41 Britse economen: “Jeremy Corbyn is mainstream, austerity is extremisme”

Jeremy Corbyn spreekt een meeting toe tegen de Britse kernwapens op 4 augustus 2015

Jeremy Corbyn spreekt een meeting toe tegen de Britse kernwapens op 4 augustus 2015 (GarryKnight/CC)

FacebooktwitterFacebooktwitter

41 Britse economen scharen zich achter de kandidatuur van Jeremy Corbyn als voorzitter van Labour, onder hen een voormalig lid van de commissie voor monetair beleid van de nationale Bank of England. Ze wijzen daarnaast op het extremistisch karakter van het huidige regeringsbeleid.

“Overal wordt de beschuldiging herhaald dat Jeremy Corbyn en zijn supporters naar extreem links zijn geëvolueerd wat betreft economisch beleid. Dat wordt niet bevestigd door de verklaringen of beleidskeuzes van deze kandidaat. Zijn oppositie is in feite een vorm van mainstream-economie, die zelfs door het conservatieve IMF wordt ondersteund. Hij wil groei en welvaart stimuleren.”

Diefstal van de belastingbetaler

Volgens John McDonnell, een van de weinige Labour-parlementsleden die Corbyn steunen en tevens zijn campagneleider, zijn de Britse privatiseringen een groot bedrog geweest. “De voorbije veertig jaar waren privatiseringen een verhaal van het Britse volk dat werd beroofd en van ‘spivs’[1] die zomaar geld kunnen drukken terwijl ze de openbare bezittingen binnenrijven. Van de allereerste privatiseringen van het water (onder eerste minister Margaret Thatcher in 1989, nvdr), energie (vanaf 1990), het spoor (vanaf 1994) tot de privé-financieringsschema’s van de voorbije tien jaar, was het allemaal één grote oplichterlij.”

“Laat het absoluut duidelijk zijn voor eender welke speculant in de City (het financiële district in Londen), die denken dat ze snel rijk gaan worden op kosten van de belsatingbetaler, dat een toekomstige Labour-regering onder leiding van Corbyn zich het recht voorbehoudt dat al de openbare bezittingen, die door (huidig Conservatief minister van financiën) Osborne onder hun waarde worden verkocht, terug in openbaar bezit zullen worden gebracht. Dit ofwel zonder compensatie, ofwel aan een lager bedrag dat rekening houdt met de compensatiekost voor hernationalisering.”

Een extreem programma?

Hoe extreem Corbyns politieke programma in feite is, kan worden afgeleid uit de beleidsvoorstellen die zijn team hebben samengesteld op zijn website.

  1. Groei, geen besparingen: oprichting van een nationale investeringsbank voor jobcreatie en vermindering van het overheidsdeficit, en een fair fiscaal systeem; dat houdt onder meer in de afschaffing van de recente belastingsverminderingen voor de 4 procent hoogste inkomens en zware besparingen in de 93 miljard Britse pond (127 miljard euro) die nu jaarlijks als subsidies en belastingverminderingen naar de grote bedrijven gaan; strengere controle op belastingontwijking en belastingontduiking door de grote bedrijven; fiscale steun aan kleine onafhankelijke ondernemers; lagere belastingen op essentiële consumptiegoederen.
  2. Geen overheidsbesparingen ten koste van de laagste inkomens, geen besparingen op kinderbijslag.
  3. Meer investeringen tegen de opwarming van het klimaat in plaats van kortetermijnwinsten voor de grote bedrijven.
  4. Openbaar bezit van spoor en energie; onder andere door geleidelijke hernationalisering van de verschillende privé-spoormaatschappijen en vervanging door een nationaal bedrijf dat het hele netwerk integreert (dat wordt bestuurd door een co-operatief model dat de burger-gebruiker rechtstreeks inspraak geeft) en afschaffing van de peperdure ROSCO’s (de bedrijven die al het rollend materiaal bezitten en nu ‘verhuren’ aan de spoormaatschappijen).
  5. Waardige woonsten voor iedereen, gebouwd door publieke sector en privé en controle van de huurprijzen; o.a. door privé-huurprijzen te verbinden met he gemiddelde loon per regio, langere huurcontracten; huurprijzen verbinden met kwaliteit van de woning en met inspanningen om woningen te vernieuwen.
  6. Een einde aan illegale oorlogen en een buitenlands beleid dat rechtvaardigheid en hulpverlening centraal plaats; geen vervanging van Trident (de Britse kernduikboten, ook als die wordt goedgekeurd door de huidige regering in 2016); subsidies voor de omschakeling van de militaire industrie naar civiele productie.
  7. Volledig openbaar gefinancierde openbare gezondheidsdienst NHS en de beëindiging van alle ander vormen van geprivatiseerde gezondheidszorg; met een specifiek programma voor mentale gezondheidszorg.
  8. Sociale bescherming, geen nuluurcontracten, sterke collectieve onderhandelingen tegen onrecht op het werk; een minimumloon van 10 Britse pond per uur (13,6 euro) en de afschaffing van het beginloon van 2,73 Britse pond (3,7 euro) voor eerstejaarsstagiairs; bedrijfssubsidies voor het aanwerven van beginners op de arbeidsmarkt en pro-actieve maatregelen voor het tegenwerken van genderdiscriminatie op het werk en het stimuleren van vrouwen om in de arbeidsmarkt te stappen.
  9. Gelijkheid voor iedereen; een einde aan het beschimpen (scapegoating) van migranten.
  10. Een levenslange garantie op degelijk openbaar onderwijs: algemene kinderzorg, afschaffing van studiegeld, heroprichting van studiebeurzen en financieren van training tijdens de hele loopbaan; dat betekent volledig gratis openbaar onderwijs tot de leeftijd van 18 jaar, uitbreiding van studiebeurzen, woonsubsidies voor studenten onder 21 jaar (universiteiten klagen al jaren dat studenten afhaken omdat de kost voor het wonen rond campussen op de privé-markt te duur is).

