Palestina – Geschiedenis van een kolonisatie

Palestina - Geschiedenis van een kolonisatie
FacebooktwitterFacebooktwitter

Vijftien jaar na eerste publicatie verschijnt de herziene en geactualiseerde derde druk ‘Palestina – Geschiedenis van een kolonisatie’ van Lucas Catherine. Catherine was de eerste Nederlandstalige auteur die ‘Palestina’ en ‘kolonisatie’ onder één noemer bracht. In 2002 heette het nog ‘Palestina – De Laatste Kolonie’. Dat klopt nog steeds. Een essentieel boek om de Palestijnse strijd voor zelfbeschikking te vatten.

Lucas Catherine
Lucas Catherine

Lucas Catherine is met de geactualiseerde herdruk Palestina – Geschiedenis van een kolonisatie niet aan zijn proefstuk toe. Zijn allereerste boek in 1978 ging er al over: Honderd jaar kolonisatie in Palestina. Sindsdien schreef hij meer dan dertig boeken over de Arabische wereld, over Congo en over Brussel (zie onder meer de hieronder vermelde recensies). Hij heeft Palestina altijd consequent gekaderd in zijn strijd tegen kolonisatie.

Wie op zoek is naar achtergrond, duiding, context, wie aanvoelt dat net dat totaal ontbreekt in de doorsnee berichtgeving over Palestina is bij deze man en dit boek aan het juiste adres. Catherine heeft zijn boek uit 2002 geactualiseerd, door onder meer de drie recentste oorlogen tegen Gaza er in op te nemen.

Eén voorbeeld uit velen

Wie alleen op grote media afgaat voor zijn informatie houdt van de kwestie Palestina een vage indruk over van twee landen of volkeren die elkaar om onbekende redenen niet luchten en daar op allerlei gewelddadige manieren uiting aan geven. Context en duiding ontbreekt bijna volledig. Termen als ‘conflict’, ‘vredesproces’, ‘wapenstilstand’ suggereren dat deze kwestie over min of meer gelijkwaardige tegenstanders gaat, die om beurten over de schreef gaan bij hun wederzijds geweld.

Het is een framing waar Israël al lang vrede mee kan nemen (bedoelde woordspeling). Israël is in dit scenario immers een slachtoffer dat weliswaar regelmatig disproportioneel over de schreef gaat (wat dan doorgaat voor de kritische berichtgeving over Israël), maar dat altijd doet voor het bereiken van nobele doelstellingen als veiligheid of strijd tegen het terrorisme. De Palestijnse bevolking is daarin ook een slachtoffer, dat echter met de regelmaat van de klok halsstarrig weigert op de per definitie redelijke eisen van het ‘vredesproces’ in te gaan en met de regelmaat vban de klok Israël zonder enige aanleiding provoceert met raketaanvallen (de ‘kritische berichtgeving over de Palestijnen).

Een zeer goed voorbeeld van deze bevooroordeelde framing is een bericht van de VRT-nieuwsdienst op 25 februari 2013 (Zie  VRT en de ‘objectieve feiten’ over Israël/Palestina). Die dag had Hamas vanuit Gaza een raket afgevuurd op Israël, waarmee de organisatie voor het eerst een vier maand oud wapenbestand schond. Het bericht beantwoordde volledig aan de criteria van objectiviteit en neutraliteit zoals de VRT die zelf propageert. Toch was dit bericht het tegendeel.

Hamas had inderdaad één raket1 afgevuurd. Daarmee schond Hamas inderdaad voor het eerst een bestand van vier maanden. Er werd niemand gewond en de schade beperkte zich tot het wegdek waarop de raket neerkwam. Het bericht was met andere woorden een objectieve, neutrale weergave van een onweerlegbaar feit. Er ontbrak echter essentiële informatie om dat feit te duiden.

