Oekraïne, pion op een groter schaakbord

Een gewonde soldaat van het Oekraïense leger (thepeoplesvoice.org)

Een gewonde soldaat van het Oekraïense leger (thepeoplesvoice.org)

FacebooktwitterFacebooktwitter

Terwijl moeizame gesprekken nauwelijks iets opleveren, wordt de kans op een grootschalige militaire escalatie in Oekraïne met de dag groter. Er is echter meer aan de hand dan een conflict, dat door buitenlandse krachten wordt opgestookt.

De escalatie van het geweld in Oekraïne heeft een niveau bereikt waarbij de strijdende partijen elkaar waard zijn geworden wat betreft grove schendingen van de mensenrechten en van de Conventies van Genève over het oorlogsrecht. Wie oprecht naar vrede wil zoeken, kan echter niet enkel kijken naar de huidige stand van zaken maar moet zoeken naar de oorzaken. Hoe is het tot een gewapend conflict gekomen?

Die oorzaken beginnen bij de vorige president Janoekovitsj. Hij werd president in 2010, door middel van verkiezingen die door de EU en de OVSE werden erkend als legitiem en transparant. Wat Janoekovitsj daarna deed, is bekend. Niemand twijfelt er nog aan dat zijn regering door en door corrupt was en dat elementaire principes van de rechtstaat en de democratie er werden geschonden.

Goed genoeg voor de EU

Ondanks dat autocratisch bestuur was hij goed genoeg voor de EU om er drie jaar zonder problemen mee te onderhandelen over een samenwerkingsakkoord. Dat akkoord was zo goed als afgerond en werd pas opgezegd, toen Janoekovitsj op het laatste ogenblik onder zware Russische druk weigerde de overeenkomst te ondertekenen.

Voor heel wat Oekraïners was deze weigering van Janoekovitsj de spreekwoordelijke druppel en er ontstonden volksopstanden tegen zijn corrupte regime. Vooral in het westen van Oekraïne verwachtte de bevolking immers een substantiële verbetering van hun sociaal-economische levensomstandigheden van deze betere samenwerking met de EU.

Die opstanden werden echter vrij snel gerecupereerd door allerlei extreem-rechtse bewegingen en door mantelorganisaties, die reeds enkele jaren met ruime financiële en logistieke steun van de Amerikaanse overheidsorganisatie USAID actief waren in Oekraïne.

De slachtpartijen van Maidan en Odessa

Janoekovitsj zag zich uiteindelijk verplicht de repressie terug te draaien. Toen een politieke overeenkomst werd bereikt voor zijn vertrek, wat inhield dat binnen het jaar nieuwe verkiezingen zouden worden gehouden, waarbij hij zelf geen kandidaat meer kon zijn, werden de moordende aanslagen op het Maidanplein gepleegd en Janoekovistj moest onmiddellijk op de vlucht.

De schuld voor de slachting van 20 februari 2014 op het Maidanplein werd volledig in Janoekovitsj’ schoenen geschoven. Het huidige regime in Kiev stelt sindsdien echter het gerechtelijk onderzoek over de gang van zaken voortdurend uit. Dit is merkwaardig, aangezien diezelfde regering stelt dat de slachtpartij volledig de verantwoordelijkheid was van het vorige regime. Janoekovitsj ontkent ondertussen elke betrokkenheid.

Een van de eerste beslissingen van het nieuwe regime was vervolgens het afschaffen van de Russische taal in de overheidsdiensten en de scholen. Onder druk van de EU werd dat voorstel snel afgevoerd, maar de boodschap was duidelijk genoeg. Daarop ontstonden de eerste ongewapende protesten in meerdere oostelijke steden.

Zij aanvaardden de legitimiteit van de nieuwe regering niet, die de president had afgezet die ze drie jaar eerder hadden verkozen. Deze opstanden gebruikten dezelfde vreedzame methodes als de eerdere volksopstanden in het westen, bezetting van overheidsgebouwen en betogingen. Ze werden door het nieuwe regime hardhandig aangepakt.

In de stad Odessa liep die repressie uit de hand. Op 2 mei 2014 kwamen meer dan veertig mensen om – het exacte aantal is nog steeds niet bekend – bij een brand in een vakbondsgebouw. De regering in Kiev weigert ook deze zaak te onderzoeken.