Specifieke aandachtspunten

Speciale aandacht gaat naar investeringen in het noorden (zowel het noorden van Engeland als Schotland, twee regio’s die al lang leiden onder de deïndustrialisering). Dat noorden was altijd zeer belangrijk voor Labour. Daar heeft Tony Blair jarenlang parlementaire meerderheden (geen meerderheden in stemmenaantal) behaald dankzij de massale stem van de Schotten voor Labour. Bij de laatste verkiezingen verloor Labour zowat al zijn zetels in Schotland aan de Scottish National Party (SNP). Ondanks globale stemmenwinst verloor Labour daarmee 24 zetels in het parlement.

Opvallend is dat Jeremy Corbyn in zijn pleidooi voor nieuwe investeringen in het noorden als enige van de vier Labour-kandidaten geen enkele kritiek formuleert op het succes van de SNP. Hij laat in het midden of hij ooit een regeringscoalitie zou vormen met de SNP in 2020. De andere drie kandidaten laten daarentegen niet na te stellen dat SNP een nationalistisch gevaar is dat moet worden bestreden en gaan niet in op de redenen waarom de Schotse bevolking – traditioneel Labour-kiezers – zo massaal hebben afgehaakt.

Nieuwe investeringen in het noorden zouden onder meer moeten gaan naar nieuwe en vernieuwde infrastructuur, kleine bedrijven en steun voor de transportsector (bedrijven in het Noorden hebben voor hun verkoop hogere vervoerskosten dan bedrijven in het zuiden rond de hoofdstad Londen).

Corbyn is tevens tegenstander van het plan van de regering om burgemeesters rechtstreeks te laten verkiezen (volgens het Britse systeem, waarbij de kandidaat met de meeste stemmen het haalt, ook als is dat geen meerderheid van de stemmen). Dat plan zal samengaan met zware besnoeiiingen in de budgetten van de lokale autoriteiten.

Progressief, gematigd, extreem?

Electorale programma’s worden in het algemeen met een korrel zout genomen. In continentaal Europa, waar coalitieregeringen de norm zijn, zijn zij weinig betrouwbaar als referentiekader, omdat ze meestal worden opgesteld vanuit het fictieve idee dat een partij alleen zal regeren, wat zo goed als nooit het geval is. Wat men ook van het Britse kiesstelsel mag denken, het heeft als eigenschap dat electorale programma’s wel degelijk worden opgesteld vanuit de verwachting dat de betrokken partij alleen zal regeren.

Wat echter vooral opvalt is dat het programma van Corbyn niet eens zeer progressief is, je kan het hoogstens ‘gematigd sociaal-democratisch’ noemen. Dat dit programma wordt vertaald in de media als ‘extreem-links toont aan hoe het maatschappelijk discours sinds de jaren 1980 is opgeschoven naar rechts. Vandaag stellen de Britse media het softe neoliberale programma van huidig Labour nog steeds als ‘links’ voor, terwijl het keiharde, openlijk anti-sociale inleveringsbeleid van de Conservatieven als ‘gematigd rechts’ wordt afgeschilderd.