Palestina - Geschiedenis van een kolonisatie

Voor Hamas deze eerste schending van het bestand beging, had Israël reeds ongeveer 100 maal datzelfde bestand geschonden, door tientallen grensoverschrijdingen, waarbij 63 maal wapens werden afgevuurd (raketten, tankgeschut, mitrailleurvuur, artillerie) en waarbij huizen en nutsinstallaties werden vernield en tien Palestijnen omkwamen. Daar had de VRT in de voorbije 4 maand nergens over bericht. Het weglaten van deze essentiële context bij dit korte bericht liet bij de kijker de perceptie na dat Hamas de eerste en enige overtreder van het bestand was en dus als enige verantwoordelijk was voor het hervatten van het wederzijds geweld en van de reacties vanuit Israël.

Er zijn tientallen voorbeelden te vinden van dergelijke vooringenomen kadering in kranten, tijdschriften, radio en tv. Dit ene korte bericht is geen uitzondering maar illustratief voor een veel groter probleem: de zogenaamd neutrale, objectieve berichtgeving over Palestina is in werkelijkheid systematisch negatief tegenover de Palestijnen, selectief en vooringenomen. Daarom is dit boek van Catherine essentieel tegengif.

Een relevant boek voor de komende jaren

Volgens de uitgever in de inleiding is dit boek “zo compleet dat je het over vijftien jaar nog kunt gebruiken. Tenminste, als de politieke situatie onveranderd blijft.” Dat is een voorspelling die – jammer genoeg – klopt. Voorlopig ziet het er immers niet naar uit dat Israël van zijn principiële keuze afwijkt voor meer koloniale territoria, meer repressie, meer apartheid ten koste van vrede.

Niets is echter voorspelbaar. Niemand had een paar jaar voor het einde van de apartheid in Zuid-Afrika voorzien dat het zo snel zou gaan. De krampachtige manier waarop Israël reageert op het stijgend succes van de BDS (Boycot-Divest-Sanction)-campagne loopt in ieder geval volledig in lijn met de manier waarop Zuid-Afrika reageert op de Boycot Apartheid. Men kan en mag voor de Palestijnse bevolking hopen dat het tot een einde van de bezetting komt, maar voorlopig ziet het er niet naar uit.

Waarom dan dit boek? Om wat het de lezer leert over die zo noodzakelijke achtergrond om Palestina en het Palestijns verzet te begrijpen. Een aantal voorbeelden uit het boek. Tot kort voor de oprichting van de staat Israël in 1948 gebruikten de zionisten zelf nog openlijk de termen ‘kolonisatie’ en ‘Palestina’. Die eerste term raakte na WOII in opspraak, de meeste kolonies bevochten dan hun onafhankelijkheid. De tweede term ‘Palestina’ werd om evidente redenen niet langer gebruikt door de nieuwe staat die zich Israël noemde. Hedendaagse zionisten beweren dat er nooit zoiets heeft bestaand met die naam. Over de historische herkomst van de naam Israël verneem je een en ander in dit boek.

Catherine begint aanvankelijk bij de Eerste Wereldoorlog, maar gaat vervolgens veel verder terug. Het zionisme was in het begin van de twintigste eeuw een marginale minderheidsbeweging binnen de Europese Joodse gemeenschappen, buiten Europa was de beweging onbestaand. Ondanks eeuwenlange zware vervolgingen en pogroms zagen de meerderheid der Joden zich immers nog altijd als een deel van de landen waar ze woonden. Het zionisme – de wil om alle Joden samen te brengen in één land – had echter iets wat anti-semieten zeer beviel.

Britse steun voor kolonisatie Palestina

Brits minister van buitenlandse zaken Lord Balfour was een groot tegenstander van de volgens hem bezoedelende immigratie van Oost-Europese Joden in zijn land. Hij kon zich goed vinden in een ideologie die propageerde dat alle Joden ter wereld hun land van herkomst moesten verlaten voor dat éne beloofde land.

