazing in de andere.

Ugly Belgian Houses
(boekcover Borgerhoff & Lambregts)

Even zag het er naar uit dat het slechts een korte hype zou worden. Eén verbolgen eigenaar dreigde met een rechtszaak, want, inderdaad, een huis fotograferen voor publicatie mag niet zonder toestemming van de eigenaar/bewoner. Coudenys stopte er dus na amper twee maand al mee.

Het idee bleef echter smeulen. Een jaar later startte hij opnieuw, ditmaal niet meer anoniem maar na het vragen van toestemming. Sindsdien heeft hij meer dan een miljoen bezoekers per jaar op Instagram, Tumblr, Facebook en Twitter.

Na de website is er nu ook het gelijknamige boek/fotoalbum Ugly Belgian Houses . Don’t try this at home. 190 pagina’s foto’s met grappige commentaren. De eerste 75 pagina’s zijn korte teksten, in het Nederlands en het Engels, waarin de auteur zich verbaast over het succes van zijn site en een aantal foto’s van uitgebreide commentaar voorziet.

Een overheersend gevoel van rommel

Coudenys heeft “een overheersend gevoel van rommel in ons land”. “Alsof we eerst elke vierkante meter volbouwden en pas daarna beslisten om er kriskras wat straten door te trekken.” Voor de foto’s in het boek wist hij 50 huiseigenaars te overtuigen.

Hannes Coudenys
Hannes Coudenys

Welke huizen vindt Coudenys ‘lelijk’? “Geen idee. Ik voel wanneer het ‘wringt’ en wanneer ik er de term ‘lelijk’ aan wil geven.” Hij ziet ook regelmatig lelijkheid in de manier waarop stijlen naast elkaar woekeren. Zo kan een huis dat op zich best wel te doen is, compleet uit de toon vallen met het huis er naast, de straat of de buurt, of heeft een redelijk mooi huis een spuuglelijke voortuin of een compleet onaangepaste bijbouw. Belgen lijken ook enthousiast mee te dingen voor de prijs van wansmakelijkste postbus, annex kabouter, fonteintje, hert, wagenwiel…

Ook verbouwingen kunnen verkeerd lopen. Coudenys ziet best heel wat mooi gerenoveerde woningen maar het zijn de gigantische mislukkingen die hem opvallen. Heel wat blijkt af te hangen van de gestrengheid/laksheid van het gemeentebestuur. Het Brabantse Steenokkerzeel is zijn “hemel op aarde”. Het zijn ook niet alleen de huizen op zich die hem opvallen, hele buurten kunnen lelijk zijn. “De ‘nieuwe’ buurt rond het Zuidstation in Brussel is zo een disaster.”

Coudenys neemt positieve commentaren op de website en enkele negatieve over in het boek. Er zijn toch heel wat Belgen zonder gevoel voor humor. Ugly Belgian Houses. Don’t try this at home is een grappig kijk op de eigen Belgische ziel, herkenbaar, soms confronterend – want lijkt dat éne huis toch niet een beetje op je eigen woonst.

… en van nette Nederlandse rijtjes huizen

Een heel andere, literaire kijk op wonen schreef Nederlander Pieter Hoexum. Zijn Kleine filosofie van het rijtjeshuis is een zachtjes ironiserend betoog over het dagelijkse leven in onopvallende rijtjeshuizen, portiekflats, duplexwoningen en andere woonvormen.

Kleine filosofie van het rijtjeshuis
(boekcover atlascontact.nl)

De gemiddelde Nederlander verhuist veel meer dan de gemiddelde Belg. Zeker waar. Maar een rivier die “gemiddeld” slechts een halve meter diep is, is niet noodzakelijk veilig om over te steken voor wie niet kan zwemmen. Zo blijken achter die gemiddelden toch heel wat gelijkenissen schuil te gaan tussen de noordelijke en zuidelijke lage landen.

Dat begint al met de coverfoto van het boek. Was er niet het oer-Hollandse naamplaatje Schuilenburg, dan had deze foto net zo goed in Gooik in het Brabantse Pajottenland of in Wingene in de West-Vlaamse Polderstreek getrokken kunnen zijn.

