15 augustus 1953: 70 jaar sinds VS en GB de democratie in Iran vernietigden

Betoging voor de democratische regering-Mossadegh (16 augustus 1953) in Teheran. Foto: William Arthur Cram/Public Domain

FacebooktwitterFacebooktwitter

Op 15 augustus 1953 werd democratisch verkozen eerste minister Mohammad Mossadegh van Iran afgezet door een militaire staatsgreep, vier dagen later nam Mohammad Reza Pahlavi als nieuwe sjah alle macht over. Deze coup werd gepland en logistiek voorbereid door de CIA en hun Britse collega’s. Echte winnaar van de staatsgreep was de Anglo-Iranian Oil Company, bedrijf dat we beter kennen onder zijn hedendaagse naam: British Petroleum (BP).

Een eerste misverstand dat wij, westerlingen, graag cultiveren over Iran: wij zeggen graag betweterig dat Iran het historische Perzië is, een rijk dat zeer ver teruggaat in de tijd. Die benaming klopt niet.

De bewoners van wat nu Iran is noemden zichzelf nooit Perzen. Het zijn de Grieken, de Romeinen en de rest van Europa die dat deden. Zelf noemen zij zich al minstens sinds de zestiende eeuw – en waarschijnlijk al lang ervoor – Iraniërs.

Iran, land met een rijke geschiedenis

Bovendien, bijna de helft van de bevolking van Iran is geen etnische Iraniër maar behoort tot een etnische minderheid, Azeri’s, Koerden, Beloetsjen, Turkmenen, Lurs, Mazandarians, Gilakis, Talysh, Armeniërs, Georgiërs, Assyriërs, Joden, Circassians … Iran heeft naast die diversiteit een enorm rijke literaire traditie en huisvest het mooiste wat er bestaat qua islamitische architectuur.

Farsi is een Indo-Europese taal die – ook al gebruiken ze het Arabisch schrift – meer verwant is met de Europese talen dan met het naburige Arabisch. Farsi deelt woorden met Latijn, Duits, Frans en Engels. Farsi is onder andere ook de hoofdtaal in grote delen van Tadzjikistan (wordt daar Tadzjiki genoemd), Afghanistan (Dari), Pakistan (Urdu) en in het noorden van India. Kleine minderheden spreken ook Farsi in Bahrein, Irak, Jemen en de Verenigde Arabische Emiraten.

Het eerste nationale Iraanse parlement (1906). Foto: Public Domain

Iran was en is een land van grote contradicties. Vandaag is het een Islamitische Republiek die door dogmatische sjiitische geestelijken wordt bestuurd, maar waar tegelijk slechts 1,4 procent van de bevolking naar het vrijdaggebed gaat, een van de laagste percentages van alle moslimlanden.

Vrouwen zijn in het openbaar aan zeer strenge kledingvoorschriften onderworpen, waartegen de voorbije jaren fel protest werd gevoerd, protest dat zeer hardhandig werd onderdrukt. Dat protest wordt ook gevoed door de slechte sociaal-economische situatie als gevolg van de internationale blokkade.

Vrouwen maken tegelijkertijd 60 procent uit van alle academici en spelen een cruciale rol in wetenschappelijk onderzoek en medische wetenschap. Bovendien blijven de meeste universiteitsstudentes ook na hun huwelijk verder werken.

Zonder te willen beweren dat Iran ooit in een ver verleden een democratie was naar hedendaagse normen, was het land toch eeuwenlang een vrijhaven voor nieuwe gedachten, voor kunst, voor literatuur, een verlichtend voorbeeld voor heel de regio en ver daarbuiten.

Het Westen verspreidt zijn blijde boodschap

Hoe kon een tiran als sjah Mohammed Reza Pahlavi zijn gruwelijk terreurbewind in een land met deze tradities vestigen en waarom ging zijn regime zo plots ten onder om plaats te maken voor het huidige dogmatische regime? Dat kan je alleen begrijpen als je weet wat in 1953 gebeurde.

Op 1 januari 1978 ontvangt president Carter de sjah van Iran in het Witte Huis. Foto: US Federal Government / Public Domain

Dat kon door directe Britse en Amerikaanse inmenging, hun logistieke en inhoudelijke steun aan een militaire staatsgreep en daaropvolgende steun aan het regime van de sjah, dat door Amnesty International werd gecatalogeerd als ‘het meest wrede op aarde’, met de folterpraktijken van de geheime politie SAVAK.

Het regime bleek in 1979 echter een kolos op lemen voeten en stortte na maandenlange protesten in elkaar. Wat er aanvankelijk uitzag als een sociale revolutie werd daarna vrij snel overgenomen door de enige nationale machtsstructuur die al bestond: de islamitische clerus. Het resultaat is het huidige regime.

