Venezuela: medestanders Chávez lijden grote nederlaag

President Hugo Chávez in 2008 met zijn toenmalige minister van buitenlandse zaken Nicolás Maduro

President Hugo Chávez in 2008 met zijn toenmalige minister van buitenlandse zaken Nicolás Maduro

FacebooktwitterFacebooktwitter

De oorzaken voor deze nederlaag na zestien jaar onafgebroken bestuur moeten de medestanders van Chávez in de eerste plaats bij zichzelf zoeken. Interne tweestrijd, corruptie in eigen rangen, ondoordachte economische beslissingen en onverstandige politieke uitspraken hebben zonder twijfel bijgedragen aan dit resultaat.

Het werd recent nog uitvoerig beweerd in een reeks documentaires op het VRT-Journaal. Venezuela zou sinds de verkiezing van Hugo Chávez in 1999 gebukt gaan onder zware perscensuur, de media zouden zijn overgenomen door de overheid en verkiezingen zouden door fraude gemanipuleerd worden.

De Amerikaanse media en presidentskandidaat Hillary Clinton spraken hun vermoeden uit dat ook de parlementsverkiezingen van 6 december ‘zoals steeds’ door het ‘regime’ zouden worden gemanipuleerd. De commentaren bij een eventuele overwinning van het ‘regime’ lagen klaar voor gebruik.

Zoals steeds eerlijke verkiezingen

Een dag na die parlementsverkiezingen blijkt hoeveel van die beweringen overeenkomen met de realiteit. De rechtse oppositie, sinds 2013 verenigd in de Mesa de la Unidad Democrática, (MUD – Rondetafel van Democratische Eenheid) heeft, zoals voorspeld, een klinkende overwinning behaald. De definitieve resultaten worden verwacht in de komende dagen.

Het is nu echter al zeker dat de MUD minstens 99 van de 167 zetels in het parlement behaalt (Venezuela heeft één parlement). De Partido Socialista Unido de Venezuela (PSUV) van president Maduro behoudt nog amper 46 zetels. 19 zetels zijn nog niet toegewezen. (In feite 22, maar drie zetels zijn voorbehouden voor vertegenwoordigers van inheemse volkeren, zoals voorzien in de nieuwe grondwet van Hugo Chávez). Die zetels zullen meer dan waarschijnlijk eveneens voor het grootse deel naar de MUD gaan.

Nicolás Maduro
Nicolás Maduro (WikiMedia Commons)

Volgens de nationale kiescommissie bracht 74,27 procent van de kiezers hun stem uit, wat een historisch hoog cijfer is. De kiescommissie had ondermeer beslist dat de kiesbureau’s langer dan zes uur ’s avonds open mochten blijven voor alle personen die op dat ogenblik nog in de lange wachtrijen stonden.

De MUD heeft met 99 zetels reeds een gewone meerderheid. Met één zetel meer heeft de meerderheid de bevoegdheid om ministers met een vertrouwensstemming tot ontslag te dwingen. Haalt de MUD 111 zetels – wat goed mogelijk is – dan heeft ze tevens een tweederde meerderheid. Dat laat het parlement toe om rechters van het Hooggerechtshof te ontslaan en te vervangen, evenals de leden van de nationale kiescommissie en om de grondwet te wijzigen.

Maduro volgend doelwit

Bovendien heeft het parlement dan de bevoegdheid om een terugroepreferendum te houden, zonder de noodzaak eerst een aantal handtekeningen van burgers te verzamelen. Dat artikel in de grondwet werd ingevoerd door Hugo Chávez. Het voorziet dat de bevolking voor elke verkozene op alle niveau’s na de helft van het mandaat een referendum kan eisen om de verkozene ’terug te roepen’. Als de verkozene dat referendum verliest, volgen er nieuwe verkiezingen voor het betrokken mandaat.

President Maduro is in de tweede helft van zijn mandaat en een referendum kan dus. Het lijdt geen twijfel dat de MUD dat na deze overwinning bij de parlementsverkiezingen zal doen. President Maduro erkende op de nationale tv de nederlaag van zijn partij – de eerste grote nederlaag sinds Hugo Chávez de verkiezingen won in 19991.

