Een modus vivendi voor Oekraïne? Het kan, maar niet op basis van westerse vooroordelen

De etnisch Russische Oekraieners leven in het blauwe gedeelte. Map: Brent Henschel/GNU Free Licence

FacebooktwitterFacebooktwitter

In zijn Opinie in De Standaard van 27 januari 2021 suggereert Brits econoom Robert Skidelsky een vreedzame modus vivendi en verwijst daarvoor naar de Belgische onstaansgeschiedenis, een zeer redelijk standpunt. Het is echter volledig gebaseerd op westerse clichés over Rusland, die net de motor zijn van de huidige escalatie.

Is het mogelijk om op basis van verkeerde premissen, waarvan je je niet eens bewust bent, toch tot een redelijk en realistisch besluit te komen? Het kan. Het is mogelijk omdat Brits econoom Robert Skidelsky zijn vooroordelen niet in de weg laat staan van een zoektocht naar een leefbare oplossing.

Maar vooroordelen zijn het in ieder geval. Bovendien zijn het dezelfde vooroordelen die hebben geleid tot deze recente escalatie. Dat de gewone burger gelooft wat de media en de ‘experten’ hen vertellen over het Russische gevaar is nog aannemelijk. Ze horen slechts één klok, tot vervelens toe. Dat excuus hebben academici zoals Skidelsky (en journalisten) niet.

Robert Skidelsky. Foto: Jwh/CC BY-SA 3:0

Het enige dat aan die half ongeïnteresseerde volgzaamheid knaagt is het lage niveau van geloofwaardigheid dat de media en de commentatoren reeds jaren hebben.

Dat was zo lang voor extreemrechts deze progressieve systemische kritiek voor zijn kar begon te spannen. Journalisten zien die ‘aanvallen langs beide zijden’ nu als een bewijs dat ze wel goed bezig moeten zijn ‘want we worden langs links én rechts aangevallen’.

Die redenering klopt niet. Eerst en vooral omdat de systemische kritiek op de mainstream media vanuit progressieve hoek al bestaat sinds de jaren 1970, niet toevallig gelijk met de opkomst van het neoliberalisme en de commercialisering van de media.

Maar bovendien is het nonsens om ‘aanvallen langs beide zijden’ als een argument voor kwaliteit te gebruiken. De waarheid, de feiten, liggen niet altijd netjes ergens in het midden. Integendeel, de waarheid kan eender waar op het spectrum liggen.

Het is aan een vrije pers, die naam waardig, om uit te zoeken waar de feiten zich situeren in plaats van zoals nu averechts vanuit een ideologisch reeds vastliggende stellingname feiten te herinterpreteren om een voorafgaand besluit te bevestigen.

De basispremisse van de mainstream verslaggeving over de huidige spanningen is dat ‘wij’ de goeden zijn, 100 procent, op alle vlakken. Hier en daar loopt er wel iets fout, wat dan onder de loep van ‘kritische verslaggeving’ valt.

Voldoende stof voor een lang essay… Foto: LV

Econoom Skidelsky hoort tot de ‘duiven’, zij die wel overtuigd zijn dat ‘de Russen’ in deze de slechteriken zijn, maar begrijpen dat niet alleen wapens redding brengen en dat er nu eenmaal een klein beetje rekening moet worden gehouden met die andere standpunten om erger te vermijden.

Democratisch versus autoritair

Zijn Opinie staat bol van vooraannames die de vergelijking met de feiten niet doorstaan. Zo zou het tijdperk na de Koude Oorlog gaan over hoe “democratische en autoritaire staten bepalen wat zij van elkaar willen”.

De termen ‘democratisch’ en ‘autoritair’ kloppen wel, als je ze in hun ideologische betekenis begrijpt, namelijk alle staten – democratische en niet-democratische – die aan onze kant staan versus alle staten – democratische en niet-democratische – die aan de overkant staan.

Het aantal autoritaire regimes die niet alleen aan onze kant staat maar er ruim door worden gesteund is te lang om hier op te sommen: Egypte en Saoedi-Arabië zijn de meest evidente voorbeelden.

Daarnaast zijn er een aantal landen die formeel alle kenmerken hebben van een parlementaire democratie maar in wezen even autoritair zijn, zoals Colombia, waar doodseskaders onverminderd doorgaan met het uitmoorden van elke poging tot reële democratisering.

Oekraïne. Lichtgroen: de Krim en de Donbass. Map: Vitaliyf261/CC BY SA 4:0

Aan de overkant zitten inderdaad ook autoritaire regimes zoals Iran en landen met een formele democratie zonder inhoud zoals Rusland, maar ook authentieke democratieën.

Die laatsten maken echter de verkeerde keuze in het na-Koude Oorlogstijdperk, dat nu definitief wordt afgesloten, omdat de echte Koude Oorlog in feite nooit is opgehouden. Zij kiezen niet voor het westerse model van de ‘vrije markt’, maar voor een staatsgeleide economie ten bate van de eigen bevolking. Dus behoren zij tot het ‘autoritaire’ kamp.