Aan de staatsgreep van 1953 ging heel wat voorbereiding vooraf. De naoorlogse democratische evolutie in hun voormalige kolonie Iran verontrustte de Britse regeringen (zowel van Labour (!) als van Conservatieven). Democratie betekende immers dat het land leiders zou hebben die de belangen van hun eigen bevolking hoger inschatten dan die van grote buitenlandse economische belangen.

Groot-Brittannië maakte zich daarenboven na de Tweede Wereldoorlog nog heel even de illusie dat het land zijn imperium zou kunnen herstellen en terug de grootste wereldmacht kon worden.

Anglo-Iranian Oil Company

Iraans eerste minister Mossadegh besliste daar anders over. Hij was niet langer bereid alle winsten van het nieuwe zwarte goud van de twintigste eeuw in de Iraanse bodem zomaar af te geven aan de Anglo Iranian Oil Company (AIOC) en eiste de helft van de winst op voor zijn eigen land.

Mohammad Mossadegh tijdens zijn proces na de staatsgreep. De rechtbank durfde hem niet ter dood te veroordelen uit vrees voor nieuwe volksopstanden. Foto: CC BY-SA 4:0

Zoveel ‘communisme’ was meerdere bruggen te ver voor Groot-Brittannië en Mossadegh reageerde op de halsstarrige weigering met de nationalisatie van het bedrijf. Met de hulp van de VS werden vervolgens sociale onrusten uitgelokt in de gecoördineerde Operation Ajax, die de regering van Mossadegh uiteindelijk ten val bracht en de sjah de kans gaf zijn absolute macht te vestigen.

Groot-Brittannië maakte bij die staatsgreep in zijn imperialistische ijver echter een grote denkfout. Verzwakt door de Tweede Wereldoorlog deed het land een beroep op de hulp van de VS, dat in tegenstelling tot Europa met een volledig ongeschonden economisch apparaat de echte wereldmacht kon worden. In de VS dacht men heel anders over de zogenaamde inter-Engelstalige solidariteit.

‘Britannia (no longer) rules the waves’

De voorbereiding en uitvoering van de staatsgreep werd volledig door de VS overgenomen. Het scenario voor deze grootschalige staatsgreep was een primeur voor de VS. Hoewel, helemaal ongeschoold waren ze uiteraard niet. Voor de Tweede Wereldoorlog had Washington al een lange lijst gelukte coups op hun palmares staan in de eigen achtertuin van Latijns-Amerika.

Geen van die coups had echter de omvang en de impact van de staatsgreep in Iran. De lessen die de VS uit de staatsgreep in Iran leerden pasten ze vervolgens toe – bijna steeds met succes – o.a. in Guatemala (1954) en Indonesië (1967). De meest ingrijpende staatsgreep werd 20 jaar later in Chili (1973) gepleegd op de ‘eerste’ 11 september.

Wat deze staatsgrepen met elkaar gemeen hadden is het scenario, de voorbereiding, de logistieke ondersteuning, de inzet van het plaatselijke leger (tenminste die delen van het leger die er toe bereid waren) en de gulle medewerking van de media.

Wie de details van de staatsgreep van 1953 in Iran op een aangename en informatieve manier wil kennen, kan ik het grafische stripboek Ajax – The Story of the CIA Coup That Remade The Middle East aanraden (zie onderaan voor referentie).

Met de staatsgreep in Iran kregen de VS de bevestiging dat zij en zij alleen voortaan de dienst uitmaakten en dat Groot-Brittannië vanaf dan slechts nog een dienende rol zou spelen. Het is nooit meer veranderd. Het Iraanse scenario werd daarna gekopieerd en geperfectioneerd in talloze landen in Afrika, Azië en vooral in de eigen achtertuin van Latijns-Amerika.

‘Communisme’

‘Communisme’ was het officiële argument om elke onderdrukking van de soevereine wil van weerbarstige staten te rechtvaardigen. Iraans eerste minister Mossadegh mocht dan wel een zeer gematigde rechtse liberaal met wat sociale reflexen zijn, dat belette de VS en de westerse media niet om hem als een gevaarlijke ‘communist’ te brandmerken. Hij wilde immers de rijkdom van de Iraanse bodem voor de ontwikkeling van de eigen bevolking gaan gebruiken. Not done.

De VS ontdekten de cruciale rol van de media, in het betrokken land zelf en daarbuiten, om de bevolking klaar te stomen voor een machtsovername. De Iraanse commerciële media verspreidden gretig halve waarheden en flagrante leugens over de regering Mossadegh. Politieke aanslagen werden hem in de schoenen geschoven.