Eigen fouten en lage olieprijzen

De oorzaken voor deze nederlaag na zestien jaar onafgebroken bestuur moeten de medestanders van Chávez in de eerste plaats bij zichzelf zoeken. Interne tweestrijd, corruptie in eigen rangen, ondoordachte economische beslissingen en onverstandige politieke uitspraken hebben zonder twijfel bijgedragen aan dit resultaat. De sociale programma’s werden gefinancierd met de winsten van de nationale petroleummaatschappij Petróleos de Venezuela Sociedad Anónima (PDVSA). Ze waren de ruggengraat waarop het succes van de PSUV was gebouwd. Ze werden echter nooit structureel omgebouwd tot stabiele overheidsdiensten.

Daarnaast zijn er onmiskenbare omgevingsfactoren die maakten dat een en ander niet meer liep zals voorheen. Nicolás Maduro was dan wel een van de trouwste bondgenoten van Hugo Chávez sinds 1995, toen die aan zijn politieke opmars begon. Hij heeft echter het charisma, de welsprekendheid en de daadkracht van zijn voorganger niet. Zijn pogingen om de stijl van Chávez te imiteren waren vooral contraproductief.

Bovendien werd Maduro geconfronteerd met een probleem dat Chávez nooit had gekend: lage olieprijzen. Hugo Chávez kon zijn sociale beleid voeren met de opbrengsten van hoge olieprijzen. Die sociale programma’s werden georganiseerd buiten de officiële Venezolaanse overheidsadministratie om. Die was immers volledig in handen van de oppositie, die tot 1999 tientallen jaren lang de macht had uitgeoefend. Eenmaal die eigen bron van inkomsten opdroogde werd de structurele zwakte van die programma’s onmiskenbaar.

Oneerlijke politieke praktijken van de oppositie

Daarnaast waren er echter ook een aantal politieke factoren die maakten dat het democratische spel niet eerlijk werd gespeeld. De politieke krachten die tot 1999 de dienst uitmaakten hebben de strijd om de macht nooit opgegeven. De beweringen van sommige media hier ten spijt heeft de oligarchie nooit zijn greep gelost op de media.

In Venezuela zijn de massamedia na zestien jaar chavisme nog steeds voor het overgrote deel in handen van de oligarchie. Die hebben sinds 1999 een meedogenloze campagne gevoerd om de democratische verkiezing van Hugo Chávez ongedaan te maken.

In 2002 mislukte een poging tot staatsgreep na amper 42 uur, dankzij massaal protest en de weigering van het leger om de president te executeren. Daarna volgde een economische blokkade in 2003.

Mediapropaganda

De media in handen van diezelfde oligarchie lieten een barrage van laster op de regering los, die in de EU enkel zijn gelijke kent in de rechtse pers van Griekenland. Eender welke respectloze leugen werd gelanceerd, van kinderprostitutie tot drugsorgieën in het presidentieel paleis tot banden met de maffia of verkoop van organen. Om de grondwetsherziening te kelderen werden verhalen gelanceerd over milities die kinderen kwamen ontvoeren in de openbare scholen om naar ideologische heropvoedingskampen te brengen. Uitzonderlijk is dit alles niet. In Latijns-Amerika is men op dit vlak immers wel een en ander gewoon.

Problematische was (en is) dat de westerse media de politieke argumenten van de oligarchie ongenuanceerd overnamen. Een staaltje van die eenzijdige berichtgeving was te zien in de hierboven reeds vermelde reportagereeks.

Wat Chávez ook deed, het werd steevast verdraaid tot een travestie van de feiten. Zijn actieve inzet om de Organisatie van Petroleum Exportende Landen (OPEC) terug te lanceren, werden afgedaan als toenaderingen tot Iran. Dat Saoedi-Arabië ook lid is van de OPEC werd daarbij zedig verzwegen. Die propaganda-oorlog miste zijn effecten niet. Chávez zelf was daar meermaals zeer bitter over, hoe hij telkens weer werd verkeerd geciteerd.