Getuigen ter plaatse wijzen de plaatselijke extreem-rechtse groeperingen aan als de aanstokers van de brand, en stellen dat zij belet hebben dat de mensen het gebouw konden verlaten. Het is pas na al deze gebeurtenissen dat de eerste aanzetten tot gewapend verzet in het Oosten begonnen zijn. De regering in Kiev weigert ook over deze slachtpartij een gerechtelijk onderzoek in te stellen.

Etnisch Russisch of ‘pro-Russisch’

Ondanks het feit dat het overgrote deel van de bevolking in het oosten (militieleiders inbegrepen) enkel een federalisering van Oekraïne eisen, met onder meer gelijke taalrechten voor het Russisch, en dat het idee van aanhechting bij Rusland nauwelijks steun heeft onder de plaatselijke bevolking, worden de gewapende rebellen in de westerse pers steevast ‘pro-Russische separatisten’ genoemd. Dat is geen neutrale benaming. Er zijn genoeg argumenten om dat verzet in het oosten ‘etnisch Russische Oekraïense federalisten’ te noemen.

De benaming ‘pro-Russische separatisten’ verbergt een veel dieper probleem. Er is een verontrustende evolutie naar groepsdenken in de media, waarbij het eigen gelijk als een evidentie vaststaat, die boven elke bewijsvoering verheven is. Er wordt geen enkele poging gedaan om argumenten van Rusland en van de rebellen in het oosten van Oekraïne in overweging te nemen.

Ook de uitlatingen van Duits bondskanselier Angela Merkel en Frans president François Hollande vertonen eenzelfde patroon. Het discours van Merkel, Hollande en Obama komt hierop neer: “Wij komen met u praten om u van ons gelijk te overtuigen.” Dit is geen oprechte manier om naar een diplomatieke oplossing te zoeken.

De VS heeft andere belangen dan de EU

De VS en de EU zitten niet op dezelfde lijn over Oekraïne. De VS heeft geen enkel belang bij een diplomatieke oplossing voor het conflict. Als er morgen een vreedzame oplossing wordt gevonden, worden immers de sancties opgeheven en kan de Russische economie zich herstellen. Dan wordt het risico terug groter dat Rusland samen met de andere BRICS-landen verdere stappen zet om de dollar te vervangen als internationale wisselmunt, één van de stappen die de economie van deze en andere landen nog meer aan de macht van de Amerikaanse economie zal onttrekken.

Bovendien zouden de bilaterale banden tussen de EU en Rusland dan fel verbeteren, wat onvermijdelijk zou leiden tot nauwere economische samenwerking. Dat laatste is voor de Amerikaanse economische elite al een nachtmerriescenario sinds 1945. Een vreedzame oplossing van het conflict in Oekraïne zou met andere woorden een verdere stap zijn naar het einde van de Amerikaanse suprematie over de wereld.

De strategie om Rusland terug te herleiden tot zijn semi-koloniale status van voor de Eerste Wereldoorlog werd reeds openlijk beleden door Zbigniew Brzezinski, nationaal veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter (1977-1981). Recent haalde hij die doctrine opnieuw van stal. Brzezinski riep in een toespraak tot het Wilson Centre in 2014 op om wapens te leveren “die het voor de Oekraïners mogelijk maken een oorlog in stedelijk gebied te voeren”, zoals antitankwapens met korte afstand, ideaal voor gevechten in dichtbebouwde stedelijke gebieden.

Dit is een oproep om een jarenlange etnische stadsguerrilla te ontketenen in Oekraïne. Republikeins senator John McCain is de meest uitgesproken voorstander van een dergelijke militaire escalatie, maar hij staat niet alleen. Volgens Hans Oversloot, docent politieke wetenschappen aan de universiteit van Leiden, speelt ook de binnenlandse politiek een rol in de Amerikaanse houding: “Er is een harde politieke strijd aan de gang in Washington tussen de hardliners in beide partijen en de president, waarbij elke rationele overweging overboord wordt gegooid voor kortstondig politiek gewin. Wie is hier de stoerste van de bende? Dat is zowat de houding. Met het sturen van 3 miljard dollar wapens lever je geen enkele bijdrage aan een oplossing van dit conflict.”

De Krim en het internationaal recht

Westerse commentatoren wijzen op het historische minderwaardigheidsgevoel van Rusland als één van de redenen voor de annexatie van de Krim. Rusland ziet dat veel concreter, hier stond het behoud van haar enige ijsvrije zeehaven op het spel.