De grote Amerikaanse en Britse media deden hun werk voor eigen publiek. Wie de kranten van toen er nu op naleest kan zich alleen maar vergapen aan de openlijk vooringenomen (en racistische) manier waarop alles wat de eigen regeringen in het buitenland deden werd goedgepraat. Overigens is dat hier niet veel beter. Lees nu de Belgische kranten van 1960-1961, het koloniale racisme druipt van de pagina’s.

Onder het folterregime van de sjah kreeg de Anglo-Iranian Oil Company terug alle fiscale voordelen van voorheen. Met zijn Iraanse megawinsten kon de AIOC vervolgens investeren in de rest van de wereld. De Iraanse connectie werd een jaar na de staatsgreep wel heel netjes uit de naam van het bedrijf gewist. U kent het vandaag als British Petroleum (BP) …

De staatsgreep van 1953 zond tevens een zeer belangrijke boodschap aan alle dictators ter wereld: “Doe wat je wil met je bevolking, maar doe het alleen als je aan onze kant staat, anders … Wie wel naar onze pijpen danst krijgt daarentegen onze volledige steun.” Wat werd bewezen door de massale steun die de sjah van Iran vervolgens kreeg.

26 jaar later

De CIA is echter noch oppermachtig noch alwetend. Net als de meeste overheidsinstellingen voor staatsveiligheid waar ook ter wereld is de politieke vooringenomenheid te diep ingebakken in deze organismen om andersdenkende tendensen goed in te schatten. Deze instellingen zien alles door een vijandbril, rekruteren uitsluitend in middens van gelijkdenkenden, de tegenstander heeft nooit edele motieven e.d.

Na 14 jaar verbanning in Frankrijk keert Ayatollah Khomeini op 1 februari 1979 terug naar zijn land. Het Westen rekent er nog op dat hij aan hun kant zal staan… Foto: GNU Free Documentation License

24 uur voor de sjah zijn land uit vluchtte op 16 januari 1979 kreeg VS-president Jimmy Carter nog zijn dagelijkse veiligheidsbriefing van de CIA: het leger en de sjah hadden de massale volksprotesten goed onder controle. Niet dus.

Zijn militaire opperbevelhebbers meldden de sjah dat het niet meer te stoppen was. Alleen massamoord op de bevolking kon het tij nog keren en zelfs dan was het eindresultaat onzeker. De CIA geloofde ondertussen de officiële zegeberichten. Hij vertrok.

Iran is sinds de revolutie van 1979 een irritante en ongehoorzame actor die een eigengereid buitenlands beleid voert in het Midden-Oosten. Zo geeft het regime steun aan militante organisaties in Syrië, Libanon en in de Gazastrook. Qua militaire slagkracht stelt die steun niet bijster veel voor. Echt storend is Irans politieke invloed.

De woede van de VS-elite over Iran is nog steeds deels te verklaren door dat ‘verlies’ van 1979. Van centrale machtsbasis in het Midden-Oosten voor de VS werd het land in één klap de grootste vijand in de regio.

Iran biedt regimes en organisaties in de regio een andere keuze. Deze Iraanse ‘inmenging’ doorkruist de plannen van de VS voor de regio. Iran is ongehoorzaam en veroorzaakt ‘instabiliteit’. Wat de VS in het Midden-Oosten doen is daarentegen nooit ‘inmenging’ en ‘instabiliteit’ betekent concreet elke situatie die niet beantwoordt aan de wensen van de VS.

De VS heeft de aardolie van het Midden-Oosten al lang niet meer nodig, maar wil er om heel andere redenen de controle over behouden. Het Midden-Oosten is nog altijd de voornaamste energiebron van China, India én de Europese Unie. Iran is in dat geheel een zeer vervelende stoorzender.

Daar gaat dit over. Het huidige regime in Iran is niet goed voor zijn bevolking – zoals blijkt uit de opstanden en de repressie – maar laten we wel wezen: dat is de laatste zorg van de VS (en in hun kielzog Groot-Brittannië). De VS hebben in 1953 de democratie in Iran vernietigd, waarna ze  26 jaar lang een gruwelijk folterregime hebben in stand gehouden. Die ‘parel’ zijn ze kwijt. Hun ‘parel’ willen ze terug.

Dit gaat over hegemonie en controle over grondstoffen en over niets anders.

 

Boek: Ajax – The Story of the CIA Coup That Remade The Middle East. Verso Books, London, 2015, 248 pp. ISBN  978 1781 6892 33

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.