De Martin Luther King waar de mainstream het liever niet over heeft

Foto: bswise/CC BY-NC-ND 2.0

FacebooktwitterFacebooktwitter

Bij elke verjaardag van de moord op Martin Luther King, op 4 april 1968, verschijnen lovende commentaren over zijn geweldloos verzet tegen segregatie in het Zuiden van de VS. Vergeten wordt dat King ook een radicaal tegenstander was van de “waanzin van het militarisme” van zijn land. Zijn boodschap is vandaag relevanter dan ooit, nu de VS aansturen op een nieuwe Koude Oorlog.

Niemand die twijfelt aan de waarde van Martin Luther King voor het verzet tegen de wettelijke segregatie in de Zuidelijke Staten van de VS. Zijn toespraak I have a Dream blijft een van de meest eloquente veroordelingen aller tijden van racisme in al zijn vormen.

Heel wat progressieve stemmen blijven tot vandaag echter beweren dat de echte grote leider van het zwarte politieke verzet in de VS Malcolm X was en dat King uiteindelijk buiten zijn toespraken geen echte bijdrage leverde tegen het institutionele racisme in heel de VS.

Beyond Vietnam: A time, to break the Silence

Op 4 april 1967 – exact één jaar voor hij werd vermoord – gaf King echter een veel belangrijkere toespraak in de Riverside Church in New York die in de mainstream media tot vandaag wordt ‘vergeten’ of hoogstens misprijzend geciteerd word als een tekst die nu geen belang meer heeft. Op die dag gaf King zijn speech met als titel ‘Beyond Vietnam: A Time to Break Silence”.

Daarin veroordeelde hij de oorlog ’tegen’ Vietnam niet alleen omwille van de wreedheden, niet alleen omwille van het feit dat de (toen nog dienstplichtige) Amerikaanse soldaten vooral zwarten en arme witten waren, maar omdat die oorlog moreel fout was.

Foto: bostonreview.net

Dit was geen oorlog tegen ‘het rode gevaar’ maar een oorlog tegen een volk dat zich van zijn kolonisator wilde bevrijden en zich gewapend verzette tegen de militaire dictatuur die de VS er installeerde in het zuidelijke deel van het land.

Hij herkende in de niets ontziende moordpartijen op de Vietnamese bevolking dezelfde mechanismen die het in de VS onmogelijk maakten om het institutionele racisme uit te roeien. Racisme in de VS was immers (en is nog steeds) een essentieel element van het economisch systeem. Een deel van de bevolking wordt in zijn marginalisering vastgehouden, deels als goedkope arbeidskracht, deels als dreigend voorbeeld voor de lagere middenklasse, om zich netjes te houden aan de regels van het systeem.

Zolang King vreedzame betogingen hield tegen racistische sheriffs in het Zuiden, tegen de segregatie in het openbaar vervoer en in de horeca vonden de ‘liberals’ in het Noorden het prima om hem te steunen. Zodra hij zich keerde tegen het economisch racisme in het hele land, van California tot Massachusetts,  keerden zijn kaarten. Protesteren tegen racistische sheriffs was één ding, eisen stellen voor gelijk loon, betere arbeidsvoorwaarden, gelijke kansen op promotie was iets heel anders.

Zwarte steun voor het buitenlands beleid

De machthebbers van de Democratische én de Republikeinse Partij probeerden zwarte leiders in de VS achter hen te krijgen in hun buitenlandse strijd voor ‘vrijheid’ tegen het goddeloze communisme. De term ‘communisme’ moest in die Koude Oorlog niet alleen begrepen worden als de omschrijving van personen en staten die zich op deze ideologie beriepen. Iedere regering of bevolking die inging tegen de politieke en economische belangen van de VS (en in minder bepalende mate die van Europa), zelfs als dat eerder liberale regeringen waren of sociaal-democratische vielen die onder die noemer ‘communisme’.

King voor het Witte Huis tussen Democratische en Republikeinse politici op 22 juni 1963, toen hij nog acceptabel was voor de strijd tegen segregatie in het Zuiden, dat door het industriële Noorden niet zozeer moreel dan wel als ‘oneconomisch’ werd veroordeeld. Foto: Department of the Interior/Public Domain

Ook nationalistische leiders die geloofden in een liberale economie waar de winsten uit de gro