Een rijtjeshuis zonder “rijtje”, met een “blinde” gevel zonder ramen, een volledig potdicht betegelde voortuin, pal naast een akker, met op de achtergrond zomaar lukraak wat huizen zonder al te veel samenhang…

De lelijkste plek van Nederland

Nederland heeft blijkbaar ook zijn deel van de lelijkheid, maar dan eerder netjes geconcentreerd op goed afgebakende plaatsen, niet zomaar lukraak overal doorheen zoals in België. In 2008 werd Almere door lezers van de Volkskrant verkozen tot de lelijkste plek van Nederland. In 1976 had men gepoogd een stad uit het niets op te richten die “kleinschalig en dorps” zou zijn, geen flats maar rijtjeshuizen en woonerven. Het werd een gigantische mislukking.

Pieter Hoexum
Pieter Hoexum

Toch gaat Pieter Hoexum er voor, hij woont graag in een rijtjeshuis. Hij woont in een buurt die zo neutraal is dat alle straatjes op elkaar lijken. “Het overkomt me nog steeds wel eens dat ik me vergis en een straat te vroeg afsla. Toen we hier net woonden, stond ik een keer met de sleutels al in de hand voor de verkeerde voordeur.”

Je hoort dat niet goed te vinden. Juist wel, volgens de auteur. “De onvrede met de saaie, conformistische nieuwbouwwijken komt vermoedelijk voort uit het idee dat we individualistisch zijn. Volgens mij zijn we lang niet zo individualistisch als we onszelf voorhouden. En gelukkig maar, want anders zou er van een samenleving weinig overblijven… Individualisme is een zegen, mits met mate uitgeoefend.”

Hoexum filosofeert niet alleen over wonen en ‘samenwonen’, hoe verplaatst een mens zich van en naar zijn huis, hoe voelt thuiskomen na de vakantie, nadat we intens genoten hebben van een idyllisch Frans huisje in een even idyllisch Frans dorpje, maar – zonder het openlijk toe te geven – het eigen ‘saaie’ huis voor geen geld van de wereld willen inruilen.

Wonen in de stad heeft onmiskenbaar heel wat voordelen, nabijheid van winkels, diensten, openbaar vervoer, cinema, theater. Wonen buiten de stad heeft echter ook heel wat te bieden. Het is maar wat je prioriteiten zijn. De moderne mens maakt zichzelf graag wijs dat ‘liever wonen in de stad’ de vanzelfsprekende keuze hoort te zijn. Werkelijk?

De schoonheid van het rijtjeshuis

Filosofen en boeken over wonen, huizen, dorpen, steden passeren de revue, maar dit boek is geen zwaar op de maag liggend filosofisch traktaat, van het soort waarvan je hoort te zeggen dat het “geniaal” is, maar dat je eigenlijk niet te vreten vindt. Hoexum schrijft vlot, is niet belerend en neemt je mee op een aangename reis door de wereld van het rijtjeshuis.

Dat uw recensent van dienst zelf ook in een onopvallend rijtjeshuis woont in de groene rand rond Brussel – lekker dicht bij de stad, maar toch er net buiten – zal er wel mee te maken hebben. Dit is een aangenaam boekje, dat tegelijk exotisch “Hollands” én zeer herkenbaar overkomt.

Zoals de auteur ergens zegt dat wij blanken er voor Japanners of Chinezen allemaal net eender uitzien en dat wij dat van hen vinden, zien we graag verschillen tussen Nederlanders en Belgen waar ze niet zijn. Vraag een schaapherder uit pakweg een Pakistaanse hoogvlakte om de Benelux te bezoeken en de verschillen aan te duiden. “Welke verschillen? Het ziet er allemaal eender uit?”

Zoek de verschillen

Natuurlijk verschillen Belgen en Nederlanders en wonen we “anders”. En dan? Nederlanders snappen niet dat Belgen op de bemerking dat het hier toch wel echt zeer wanordelijk is gewoon onmiddellijk bevestigend antwoorden. Wij Belgen snappen dan weer niet dat de Nederlanders best tevreden zijn met hun ‘saaie’ woonwijken.

We zijn uiteindelijk varianten van hetzelfde basisproduct. Met Ugly Belgian Houses. Don’t try this at home en Kleine filosofie van het rijtjeshuis haal je twee zeer ‘verschillende’ boeken in huis, die elkaar wonderwel aanvullen, omdat ze uiteindelijk over hetzelfde gaan.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.