Geen pensioen meer voor je 69, volgens CD&V

Gestresseerd door de files, opgehouden door wegenwerken, hebben we geen tijd om even 'stil te staan' bij de wegenwerkers die in weer en wind, hitte en kou, dag en nacht, weekdag en weekend, voor ons hun rug vernietigen. Ook voor hen doorgaan tot hun 70ste?

Gestresseerd door de files, opgehouden door wegenwerken, hebben we geen tijd om even 'stil te staan' bij de wegenwerkers die in weer en wind, hitte en kou, dag en nacht, weekdag en weekend, voor ons hun rug vernietigen. Ook voor hen doorgaan tot hun 70ste? (foto flickr creative commons/QbiT)

FacebooktwitterFacebooktwitter

CD&V-volksvertegenwoordigers Peter Van Rompuy en Robrecht Bothuyne gaan een wetsvoorstel indienen om de pensioenleeftijd te verhogen naar de gemiddelde leeftijd van de Belg qua gezonde levensjaren. Omdat het volgens hen niet ‘onlogisch is dat we langer gaan werken om de pensioenen en de gezondheidssector betaalbaar te houden’

De basispremisse van hun voorstel klinkt heel aannemelijk. Gemiddeld is iedereen gezond tot 69 jaar en dus perfect in staat om tot dan te blijven werken. Schijn bedriegt echter. Achter gemiddelde cijfers staat immers een menselijke realiteit. Concreet betekent dit jaartal dat de helft van alle Belgen op die leeftijd al niet meer gezond is (en volgens de logica van dit voorstel dus niet meer ‘in staat’ om te werken).

Bovendien is de kans groot dat het bij die eerste helft gaat om mensen met ziektes die het gevolg zijn van hun werk: ‘beroepsziekten’. Het gaat dan over vormen van fysieke arbeid. Het feit dat beroepsziektes daarenboven vooral welig tieren onder beroepscategorieën die niet tot de toplaag der lonen behoren, maakt het alleen maar cynischer.

Sociale ongelijkheid

Uit het rapport ‘Sociale ongelijkheden in gezondheid in België’ van 2011 waaraan UCL, VUB en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid meewerkten, blijkt dat de gezonde levensverwachting voor een 25-jarige man met de laagste scholingsgraad 28 jaar bedraagt, hij/zij is dan 53 jaar. Voor een 25-jarige man met een diploma hoger onderwijs van het lange type ligt die verwachting op 46 jaar, de gelukkige is dan 71 jaar. Elders in Europa worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Bij dit onderzoek viel ook ook op dat die verschillen sinds de jaren negentig van vorige eeuw opnieuw groter worden, een trendbreuk met de dalende lijn van die verschillen sinds de Tweede Wereldoorlog.

Van Rompuy en Bothuyne weigeren zich openlijk op een exacte leeftijd vast te pinnen. Concreet komt hun voorstel echter hier op neer. Een bouwvakker, een schoonmaakster, een vuilnisophaler mag fysiek veeleisend werk, meestal in ploeguren, tot haar/zijn 69 jaar blijven uitoefenen. ZIj zijn blijkbaar bereid een ‘uitzondering’ te maken voor mensen die in zware sectoren werken, maar blijven zeer vaag hoe ze dat concreet gaan invullen. Hoe zal er bijvoorbeeld rekening gehouden worden met de lagere lonen en het kleinere aantal arbeidsjaren voor de becijfering van het pensioen?

Ideologische keuze

Tegen 2060 moet er voor ons pensioenstelsel blijkbaar 15 miljard extra worden gevonden. Alleen al de notionele intrestaftrek betekent een jaarlijks bedrag van 6 miljard euro minder overheidsinkomsten. Beide politici laten ook andere voor de hand liggende oplossingen ongebruikt liggen. Een correcte inning van de belastingen van bedrijven bijvoorbeeld of een belasting op kapitaal. Dat wordt niet overwogen.

Dat de na-oorlogse babyboomgeneratie nu massaal op pensioen gaat is een feit. Uit de leeftijdscurve van de Belgische bevolking kan echter ook worden afgeleid dat na deze vergrijzingsgolf een terugval zal gebeuren in de verhouding gepensioneerden/werkende bevolking.

Los van dit alles is het verder onzinnig om nu al demografische prognoses te maken voor binnen vijftig jaar. Er zijn gewoon te veel onbekende factoren om zinnige uitspraken te doen over de maatschappelijke verhoudingen binnen vijftig jaar. Uitspraken over 2060 dienen uitsluitend een hedendaags doel.

Het voorstel van beide christendemocraten lijkt volgens hun argumenten ingegeven door puur rationele financiële afwegingen. In werkelijkheid gaat het om een ideologische keuze: voor een ander maatschappelijk model, voor een complete breuk met het naoorlogse sociale model.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.