Technisch probleem

Het is niet zo dat de VS en de EU principieel tégen democratie zouden zijn in de landen waar ze hun grondstoffen halen. Democratieën hebben echter een technisch probleem.

Ze hebben de neiging de belangen van de eigen bevolking hoger in te schatten dan de geopolitieke belangen van de VS en de EU en van de westerse bedrijven die er actief zijn. Het plaatst het ‘vrije’ Westen altijd voor het morele dilemma dat ze wel verplicht zijn dictaturen te steunen.

De conservatieve Amerikaanse politicoloog David F. Schmitz schreef over dat dilemma twee boeken: Thank God They’re On Our Side: The United States & Right Wing Dictatorships 1921-1965 (1999) en het vervolg The United States & Right Wing Dictatorships 1965-1999 (2006).

Beide boeken onderzoeken de redenen waarom de VS telkens weer antidemocratische krachten ondersteunen in andere landen. Het nastreven van vrijheid en democratie zijn desondanks volgens deze man wel degelijk de leidende principes van de VS in hun buitenlands beleid.

Ook als de praktijk de grote principes volledige tegenspreekt, blijven ze gelden … Eigen foto.

Het zijn de omstandigheden die hen dwingen die principes voortdurend, in feite bijna altijd, te overtreden. De drijvende kracht voor die ogenschijnlijke contradictie was ooit het anticommunisme. Communisme moet hier in bredere zin gezien worden dan alleen landen en leiders die het communisme als ideologie belijden.

Communisme is in Koude Oorlogstermen een containerbegrip dat slaat op eender welke andere regering, democratisch of niet-democratisch, kapitalistisch of communistisch, die geen bondgenoot is van het vrije Westen, in hoofdzaak de VS. Schmitz behandelt de periode van de eerste Koude Oorlog, maar zijn analyse klopt nog steeds.

Econoom Robert Skidelsky hoort in datzelfde denkkader thuis. Onze principes zijn ongeschonden, maar we moeten daar nu eenmaal realistisch mee omgaan. Dat betekent dat we inderdaad ook met autoritaire regimes compromissen moeten sluiten.

Wat die onfeilbare premissen zijn maakt hij in zijn Opinie duidelijk. Zijn interpretatie van de historische feiten toont hoe hij die premissen toepast. Dat zou onder meer moeten blijken door onze steun aan democratie in Oekraïne.

Een niet-verklaarde oorlog, pas sinds 2014?

“De ‘niet-verklaarde oorlog’ sluimert volgens Skidelsky al sinds 2014, “toen de Euromaidan-protesten leidden tot de afzetting van de toenmalige pro-Russische president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj en de daaropvolgende annexatie van de Krim en de bezetting van de oostelijke Donbass-regio.”

Janoekovitsj werd democratisch verkozen op 25 februari 2010 in verkiezingen die door de EU, de OVSE en andere waarnemers als fair en transparant werden beoordeeld. Hij versloeg toen zijn voorganger president Viktor Joesjtsjenko, die hem eerder had verslagen in 2004, nadat de verkiezingen die Janoekovitsj de overwinning gaven, waren afgekeurd.

In 2004 dwong de Oekraïense bevolking nieuwe verkiezingen af en werd Viktor Joestsjenko president. Hij was zo incompetent dat ze zes jaar later terug voor Janoekovitsj kozen. Foto: Marion Duimel/CC BY-SA 3:0

Het was die Oranjerevolutie van 2004, waarmee de ‘niet-verklaarde oorlog’ echt begonnen, is. Zes jaar later liet Joestsjenko een verrot corrupt en verarmd land achter dat terug voor Janoekovitsj stemde. Hij stelde zowel zijn eigen bevolking als het westen teleur.

Janoekovitsj zette de corruptie onverminderd verder, wat voor de EU en de VS niet echt een probleem was. Hij deed immers hetzelfde als zijn voorganger maar hij koos wel voor economische integratie met Rusland, en dat was wél een probleem.

Voormalig medestander Petro Poroshenko koos tijdig eieren voor zijn geld en werd zowaar de pro-Europese president. Ook hij liet vervolgens een verrot, corrupt en totaal verarmd land achter en verloor kansloos tegen huidig president Volodymyr Zelensky, die op vlak van corruptie niets verandert.

In werkelijkheid heeft het ‘vrije’ Westen nooit een regering gesteund in Kiev die voor de belangen van de eigen bevolking opkwam. Dat was OK onder pro-westerse presidenten maar niet OK onder pro-Russisch president Janoekovitsj.

Opnieuw Skidelsky: “Terwijl het Westen Rusland beschuldigde het grondgebied van een andere staat illegaal te bezetten, beweerde Rusland dat het een deel van het moederland aan het terugwinnen was.” Merk het woordgebruik: het Westen ‘beschuldigt’, Rusland ‘beweert’.

De tijdlijn is wel belangrijk

Dat Rusland de Krim wederrechtelijk bezette lijdt geen twijfel.