Mainstream

Wanneer éénenveertig Britse economen Corbyn  ‘mainstream’ noemen en het neoliberale beleid van de Conservatieven (en de iets zachtere versie van datzelfde programma door het huidige Labour) ‘extremistisch”, dan wijzen zij vooral op die verschuiving in het beperkte referentiekader waarin politici en media zich voor het ogenblik bevinden.

Voormalig Brits ambassadeur Craig Murray werd ontslagen door zijn oversten toen hij de grootschalige schendingen van de mensenrechten in Oezbekistan aanklaagde. Hij vat het huidige medialandschap als volgt samen: “Op het volledige spectrum van politieke opinies van 1 tot 100 krijg je in de media opties 82 tot 88”.

Kritiek

Men kan het programma op de website van Jeremy Corbyn terecht nog zeer summier en bijwijlen zelfs vaag noemen. Dit programma wordt echter pas sinds een paar weken uitgewerkt. Nauwelijks tien weken terug was Jeremy Corbyn kandidaat met de steun van 20 van zijn parlementaire collega’s. Men heeft echter 32 handtekeningen nodig. Een aantal andere collega’s ging op het allerlaatste ogenblik in op zijn vraag om te tekenen ‘om het debat wat te verbreden’ (in hun eigen woorden).

Corbyn kreeg zijn 31ste en 32ste handtekening pas twee uur voor het afsluiten van de kandidaturen. Hij ging er aanvankelijk van uit dat hij niet meer zou zijn dan een kansloos kandidaat die tijdens de debatten de andere kandidaten zou vervelen met zijn kritische bemerkingen.

Hij had deze spontane uitbarsting van steun niet verwacht, al helemaal niet omdat de barrage van negatief nieuws in de mainstream media zo vicieus was dat hij zichzelf bij voorbaat kansloos achtte. In tegenstelling tot de verwachtingen blijkt het publiek echter niet te verwurmen. Hij haalt voortdurend bomvolle zalen, terwijl zijn tegenkandidaten het met ‘volle’ salonconferenties moeten doen.

Drie ‘gematigde’ tegenkandidaten

Het alternatief van de drie tegenkandidaten van Corbyn kan samengevat worden als een verderzetting van het beleid van de laatste eerste minister van Labour, Gordon Brown (2007-2010), dat op zijn beurt een verderzetting was van het beleid van de ‘Derde Weg’ van voorganger Tony Blair (1997-2007).

Van deze drie kandidaten heeft Andy Burnham inhoudelijk het meest ‘linkse’ retorische profiel gelijkaardig met dat van ontslagnemend voorzitter Ed Milliband. Yvette Cooper staat met iets minder linkse retoriek voor hetzelfde programma. Liz Kendall is kansloos, onder meer omdat zij zich als enige openlijk achter de politieke erfensi van Tony Blair heeft geschaard.

Alledrie hebben zij voor de oorlog in Irak gestemd en verzetten zij zich tegen de openbaarmaking van het Chilcot-rapport (het rapport over mogelijke oorlogsmisdaden door de regering van Tony Blair dat al enkele jaren geheim wordt gehouden). In geen enkele commentaar van de mainstream media wordt dit vermeld.

Routineuze verkiezingen

Wat oorspronkelijk door het Labour-establishment was gepland als een routineuze verkiezing van een nieuwe partijvoorzitter en door de media al was aangekondigd als een saaie bedoening tussen drie inwisselbare kandidaten, werd door de last-minute-kandidatuur van Jeremy Corbyn flink door elkaar geschud.

Of Jeremy Corbyn het gaat halen is ondanks de peilingen nog onzeker. Het partij-apparaat is immers keihard aan het schiften in de ingezonden stembrieven. Daarbij worden nauwelijk valse Conservatieven uitgeselecteerd, hoewel in de media wel wordt beweerd dat Conservatieve kiezers zich massaal zouden hebben ingeschreven als Labour-lid om mee te kunnen stemmen.

Het overgrote deel van de geschorste stemmen zijn openlijke voorstanders van Corbyn en zijn programma, zoals filmregisseur Ken Loach en recent algemeen secretaris Mark Serwotka van de Public and Commercial Services Union (PCS), zeg maar de ‘LBC-BBTK’-vakbond van bedienden in de openbare en de privé-sector. Als Corbyn hierdoor nipt zou verliezen zal de partij in een diepe geloofwaardigheidscrisis wegzinken.

Meer nieuws op de dag dat het resultaat bekend wordt gemaakt: 12 september.

Jeremy Corbyn wins economists’ backing for anti-austerity policies

[1] Spiv: een scheldwoord ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, het staat voor kleine criminelen die op de zwarte markt gestolen goederen verkopen, vrij vertaald: louche, onbetrouwbare types.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.