In 1905 verklaarden de zionisten hem nog ‘een openlijke antisemiet en vijand van heel het Joodse volk’. Balfour had als toenmalig eerste minister de Alien Act goedgekeurd. Hij verdedigde deze anti-immigratiewet met volgende woorden in het parlement: “Er is het land een immens ongeluk overkomen door deze immigratiegolf die vooral uit Joden bestaat… Zij blijven een volk dat zich apart houdt. Ze belijden niet alleen een andere religie dan de overgrote meerderheid van onze landgenoten, maar huwen ook alleen maar onder elkaar.’ Vandaag gebruiken talrijke Europese politieke partijen waaronder twee Vlaamse hetzelfde discours tegen een andere religieuze gemeenschap.

In 1917 bood hij de zionisten echter hulp bij hun plannen om Palestina te koloniseren. Dat deed hij niet alleen vanuit zijn verlangen zoveel mogelijk Joden te zien vertrekken uit Groot-Brittannië ( wat hij ‘het wegwerken van ongenode Joden uit Oost-Europa’ noemde). De zionisten waren ‘een zelfgeorganiseerde groep Europese kolonisten die daar onder Britse bescherming het land konden bezetten’, die onder meer de olie-uitvoer uit Noord-Irak via het Suez-kanaal konden bewaken.

Ook vandaag ziet de regering van Benjamin Netanyahu er geen graten in om vriendschapsbanden te smeden met de meeste rechtse rabiate anti-semieten in het buitenland. Hij heeft de openlijk anti-Joodse slogans van de alt-rightbeweging in de VS nooit veroordeeld of aangeklaagd en voelt zich in zijn sas met de christelijke anti-semitische pro-zionisten die onder Trump het Israël-beleid van de Amerikaanse regering vorm geven.

Palestijns verzet tegen de kolonisatie

Palestina is altijd een land van pelgrims geweest. Zowat alle monotheïstische godsdiensten hadden er hun bedevaartsoorden. Het Jund Filastin (Palestijnen noemen zich Filastijnen, Palestina is de Romeinse naam) was in de zevende eeuw onderdeel van het Arabische Rijk. Negen eeuwen later volgde het Ottomaanse Rijk. De bewoners waren hoofdzakelijk landbouwers in een regio die al veel langer groen was dan in de Israël-mythe wordt beweerd.

Vanuit Palestina vertrokken zeep, olijfolie, fruit, groenten, sesamzaad, granen (vooral gierst) en katoen naar de verre kusten van de Middellandse Zee tot in Frankrijk en Spanje. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werden sinaasappelen het voornaamste exportproduct. Bevroren sinaasappelsap uit Palestina werd als een lekkernij klaargemaakt in Europese steden. De Arabische naam is sharbat, wat we nu sorbet noemen. De teelt van appelsienen was het eerste wat de nieuwe staat Israël van de Palestijnse boeren afnam en monopoliseerde in eigen Joodse handen. Omwille van zijn bekendheid werd de Arabische merknaam Jaffa behouden, de havenstad zelf werd omgedoopt tot het Hebreeuwse Yafo.

Ook de ontstaansgeschiedenis en evolutie van het zionisme krijgt ruime aandacht. Op het zesde Zionistencongres van 1903 gebruikte de beweging nog openlijk de juiste termen om zijn bedoelingen in Palestina (dat ze ook zo noemden) toe te lichten: het plan was ‘een net van kolonies over het land spannen’. Om hun plannen te financieren richtten zij een bank op: de Jewish Colonial Trust – Juedische Colonialbank. Ook België speelde een kleine maar niet onaanzienlijke rol voor deze bevolkingskolonisatie naar Zuid-Afrikaans en Australisch model.

Een lange geschiedenis van verzet

Na de Tweede Wereldoorlog verkreeg Groot-Brittannië een mandaat over Palestina van de Volkerenbond (voorloper van de Verenigde Naties). Dat was concreet slechts een bevestiging van de feitelijke Britse militaire bezetting. De Palestijnen zagen dat Brits mandaat en de Joodse kolonisatie als twee delen van een geheel. Toen werd ook de eerste Palestijnse verzetsorganisatie opgericht: de Unie van Islamitisch-Christelijke Verenigingen die ijverde voor een seculiere maatschappij met vrijheid van godsdienst.

