Verzetsmuseum Amsterdam motiveert je voor de strijd tegen extreemrechts nu

Intocht Canadese bevrijders op de Dam in Amsterdam. Foto: verzetsmuseum.org

FacebooktwitterFacebooktwitter

Wie steden bezoekt voor hun musea denkt bij Amsterdam uiteraard aan het Anne Frank Museum en het Van Gogh Museum – naast vele andere. Tijdens een recent bezoek aan de culturele hoofdstad der Nederlanden bezocht ik een mij onbekend museum. Het Verzetsmuseum is motiverende inspiratie voor al wie zich wil engageren in de strijd tegen extreemrechts vandaag.

Op 15 februari was ik in Amsterdam samen onze nieuwe deWereldMorgen-collega Youna Mulock Houwer – voor een interview met Anja Meulenbelt, die er haar boek Nooit Meer is Nu voorstelde. In dat boek verwoordt zij haar walging over de genocide in Gaza en het gemak waarmee de Nederlandse demissionaire regering-Rutte daar zijn medewerking aan verleent.

Amsterdam snel heen en weer alleen maar voor een interview, dat doe je uiteraard niet. Ik nam er een dag extra bij. Wie citytrips zegt, denkt stadswandelingen, terrasjes, lekker eten. En musea, daar heeft Amsterdam er heel wat van, het Anne Frank Museum en het Vincent van Gogh Museum zijn evidenties, het eerste om politiek-historische redenen, het tweede puur voor de kunst, maar er is zoveel meer.

Hoe waardevol ook, lange rijen buitenlandse bezoekers aan musea heb ik altijd wat bizar gevonden. Een museum wil je toch in alle rust en kalmte bezoeken, zonder drummen en aanschuiven? En bovendien, hoeveel buitenlandse toeristen in Barcelona, Lissabon, Parijs1… bezoeken nooit de musea in hun eigen stad?

Gelukkig blijkt dat niet het geval aan het Verzetsmuseum. Hier alleen echt geïnteresseerde bezoekers. Goed.

Kranten doen verslag van de Duitse inval en de overgave van Nederland. Foto: verzetsmuseum/org

Het zal de volgers van deze nieuwssite niet verbazen dat mijn belangstelling vooral uitgaat naar musea met een politiek-historische context. Mijn zoektocht naar een goedkoop nachtverblijf in Amsterdam – niet eenvoudig maar wie zoekt die vindt – bracht me een onvoorziene tip. Ik vond een nachtverblijf dicht bij het Verzetsmuseum.

Dat museum blijkt al te bestaan sinds 1984, maar ik kende het niet. De eerste oprichters waren zelf voormalige verzetsstrijders, die met hun verhalen wilden reageren op de hernieuwde opkomst van extreemrechts. In 1999 kwam het museum op zijn huidige locatie terecht in het Gebouw Plancius, dat zelf een bewogen geschiedenis heeft.

Dit gebouw huisvestte na zijn oprichting eind 19de eeuw oorspronkelijk Joodse culturele organisaties tot 1914, waarna het de weinig glorieuze stalplaats werd van een taxibedrijf. Tijdens het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog diende het als garage voor Duitse voertuigen.

Gebouw Plancius. Foto: Jvhertum/Public Domain

Vanaf 1970 nam de Amsterdamse politie het gebouw over voor zijn Ongevallendienst, tot het in 1998 zijn huidige bestemming kreeg als museum van het verzet. Sinds 2001 is het gebouw een erkend Rijksmonument. In 2022 werd de expositieruimte volledig vernieuwd en het moet gezegd:  zonder meer schitterend.

Hier neem je tijd voor

Bezoekers wandelen met hun luisterapparaat aan eigen tempo doorheen de zalen langsheen de verhalen van gewone mensen – allen helden tegen wil en dank. Ook alle filmzaaltjes zijn een bezoek waard.

Hier leer je hoe de ene Nederlander gemotiveerd – en bewust van de dodelijke risico’s – voor het verzet koos, terwijl anderen er eerder toevallig of door omstandigheden in terecht kwamen.

