In juni 2026 is het negentig jaar geleden dat generaal Franco een staatsgreep pleegde tegen de democratische regering van Spanje en dankzij Europese passiviteit na drie jaar burgeroorlog tot zijn dood in 1975 een fascistisch bewind voerde. Hoe hij daarin slaagde is een belangrijke historische les voor de hedendaagse strijders tegen fascisme.
Iedere activist voor een rechtvaardige wereldorde doet er goed aan de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog te bestuderen. De Europese politieke krachten lieten toen het fascisme zijn gang gaan.
Het was voor de democratisch verkozen regeringen van Europa belangrijker een andere democratische regering tegen te houden die een socialistisch beleid wilde voeren dan te strijden tegen opkomend fascisme. Dat versterkte Hitler in zijn beslissing om drie jaar later Oostenrijk te bezetten en zo de Tweede Wereldoorlog te starten.
In Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland én België nemen vandaag de centrumrechtse en rechtse partijen het discours van extreemrechts over, dat voor hen best oké is zolang ze maar niet raken aan het economische bestel. Het was in 1936 niet anders.
Het begon in feite al in 1933
In januari 1936 vormde het Volksfront van socialisten, communisten en Catalaanse en Baskische nationalisten een regering, nadat het bij de verkiezingen samen een nipte parlementaire meerderheid had behaald.
Die regering stelde een programma voor dat een grondige hervorming van het Spaanse politieke bestel betekende. Steun voor modernisering van de maatschappij leefde vooral in de grote steden en de naar autonomie strevende industriële regio’s Catalonië en Baskenland. Spanje was op het platteland nog feodaal en fanatiek katholiek. De Spaanse Kerk verdedigde de maatschappelijke status quo vanaf de preekstoel van elke kerk tot in het kleinste dorp. Wie tegen de ‘natuurlijke orde’ in opstand kwam, beging een doodzonde.
De landadel en de stedelijke bourgeoisie bleven niet passief toekijken op de afbraak van hun lucratieve privileges. Zij hadden de volle steun van het opperbevel van het leger. Alle officieren kwamen uit dezelfde maatschappelijke klassen als de landadel en de stedelijke bourgeoisie. De dienstplichtige soldaten waren grotendeels arme boeren, die niets te zeggen hadden over hun lot, maar vanuit hun katholiek geloof meestal toch enthousiast deelnamen aan de vernietiging van goddeloze socialisten, communisten en anarchisten.
Geruchten over een staatsgreep deden reeds de ronde vanaf de eerste dag dat de democratische regering de eed aflegde en in feite werden al sinds 1933 complotten voorbereid om vorige linkse regeringen omver te werpen.
De militaire opstand begon op 17 juli 1936 in Spaans-Marokko, waar generaal Franco een van de bevelhebbers was. Hij greep de macht in de kolonie en riep het leger op het vasteland van Spanje op hem te vervoegen. Dat leek aanvankelijk te mislukken.
De Spaanse Burgeroorlog samenvatten in één artikel is onbegonnen werk. Er zijn meer dan voldoende bronnen, boeken, films, artikels, lezingen beschikbaar (vertrouw niet op WikiPedia). Een zeer goede introductie is de ontroerende film Land and Freedom (1995) van regisseur Ken Loach, volledig op YouTube te zien (Engels en Spaans gesproken, Engelse ondertitels):
Het republikeinse verzet van de regering in Madrid bleek immers taaier dan de legerleiding had ingeschat en niet alle militaire afdelingen namen deel aan de opstand. Ondanks hun slechte voorbereiding met nauwelijks getrainde strijders die amper bewapend waren kon de regering drie jaar standhouden tegen het logistiek sterke leger, dat bovendien zeer ervaren was in het onderdrukken van volksopstanden in koloniaal Spaans Marokko.
Het juiste dodental van drie jaar burgeroorlog zal nooit bekend zijn, want Franco liet na zijn uiteindelijke overwinning alle bewijzen vernietigen. Geëxecuteerde strijders en burgers werden naamloos in massagraven gedumpt.
Over die burgeroorlog zijn ontelbare boeken geschreven en films gedraaid van wisselende kwaliteit. Het meest memorabele kunstwerk dat de burgeroorlog herdenkt is het schilderij Guernica van Pablo Picasso, na een massaslachting door de Duitse luchtmacht in het Baskische dorpje Guernica (zie Op 26 april 1937 bombardeerde de Luftwaffe het stadje Guernica).