Het referendum voor de onafhankelijkheid en aanhechting bij Rusland voldeed uiteraard niet aan de criteria van een degelijk voorbereid en transparant georganiseerd referendum onder toezicht van de VN (zoals in Oost-Timor op 30 augustus 1999 gebeurde). Dat neemt echter niet weg dat zelfs de meest conservatieve westerse commentatoren erkennen dat de bevolking van de Krim bijna unaniem achter de aanhechting bij Rusland staat. Zelfs voormalig Frans president Nicolas Sarkozy beaamt dat.

Het inroepen van het internationaal recht maakt verder weinig indruk op Rusland, al was het omdat de VS en de NAVO zelf eveneens een rijk palmares hebben wat betreft schendingen van datzelfde internationale recht. De pot en de ketel. Een ander veel gehoord verwijt in verband met de Krim is dat Rusland alleen zou geïnteresseerd zijn in invloedssferen en niet in principes van internationaal recht. Dat Rusland het behoud van die invloedssfeer als zijn voornaamste prioriteit ziet, staat als een paal boven water.

Alleen is ook dat verwijt niet echt geloofwaardig voor de NAVO en de VS, die tientallen militaire bases hebben aan de grenzen met Rusland, waar Rusland enkel zijn twee basissen (in de Krim en in Syrië) tegenover kan plaatsen. Het volgende grapje is ondertussen al langer bekend: “Zie hoe imperialistisch Rusland is, het heeft al zijn landsgrenzen vlak naast onze militaire basissen gelegd.” Erkenning van dat ruimtelijk perspectief is broodnodig om de houding van Rusland te begrijpen.

Interne problemen regering in Kiev

Ondergesneeuwd in dit alles zijn de interne problemen van de regering in Kiev. Oversloot hierover: “Je hoort dat hier nauwelijks, maar president Poroshenko en eerste minister Jatsjenjoek zijn bittere rivalen. Poroshenko is om puur pragmatische redenen veeleer geneigd een compromis te vinden met Rusland over de oostelijke provincies, maar Jatsjenjoek is een bikkelharde nationalist, die bovendien zelf de macht wil veroveren.”

Er is nog meer aan de hand met de regering in Kiev. In het parlement circuleert een wetsvoorstel om officieren het recht te geven deserterende soldaten te fusilleren. De legerleiding zit immers met een ernstig rekruterings- en desertieprobleem. Heel wat Oekraïense jongemannen doen er alles aan om de dienstplicht te vermijden, nu daar levensbedreigend gevaar bij komt kijken. In een aantal dorpen in het westen van Oekraïne werden rekruteringskantoren van het leger bestormd door protesterende burgers. Dat is niet bepaald te wijten aan sympathie voor de rebellerende landgenoten in het oosten. Veeleer is het zo dat de meeste jonge Oekraïners niet wakker liggen van het conflict in het oosten en vooral denken aan hun sociale en economische toekomst.

Dan zijn er nog de extreem-rechtse groeperingen, die deel uitmaken van de regering in Kiev en waarvan een aantal geen enkele moeite doet om hun fascistische sympathieën te verbergen. Hoe problematisch die deelname van extreemrechtse groeperingen aan de regering in Kiev ook is, zij vertegenwoordigen geen grote groep in de Oekraïense samenleving.

“Numeriek stellen ze inderdaad niet zoveel voor, maar hun fanatieke bereidheid om hun leven te riskeren en hun zeer twijfelachtige samenwerking met de rest van het leger, maakt dat zij regelmatig tegen de strategische orders ingaan. Zo kan je heel wat schade aanrichten in een dergelijk conflict”, aldus nog Oversloot.

De integratie van een aantal van deze milities in het leger is geen succes. Hun leiders gehoorzamen nauwelijks aan de militaire bevelen en organiseren regelmatig bloedige provocaties. Daarbij schuwen ze geen enkel taboe. Het gaat hier om dezelfde mensen die op het Maidanplein bereid waren op eigen mensen te schieten om de zaak te escaleren en in Odessa moedwillig Russischtalige medeburgers lieten verstikken.

Poetin, oorzaak van alle kwaad

Er is naast dit alles een toenemende tendens om dit conflict te herleiden tot de megalomanie van één man, de Russische president Vladimir Poetin. Een aantal van de beweringen die recent over hem circuleren zijn te zot om ernstig te nemen. Zo zou Poetin aan het Asperger-syndroom lijden (een vorm van autisme). Ooit zou hij zijn hond hebben losgelaten op bondskanselier Angela Merkel.