Dat de politieke erfenis van Hugo Chávez zonder zijn dominante aanwezigheid in groot gevaar kwam, was voor vriend en vijand duidelijk. Maduro wist de presidentsverkiezingen van 2013 slechts zeer krap te winnen met 50,6 procent van de stemmen. Dat was een teken aan de wand. Hij kon daarna het tij niet langer keren.

De economische ziekte van Venezuela

Of de nieuwe parlementaire meerderheid de economische problemen van Venezuela gaat oplossen is maar de vraag. Zestien jaar chavisme heeft het essentiële probleem, de zo goed als volledige afhankelijkheid van Venezuela van de petroleuminkomsten, niet opgelost.

Wat dat laatste betreft bleken de voorbije zestien jaar echter allesbehalve een breuk met het verleden voor 1999, toen de nieuwe machthebbers van nu het nog volledig voor het zeggen hadden. Uit het artikel Lessons from Venezuela in tough economic times in de Financial Times van 12 november 2015 blijkt (link enkel toegankelijk voor abonnees):

Henrique Capriles
Henrique Capriles (WikiMedia Commons)

“Het kan niet betwijfeld worden dat de economische performantie van Venezuela reeds tientallen jaren uitzonderlijk pover is. Sinds 1975 groeide het gemiddelde bnp per hoofd van de bevolking in het land met 0,2 procent per jaar, beduidend lager dan het gemiddelde van 3,6 procent in de (toenmalige) groei-economieën. Wat meestal wordt vergeten is dat deze lange periode van economische onderprestaties dus reeds begon in de jaren 1970, 20 jaar voor de verkiezing van Hugo Chávez in 1999. Dit suggereert dat er diepe structurele oorzaken zijn voor de economische problemen van Venezuela die veel verder gaan dan het beleid van de recente regeringen.”

Afgaande op het politieke verleden van de overwinnaars van MUD is het twijfelachtig dat zij het anders gaan doen dan hun voorgangers. Zij komen stuk voor stuk uit de oligarchie en hebben actief deel genomen aan de staatsgreep van 2002, de economische lock-out van 2003 en van de voorbije twee jaar.

Eensgezinde oppositie

Bovendien is het allesbehalve gegarandeerd dat de MUD als machtspartij wel eensgezind blijft. Een van de vele redenen die Chávez’ succes verzekerden, waren de enorme interne ruzies binnen de oppositie, die enkel hun afkeer van Chávez met elkaar gemeen hadden, maar elkaar voor de rest de machtsverdeling niet gunden. De MUD is in hoofdzaak een creatie van de Amerikaanse ambassade die met miljoenen dollars ‘steun aan de democratie’ alle bekvechtende fracties achter gemeenschappelijk kandidaat Capriles kreeg.

Leopoldo López
Leopoldo López (WikiMedia Commons)

Een van de eerste daden die het nieuwe parlement zonder twijfel zal nemen is het goedkeuren van een amnestiewet voor de vrijlating van Leopoldo López, die voor zijn openlijke oproepen tot geweld bij de rellen van 2013-2014 in de gevangenis zit. Naar de buitenwereld verdedigt Capriles hem als een politiek gevangene. Het is echter vooral zijn grootste rivaal voor de macht.

De regering van president Maduro heeft deze nederlaag voor een deel aan zichzelf te wijten. Dat neemt niet weg dat ze moest strijden met ongelijke wapens, met een openlijk vijandige pers en met de obstructie van het machtigste land ter wereld.

Een ding staat echter als een paal boven water: net als alle verkiezingen sinds 1999 is deze verkiezing democratisch, transparant, fair en correct verlopen. Ook de winnaars van de verkiezingen betwisten dat niet, getuige het feit dat ze voor het eerst in zestien jaar het woord verkiezingsfraude niet in de mond nemen en voor het eerst ook de voorlopige resultaten van de nationale verkiezingscommissie niet in twijfel trekken. Of ze die verkiezingscommissie zullen laten voortbestaan is echter niet zeker.

1 Hugo Chávez verloor ook een referendum voor een nieuwe grondwet in 2007. Zijn voorstel behaalde toen 49,35 procent. Hij erkende onmiddellijk zijn nederlaag.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.