Detail van een poster van de Nationaal-Socialistische Beweging NSB onder leiding van Anton Mussert. Archief verzetsmuseum.org

Nog andere Nederlanders waren te bang en een aantal koos eveneens zeer ‘doelbewust’ voor de nazi-ideologie. Ook hun collaboratie en de Jodenvervolging krijgt zijn plaats in dit museum.

Reken op meer dan twee uur als je alles wil zien, maar wees gerust, het verveelt geen moment. Hier niet de toeristische museumblues waar je halfweg toch alles wat wil gaan inkorten, je blijft zaal na zaal doorgaan.

Koop zeker het boek, geen typisch museumboek dat je in de opwinding van het ogenblik koopt om daarna nooit meer te bekijken. Dit krijgt een prominente plaats in mijn boekenkast en neem ik regelmatig terug door, om inspiratie en motivatie op te doen voor de zeer actuele strijd tegen extreemrechts.

Het museumboek

Het Verzetsmuseum betoont ook respect én erkenning voor de Surinaamse, Antilliaanse en Indonesische mede-verzetsstrijders uit de Nederlandse kolonies én geeft hen eerherstel. Zij werden immers niet bepaald geëerd na de oorlog omdat ze na het verdrijven van de nazi’s verder streden voor de bevrijding van hun ‘bezet’ land.

Tevens terechte aandacht – zij het nog wat te beperkt – voor het ware karakter van wat de ‘politionele actie’ in Nederlands Indië werd genoemd, het verdoezelende eufemisme voor de gruwelijke slachtingen door Nederlandse troepen die ‘hun eigendom’ terug wilden van de verdreven Japanse bezetters.

Zo moet een Nederlands verzetsheld van de oorlog in Nederland na zijn deelname aan de naoorlogse poging tot koloniale herovering van Nederlands Indië vaststellen dat hij de geschiedenis zal ingaan als oorlogsmisdadiger.

Wat te beperkte aandacht, maar met de bedenking erbij dat België het op dat vlak veel slechter doet, zie onder meer de manier waarop het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren nog altijd veel te ontwijkend omgaat met de Belgische koloniale geschiedenis, de gruwel van het regime van koning Leopold II en de moord op Patrice Lumumba.

Sinds het onderzoek van Belgisch historicus Dany Neudt naar het Belgische verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en de acties van de 8-mei-coalitie om van 8 mei terug een vrije dag te maken, als herinneringsdag aan de strijd tegen het fascisme, komt er geleidelijk aan terug waardig respect voor de Belgen die hun leven gaven tijdens het verzet tegen de nazi-bezetting. Er is het Fort van Breendonk, maar een echt verzetsmuseum is er niet (nog niet?).

Het Verzetsmuseum in Amsterdam doet meer dan een permanente expositie openhouden. Zo heeft het museum o.a. een 11-meter lange oplegger beschikbaar met de kindertentoonstelling Verzetsmuseum Junior op Wielen voor scholen en evenementen.

NOS-Jeugdjournaal 2013 (2:59):

De Nederlandse bevolking bleef gespaard van de Eerste Wereldoorlog en ving toen 1 miljoen Belgische vluchtelingen op. Nederland betaalde echter een zeer zware tol tijdens de Tweede Wereldoorlog.

België en het zuiden van Nederland werden volledig bevrijd in september-oktober- november 1944. Het noordelijke deel van Nederland moest nog een gruwelijke hongerwinter ondergaan tot 5 mei 1945, terwijl de Duitse bezetters fanatiek wraak namen op iedereen die voor hun onvermijdelijke nederlaag verantwoordelijk werd gehouden.

Het Nederlandse verzet was echter reeds voor de hongerwinter ’44-’45 zeer actief. Daar gaat dit museum over. In meer dan honderd verhalen vertelt het Verzetsmuseum hoe moedige Nederlanders dat deden. Ik kies er hier geen uit, want dat doet alle andere onrecht aan. Ga erheen, neem je tijd – en koop het boek. Zonder meer indrukwekkend.

 

Note:

1   Ik noem willekeurig drie steden die ik de voorbije jaren heb bezocht.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.