Daarmee start het meest boeiende onderwerp van dit boek: de geschiedenis van het Palestijns verzet tegen de kolonisatie. Die ging de oprichting van Israël in 1949 dus lang vooraf. In 1929 komt de eerste volksopstand. De Britse militaire uitzonderingsrechtbanken gaven 1500 Arabieren zware straffen en lieten 17 leiders ophangen.

Vandaag gebruiken de militaire rechtbanken in de bezette gebieden nog steeds dezelfde militaire edicten van het Britse militaire gezag als juridisch kader voor de Palestijnen (niet voor de Joodse kolonisten). Sinds de bloedige repressie van het volksverzet in 1929 gaf het Palestijns verzet grotendeels het idee op dat ongewapend verzet enig resultaat kan bereiken en begon dat verzet zich te bewapenen.

De mythe van de kibbutz

Catherine maakt in zijn boek ook brandhout van de mythe van de socialistische kibbutz. Die waren wel socialistisch, maar alleen voor Joden. Latere eerste minister Golda Meir zei bovendien dat ook de vakbonden ‘een groot kolonisatie-organisme’ waren. Het socialisme was daarbij altijd ondergeschikt aan de eisen van het zionisme.

De zionisten waren met hun openlijk anti-Arabisch racisme echter verre van uniek binnen de socialistische beweging. Dolores Ibarurri, de grote heldin van het communistisch verzet tegen Franco, noemde de Arabieren een “moorse horde, wilde beesten, dronken van sensualiteit, die onze vrouwen en dochters verkrachten”.

Bovendien waren de zionisten ook intern-Joods racistisch. De Europese zionisten zagen met lede ogen Arabische Joden naar Israël emigreren. Hun voorkeur ging volledig uit naar Europese Joden. Ook vandaag zijn Europese Joden nog steeds dominant in de economische en politieke elite.

Het eerste Palestijns verzet was democratisch, progressief en religieus neutraal. Het mocht niet baten. Britten, Fransen en de nieuwe grootmacht VS kozen resoluut voor bondgenootschappen met de meest retrograde tendensen in de Arabische wereld, met Saoedi-Arabië op kop.

Zij vreesden wegens hun neo-koloniale plannen voor de democratisering van de Arabische landen. Democratieën hebben nu eenmaal de gevaarlijke tendens om de belangen van de eigen bevolking te plaatsen boven de economische belangen van westerse grootmachten. Het is een verbond dat nog steeds stand houdt.

Israël deed hetzelfde om het Palestijns verzet te breken. Dat dat verzet ijverde voor een niet-religieuze lekenstaat met gelijkheid van alle burgers was voor de zionisten fundamenteel onaanvaardbaar. Het werd de voornaamste reden voor de zionisten om bondgenoten te zoeken bij de meest fanatieke islamisten. Met Israëlische middelen werd zo onder meer Hamas opgericht, als tegengewicht tegen de niet-religieuze Fatah, de organisatie onder leiding van Yasser Arafat, die de grootste organisatie werd van de koepelorganisatie PLO (Palestine Liberation Organisation).

Het ‘vredesproces’

Ik sla hier nog zoveel over, zoals het belang van water als reden voor de bezetting. Dit boek is niet samen te vatten. Het bulkt van data, lijsten van vernielde dorpen, cijfers van vermoorde of verdreven bevolkingsgroepen en vat het ‘vredesproces’ onder leiding van de VS samen. Die cijfers en namen hoef je niet van buiten te leren om Palestina te kennen, zolang je maar de processen en het systeem ziet dat er achter schuil gaat.

