Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) heeft gelijk wanneer hij de maatregelen verdedigt die zijn minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) neemt om vervoersmaatschappij De Lijn verder in te krimpen. “We zaten met negen ministers aan tafel van de drie partijen die elk heel goed wisten welke beslissing ze namen.”
Meerdere burgemeester-volksvertegenwoordigers van N-VA, Vooruit en CD&V laten luid hun onmin horen over de tweede golf van inkrimpingen of afschaffingen van lijnen en haltes. Het argument van de Vlaamse minister is identiek aan wat de voorbije veertig jaar al wordt beweerd over ’te dure overheidsdiensten’ die elk jaar met ‘verlies’ werken. Te duur, inefficiënt, verspilling van belastinggeld …
Het is een zoveelste schijnshow van stoerdoenerij voor de lokale achterban na de feiten, na de beslissingen. Die gespeelde verontwaardiging is zoals steeds voor lokale consumptie bedoeld. Zo wekken parlementsleden bij hun lokale achterban de illusie dat zij zich hebben verzet. Wat ze willen is dat de minister hier en daar ‘correcties’ uitvoert op het afgesproken besparingsplan. Die kunnen de betrokken burgemeesters vervolgens verkopen als hun verdienste.

In hoeverre dergelijke manoeuvres al dan niet reeds besproken worden tijdens de ministerraad valt niet te bewijzen. Dergelijke afspraken zet je nu eenmaal niet op papier. Deze manier van doen is zo oud als de Belgische naoorlogse politiek, maar is vooral endemisch geworden vanaf de eerste neoliberale (toen nog alleen) Belgische regeringen van de jaren 1980 onder eerste ministers Leo Tindemans, Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene (allen CVP – CD&V).
Het komt er telkens op neer dat een eerste voorstel voor besparingen wat wordt teruggeschroefd, waarbij het nettoresultaat nog altijd zware sociale inleveringen inhoudt.
Openbaar vervoer moet weg
Ooit verrezen uit de as van de Volksunie als rechtse Vlaams-nationalistische partij is de N-VA geëvolueerd tot een fanatiek neoliberale partij voor wie elke vorm van sociale verantwoordelijkheid door de overheid vernietigd moet worden. Dat betekent onder meer dat openbaar vervoer gefinancierd door de overheid voor deze partij weg moet.
Dat oppositiepartijen als Groen en de PVDA hier harde kritiek op uiten is normaal. Voor Groen is dit onderdeel van hun bezorgdheid over het klimaat, meer files, meer fijnstof, meer ongevallen. De PVDA bekijkt dit meer vanuit zijn sociale gedachtengoed. Het zijn vooral scholieren, pendelaars, ouderen en armere mensen die de bus nemen.
Vooruit en CD&V hebben goed praten dat zij die bezorgdheid delen, maar keuren dit beleid uiteindelijk wel goed. Wat ze ervoor in ruil krijgen is vaag en onduidelijk. Dat was al zo in de regering Verhofstadt I toen de eerste groene regeringsdeelname ooit bijna het verdwijnen van de groene partij veroorzaakte.
Parlementaire praatbarakken
De uitholling van de macht van het parlement, als enig verkozen onderdeel van de drie staatsmachten, is als tientallen jaren gaande. Parlementen zijn ruggengraatloze praatbarakken geworden.
Al deze besparingsplannen werden onderhandeld in de regeringscoalitie waar Vooruit en CD&V mee aan tafel zaten met de N-VA. Het idee dat minister De Ridder cavalier seul zou spelen klopt niet. Ze zal als gehaaid politicus uiteraard graag die indruk geven. Het ligt nu echter reeds vast dat de tweede inkrimping van De Lijn doorgaat, omdat dit nu eenmaal zo is afgesproken door alle meerderheidspartijen.

Zonder twijfel gaan de ‘’kritische’ partijgenoten van de minister na een vinnig debat zeer tevreden naar huis, waar ze kunnen verkondigen dat ze heel hard hun best hebben gedaan. Deze schijnvertoning is bijna een exacte kopie van de manier waarop de ooit oppermachtige christendemocratische partij CVP (CD&V) werkte. Nationaal dingen beslissen waar ze lokaal oppositie tegen gingen voeren.
Niemand bakte het daarbij ooit zo bruin als Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Paul Akkermans (CVP – 1981-1985) die lokaal oppositie voerde tegen de beslissingen die hij in Brussel zelf had ondertekend.
Weg met de CVP-staat, leve de N-VA-staat?
Ooit profileerde de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) zich als de partij die komaf zou maken met ‘de oude politiek’, met de louche praktijken van achterkamertjes, met het gesjoemel van onwettig toegekende bouwvergunningen die Vlaanderen tot een van de lelijkst volgebouwde regio’s van Europa hebben gemaakt. Weg met die CVP-staat?
Wat nu gebeurt met De Lijn is geen besparingsbeleid uit financiële noodzaak. De Vlaamse regering houdt (net als de federale regering voor de trein) geen enkele rekening met de maatschappelijke en economische meerwinst die het openbaar vervoer elke dag creëert. Dat dit beleid meer files, meer ongevallen, meer vervuiling veroorzaakt deert niet. De individuele meerkost voor de burger is al evenmin een hindernis om hiermee door te gaan.
Vandaag is de N-VA een exacte kopie van die oude Christelijke Volkspartij (CVP). De N-VA is de nieuwe CVP – zonder de christelijke ballast. Met gulle medewerking van Vooruit en CD&V (niet langer de CVP).