Opperbevelhebber van de Luftwaffe Hermann Göring testte er een nieuw concept uit dat hij later toepaste tijdens de Tweede Wereldoorlog: tapijtbombardementen op burgers in de dichtbevolkte steden in plaats van op militaire doelwitten. Hij werd er in het proces van Neurenberg nooit voor vervolgd, omdat de geallieerde troepen die tactiek eveneens hadden toegepast op Duitse steden.
Hypocriete ‘neutraliteit’ en ‘niet-inmenging’
Met Göring komen we bij de redenen waarom de reactionaire krachten uiteindelijk de Spaanse Burgeroorlog konden winnen. Hitler, Mussolini en de Portugese dictator Salazar gaven onmiddellijk hun volle steun aan de staatsgreep, niet zomaar in woorden. Ze streden met wapens en soldaten mee aan de zijde van Franco.
De reactie van de andere Europese landen en de VS was bijzonder schijnheilig. De burgeroorlog werd als een ‘intern conflict’ weggezet, waartegen volledige neutraliteit geboden was. Alle Europese landen kondigden een wapenembargo af ‘tegen alle betrokken partijen’, waar zeer streng op werd toegekeken.

In de praktijk betekende dit dat de democratisch verkozen regering zonder wapens aan zijn lot werd overgelaten tegenover een volledig uitgerust en getraind leger. Dat het democratisch verzet desondanks nog drie jaar stand heeft gehouden heeft alles te maken met de motivatie en het geloof in een andere betere maatschappij van de republikeinse strijders.
De reactionaire krachten die Franco hadden gesteund dachten na zijn overwinning dat de verbannen koning Alfonso XIII zou mogen terugkeren en dat hun lucratieve feodale uitbuiting van de rest van de bevolking terug ongehinderd kon hervatten. Franco dacht er anders over en benoemde zichzelf tot staatsleider.
De democratische regering maakte tijdens de burgeroorlog zeker fouten. Bovendien speelde de Sovjet-Unie onder Stalin een onfraaie rol, onder meer door de ontwapening van de internationale brigades (onder andere 2400 Belgische en 700 Nederlandse vrijwilligers).
Maar wat van al die fouten ook mag kloppen, zonder de Duitse, Italiaanse en Portugese wapens en de clandestiene levering van brandstof door de VS zou Franco het niet gehaald hebben.

De duizenden internationale vrijwilligers, waaronder ook vele Belgen, beseften dat dit meer was dan een ‘intern conflict’. Dit ging over de strijd voor een sociaal rechtvaardige wereldorde versus extreemrechtse partijen die in de jaren dertig overal opkwamen, en de macht grepen, niet alleen in Duitsland.
Spanje is nooit in het reine gekomen met dat verleden. Na de dood van Franco werd zijn overheidsapparaat grotendeels intact gelaten. Het gerecht, de politie en het leger bleven nog jaren bemand en bestuurd door medestanders van Franco.
Een waarschuwing
De Spaanse Burgeroorlog is een waarschuwing, niet als exacte herhaling, maar wel als ideologische strijd. Extreemrechts wint aan invloed in zowat alle Europese landen en krijgt nauwelijks weerwerk van politiek en media.
In Frankrijk worden in 2027 presidentsverkiezingen gehouden. De rechtse politieke krachten zijn bereid Jordan Bardella, leider van het extreemrechtse Rassemblement National, als presidentskandidaat te steunen tegen zijn linkse tegenstrever Jean-Luc Mélenchon.
De Spaanse Burgeroorlog heeft aangetoond dat het politieke midden altijd kiest voor extreemrechts, omdat het behoud van het economisch systeem voor hen belangrijker is dan de strijd voor sociale rechtvaardigheid.
Overal in Europa kopiëren centrumpartijen het discours van extreemrechts. Nergens overwegen zij de andere kant op te kijken. Dat was in 1936 zo en het is nu niet anders.
De geschiedenis kennen is voorkomen dat ze zich herhaalt
We weten hoe de Spaanse Burgeroorlog is verlopen en hoe die heeft geleid tot de Tweede Wereldoorlog. Militaire staatsgrepen zijn geen optie meer voor de rechtse krachten (hoewel, zeg nooit ‘nooit’). Zij gebruiken nu de democratische spelregels om de democratie van binnenuit te vernietigen.
De kennis van het verleden is essentieel om het heden te doorgronden. Democratie en vrijheid zijn geen gegarandeerde vanzelfsprekende rechten. Het zijn waarden waarvoor altijd gestreden moet worden.
Die strijd opgeven is gegarandeerd verliezen. Die strijd aangaan biedt geen zekerheid op succes, wel de reële kans dat het anders kan aflopen. Dat is goed genoeg om de sociale strijd tegen het fascisme verder te zetten.
Sven Tuytens en Vincent Scheltiens schreven In Spaanse Loopgraven – België en de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 over de 2400 Belgische vrijwilligers die meestreden in de Spaanse Burgeroorlog aan de zijde van de democratische regering (recensie volgt).
Sven Tuytens schreef eerder Las mamás belgas over een groep Belgische en Nederlandse vrouwen die gewonden gingen verplegen tijdens de Spaanse Burgeroorlog.