Wat doorgaat voor het ‘vredesproces’ kent één constante: de VS stelt zich voor als neutraal bemiddelaar maar staat volledig achter de eisen van Israël, Israël verandert voortdurend de feiten op het terrein en eist telkens weer nieuwe toegevingen. Weigeringen van de PLO om op die steeds maar ergere eisen in te gaan worden in de media verkocht als ‘gemiste kansen’. Elk nieuw verzet – burgerlijk of gewapend – tegen de brutale, dagelijkse repressie van de bezetting wordt ‘provocatie’ of ’terrorisme’, waarop Israël dan ‘reageert’, dikwijls met disproportioneel geweld..

Catherine spaart ook de PLO niet, de koepelorganisatie die verondersteld wordt alle Palestijnen te vertegenwoordigen. Yasser Arafat was een platte opportunist. Onder zijn opvolger en nog altijd huidig president Abbas is de PLO  verworden tot een corrupte kliek, die eender wat toegeeft voor het behoud van eigen commerciële belangen. De oudste zoon van Abbas is de rijkste Palestijn ter wereld. Dat een extreemrechtse beweging als Hamas de verkiezingen van 2006 kon winnen was niet te verwonderen. Fatah en de PLO hebben elk moreel gezag bij de Palestijnse bevolking verspeeld. De huidige Palestijnse Autoriteit is voor Catherine niet meer dan een collaborerend Vichy-regime.

Zeg nooit ‘kolonisatie’

Het boek eindigt met een overzicht van de drie recentste oorlogen tegen Gaza en met een overzicht van de hedendaagse propagandatechnieken van het zionisme, zoals de richtlijnen voor woordvoerders. Ideaal om bij de hand te hebben wanneer weer eens een apologeet van de bezetting aan het woord komt. Beluister hen goed.

Enkele van deze richtlijnen: ‘begin met begrip te tonen voor alle slachtoffers, geef wat kleine fouten toe, gebruik voortdurend de termen ‘democratie’, ‘vrijheid’, ‘veiligheid’, ‘vrede’ ook al doen ze niet terzake voor de gestelde vragen, gebruik daarentegen nooit de termen ‘bezetting’, ‘Joodse staat’ of ‘zionistische staat’, en al zeker niet ‘kolonisering’, spreek nooit over de ‘bezette gebieden’ maar over ‘veiligheidszones’, als je niet anders kan, heb het dan over ‘betwiste territoria’.

Ook daarom dus (en voor nog zoveel meer), lezen dit boek.

Lucas Catherine. Palestina -Geschiedenis van een kolonisatie. EPO, Antwerpen, 2017. 348 pp. ISBN 978 94 6267 119 5

1 Het gebruik van de term ‘raketten’ voor de projectielen van Hamas is eveneens een goed voorbeeld van mediaframing. Het suggereert een evenwicht van gelijke vuurkracht dat er niet is. Critici zoals Norman Finkelstein noemen ze ‘vuurwerk’. De raketten van Hamas zijn in essentie zware metalen buizen met een kleine lanceringsmotor van Iraanse makelij, meestal zonder munitielading. Ze zijn zo eenvoudig bij gebrek aan munitie en wegens de geringe draagkracht van de lanceringsmotor. Bovendien hebben deze raketten geen enkele strategische capaciteit: ze kunnen slechts vaagweg in een richting worden afgevuurd en niet nauwkeurig gericht worden, dit in tegenstelling tot de gesofisticeerde, zwaar bewapende en doelgerichte, strategische raketten die Israël lanceert. Die zware buizen zijn weliswaar zeer gevaarlijk als ze terechtkomen op een huis, een auto of een persoon, maar maken in tegenstelling tot Israëlische raketten nauwelijks slachtoffers, omdat ze voor het overgrote deel in open veld terechtkomen. Hamas noemt ze ‘onze schreeuw van wanhoop aan de wereld’. Israël gebruikt ze – met dank aan de onkritische media – terroristische aanvallen, waartegen zij het recht hebben zich te verdedigen.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.