“We voeren ongelijke strijd tegen ebola”

Rabatiou Serah Diallo, secretaris-generaal van de Confédération Nationale des Travailleurs de Guinée
FacebooktwitterFacebooktwitter

Rabatiou Sérah Diallo (1950) is secretaris-generaal van de Confédération Nationale des Travailleurs de Guinée. Zij was in België te gast bij Wereldsolidariteit en het ACV. DeWereldMorgen.be sprak met deze sociaal geëngageerde vrouw.

“Als jong meisje was ik vrij snel sociaal actief in jongeren- en vrouwenorganisaties. Maar ik voelde dat dat niet voldoende was. Sociaal onrecht is zo complex dat je dat niet deel per deel kan aanpakken. Ik zag dat je dat best kon bestrijden in de vakbond. Het is daar dat de strijd voor mensenrechten zijn globale context vindt. Daar kwam ik thuis. Ik ben lid geworden in 1969 en ben er nooit meer weggegaan.”

“Ik ben toen helemaal onderaan begonnen en heb met alle sectoren van de maatschappij gewerkt. Die ervaring heb ik meegenomen in mijn hogere functies. Zo heb ik altijd onthouden dat solidariteit met de allerarmsten de ultieme reden is waarom ik dit doe.”

“Aanvankelijk was dat niet evident, om twee redenen. Er was groot verzet van de mannelijke hiërarchie en vakbondsleden tegen vrouwen in hogere functies. De vrouwen moesten zelf ook overtuigd worden. Mijn eerste werk was dus vooral gericht op het motiveren van vrouwen om lid te worden. Ze waren er niet van overtuigd dat de strijd die ze in andere organisaties voerden ook door de vakbonden ondersteund kon worden. Dat vooroordeel wegnemen bij vrouwen was één van mijn grootste verwezenlijkingen.”

Beschimpt

“Zelfs met mannen van goede wil kan je er niet naast kijken dat specifieke vrouwenrechten, zoals zwangerschapsverlof of bescherming tegen seksuele intimidatie, het best door vrouwen zelf verdedigd worden. Zij kennen de realiteit persoonlijk, niet van onderzoeksrapporten. Zij wijzen de mannen op hun vooroordelen. Ik herinner me nog de tijd dat verslagen van een vergadering alleen naar de mannelijke deelnemers werden gestuurd. Die interne strijd heeft wel degelijk vruchten afgeworpen. Meer en meer vrouwen zijn uiteindelijk opgeklommen tot belangrijke leidinggevende functies.”

“Daarnaast moesten wij vechten tegen de vooroordelen in de buitenwereld. Vrouwen die zich sociaal engageerden werden beschimpt en beledigd: ‘Jullie verwaarlozen je gezin. Jullie gaan om met andere mannen dan je echtgenoot’. Een vrouw hoorde huisvrouw te zijn en voor de kinderen te zorgen.”

“Ook de werkgevers zagen ons niet graag komen. Als vrouw bij de vakbond werd je op die manier tweemaal gediscrimineerd. Vrouwen hebben de slechtst betaalde banen, verdienen minder dan mannelijke collega’s voor hetzelfde werk. Wij moesten voortdurend strijden voor de correcte toepassing van de bestaande wetten. Ironisch genoeg heeft Guinee een uitstekende wetgeving voor de bescherming van de vrouw. De meeste vrouwen weten daar echter niets van.”

Voorwendsel

“Meer dan 70 procent van de bevolking is analfabeet en zij die wel kunnen lezen hebben meestal geen toegang tot correcte informatie. Daarom organiseerden wij sessies met praktische informatie, die ook nooit te lang duurden, maximum een uur. Zo konden vrouwen zich permitteren om er naartoe te komen.”

“Ik ben voor dat werk meermaals gearresteerd, onder een of ander voorwendsel. Dankzij internationale druk ben ik wel altijd vrij snel weer vrijgelaten. Guinee had geen traditie van harde repressie. Dat heeft zich pas voorgedaan tijdens de transitieperiode van de eenpartijstaat naar het politiek pluralisme vanaf 2006. Er zijn in die periode honderden doden gevallen, zoals de slachting in het voetbalstadium van 28 september 2009. Militair interimpresident Moussa Dadis Camara verspeelde toen alle krediet.”

“Tot dan hadden wij altijd gewerkt in de traditie van de éénpartijstaat, met één erkende vakbond. Dat had voor- en nadelen. We werden niet gewelddadig onderdrukt maar er waren limieten aan wat we konden doen. Alle sociale organisaties waren geïntegreerd in het staatsapparaat. Er was daarbinnen geen ruimte voor al te vergaande kritiek op het systeem.”

“In 2006 kwam er een einde aan dat systeem. Uiteindelijk is er door internationale druk toch een akkoord gekomen en ben ik voorzitter geworden van de nationale overgangsraad. Die raad heeft drie dingen gedaan: een nieuwe grondwet, een nieuwe kieswetgeving en een wet op de vrijheid van de pers. De vakbond was altijd zeer nauw betrokken bij die overgang. Nu hebben we tenminste terug een arbeidswetgeving in Guinee.”

“De internationale solidariteit heeft een groot verschil gemaakt. Dankzij die steun durfden wij de strijd aan te gaan. De internationale dreiging met economische sancties heeft de machthebbers gedwongen een akkoord voor een overgangsregering te aanvaarden.”

Verdeeldheid

“Ondertussen veranderen de dingen razendsnel. Het verb