Problematischer dan dit soort gratuite nonsens is het gebrek aan inzicht in het Russische politieke systeem, door Poetin als een klassieke tiran voor te stellen. Rusland is geen functionerende democratie, maar het is geen dictatuur van één man. Poetin is vooral machtig omdat hij een evenwichtskunstenaar is tussen de politieke en economische machtsgroepen in Rusland. Bovendien heeft hij wel degelijk de steun van een groot deel van de Russische bevolking.

De verzetsleiders in het oosten van Oekraïne zijn allesbehalve gewillige pionnen in de handen van Poetin. Veeleer is het een zootje ongeregeld waar de Russische machthebbers niet gerust over zijn. De politieke eisen voor industrieel zelfbeheer bijvoorbeeld klinken de Russische en Russisch-Oekraïense oligarchen niet als muziek in de oren. Bovendien vreest Rusland terecht dat een aantal van de extremisten die nu aan de zijde van de rebellen in het oosten meevechten, even bereid zijn om in Rusland zelf rebellieën te ondersteunen.

Militaire steun

Niemand die eraan twijfelt dat Rusland wel degelijk logistieke en materiële steun levert aan de rebellen. De militaire slagkracht van de rebellen is immers veel groter dan je van een volksverzet zou kunnen verwachten dat nog geen jaar bestaat. Toch liggen de dingen niet zo eenvoudig.

Het oosten van Oekraïne was tot voor kort een van de belangrijkste producenten van militair materiaal voor Rusland (en Oekraïne zelf). Wanneer verzetsstrijders beweren dat ze als fabrieksarbeider een tank kunnen besturen die ze zelf hebben gemaakt, dan is dat zo. Bovendien, het Oekraïens leger vecht met identiek hetzelfde materiaal uit dezelfde fabrieken. Een deel van het zware materiaal dat de rebellen zijn dus inderdaad ‘Russische’ wapens, maar die waren tot voor kort eigendom van het Oekraïense leger dat eveneens met onder meer tanks rondrijdt van Russische makelij, geassembleerd in Oekraïense fabrieken.

Meer wapens bieden geen oplossing

Eén ding staat bij dit alles vast: een massale import van wapens voor Kiev door de VS zal Rusland niet toestaan. De meeste EU-leiders zijn zich daarvan bewust. Bovendien, als dit een oorlog wordt is het een oorlog in Europa, ver weg van de Amerikaanse kusten. Europa heeft een eigen oorlogsgeschiedenis, de VS niet.

Bovendien hebben de EU-leiders een fatale denkfout gemaakt toen ze de omverwerping van Janoekovitsj ondersteunden. Er wordt nog nauwelijks over gerept, maar 2014 was de tweede maal dat Janoekovitsj opzij werd gezet. In 2004 erkende de EU de legitimiteit van zijn toenmalige verkiezing niet. De zogeheten Oranje Revolutie leidde toen tot de verkiezing van de pro-westerse Viktor Yoeshtsjenko.

Die deed het echter zo bar slecht, onder meer door de interne corruptie, dat Janoekovitsj in 2010 terug verkozen raakte, dit keer in een verkiezing die door de EU en de OVSE wél werd erkend als fair en transparant. De EU had er met andere woorden niet op gerekend dat een en ander ditmaal zo uit de hand zou lopen (en dat bondgenoot VS er alles aan deed om het geweld te escaleren). Veeleer had men op het Schumanplein gerekend op een Oranje-Revolutie bis.

Redelijk voorstel

Ondanks al het vorige, is een diplomatieke oplossing van het conflict nog altijd mogelijk. “Je kan niet voorspellen of het gaat lukken”, stelt Oversloot, “er zijn te veel imponderabilia, te veel onvoorspelbare elementen. Het huidige voorstel ligt voor de hand en kan alvast op korte termijn tot een neerleggen van de wapens leiden”.

“Dat voorstel dat nu op tafel ligt, omvat onder meer afspraken over een demarcatie van de scheidingslijn, het vastleggen van en gedemilitariseerde zone tussen de fronten. Daar moeten dan gesprekken op volgen over het verwijderen van Russisch militair materiaal uit de oostelijke gebieden en over de federalisering van het land”, aldus nog Oversloot.

Voor de regering in Moskou is een gesprek over verwijdering van wapens echter onbespreekbaar. Rusland weigert immers te erkennen dat de rebellen van hen logistieke steun krijgen. Voor het regime in Kiev is federalisering dan weer taboe. Vermits het een onlosmakelijk verbonden is met het ander – ontwapening versus federalisering – zit alles muurvast.

Bronnen: 

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.