Noteer echter wanneer die annexatie gebeurde en houdt in gedachte dat Rusland een geldig verdrag had met Oekraïne voor de huur van de zeemachtbasis van Sebastopol op de Krim (waar het voor betaalde), dat ook het recht gaf om daar zijn zeemacht te stationeren en om permanent 2.500 soldaten te stationeren op de Krim.

Het schiereiland van de Krim, in het midden van de Zwarte Zee, wordt al eeuwenlang betwist door buurlanden en grote rijken. Kaart: www.wsws.org

Een van de allereerste besluiten door de nieuwe machthebbers in Kiev na de val van Janoekovitsj was het verbod op Russisch in onderwijs en overheidsdiensten in heel Oekraïne en de intrekking van het federaal statuut van de Krim.

Extreemrechtse nationalistische doodseskaders richtten vervolgens bloedbaden aan in de regio van Odessa en in de Donbass. Pas daarna – de tijdlijn is belangrijk – is het gewapend verzet in de Donbass begonnen, op een ogenblik dat er nog geen Russische huurlingen aanwezig waren. Die kwamen pas later.

Tevens verklaarde het parlement van de Krim zich onafhankelijk en vroeg de aansluiting bij Rusland, die met een referendum werd bekrachtigd. Rusland liet de Krim bezetten door de reeds aanwezige Russische soldaten en verjoeg de Oekraïense strijdkrachten.

In hoeverre die onafhankelijkheidsverklaring, de vraag tot aansluiting bij Rusland en het referendum correct zijn verlopen is betwistbaar, maar de chronologie klopt. Al deze stappen werden gezet na het verbod op de Russische taal, de intrekking van het federaal statuut van de Krim en de slachtpartijen in de Donbass en Odessa. Erna, niet ervoor.

Had men in Kiev, Brussel en Washington echt verwacht dat Rusland passief zou toekijken terwijl het zijn enige permanent ijsvrije zeemachtbasis zou verliezen? Alle peilingen wijzen ondertussen uit dat de bevolking van de Krim achter de annexatie staat.

Andere historische perspectieven?

Skidelsky: “Die tegengestelde perspectieven weerspiegelen historische verschillen.” Inderdaad, zoals de recente geschiedenis van Oekraïne aantoont. Hij gaat verder: “Rusland heeft Oekraïne altijd beschouwd als een land binnen zijn invloedssfeer. Tot 2014 heeft het Kremlin de binnenlandse politiek van Oekraïne gemicromanaged om het land op één lijn te houden met de Russische belangen.”

Sovjet-leiders Nikita Chroesjtsjov en Leonid Brezjnev ware allebei etnisch Russische Oekraieners. Foto: RIA Novosti/Public Domain

Dit is onjuist. Eerst en vooral was de Sovjet-regering van Oekraïne niet zomaar een vazalregering vanaf 1953, na het overlijden van Stalin. Nikita Chroesjtsjov, zelf etnisch Russische Oekraiener, nam de macht over na Stalin.

Leonid Koetschma, de eerste president van onafhankelijk Oekraïne in 1991, kwam regelmatig in aanvaring met de Russische buur. Hij was in geen geval een Eurofiel, maar dat maakte van hem allesbehalve een braaf maatje van Rusland.

Zijn opvolger president Joesjtsjenko kan na de Oranjerevolutie moeilijk een door Rusland gemicromanagede staatsleider genoemd worden en zelfs pro-Russisch president Janoekovitsj was allesbehalve een brave volgeling van de oostelijke buur. Kortom, zeggen dat het Kremlin tot 2014 het land micromanagede is een loopje met de feiten nemen.

Skidelsky: “Sinds de Franse Revolutie is nationale soevereiniteit het grondbeginsel van het Westen geweest. In de interpretatie van de Amerikaanse president Woodrow Wilson betekende dat: nationale zelfbeschikking. Het voornaamste idee was dat in een wereld waarin alle volkeren vrij hun toekomst kunnen bepalen, er geen machtsevenwichten of invloedssferen meer nodig zijn. Die wereld is van nature vreedzaam. In naam van dit principe werden alle Europese koloniale rijken uiteindelijke ontmanteld.”

Dit is niet zomaar een foute interpretatie van de geschiedenis, het is geschiedsvervalsing. Na de Franse Revolutie moesten de meest wreedaardige excessen van het kolonialisme en de slavernij nog beginnen. In de VS en later in Australië moest de genocide van de inheemse volkeren nog beginnen.

Zelfbeschikkingsrecht, maar alleen als je voor ons kiest

VS-president Wilson is de president die verkozen raakte met de belofte niet in de Europese Grote Oorlog te stappen, terwijl de plannen om dat wel te doen al klaar lagen. Wilson paste dat zelfbeschikkingsrecht toe met een invasie van Mexico (1914), Haïti (1915 tot 1934), Dominicaanse Republiek (1916), Cuba (1917) en Panama (1918) en bezette Nicaragua (1912-1923).

Al die landen kregen het zelfbeschikkingsrecht om de staatsleider te kiezen die de VS voor hen hadden uitgekozen. Hij was ook de laatste president om nog militaire campagnes te voeren tegen de eigen inheemse volkeren, waarmee hij de verdragen voor hun zelfbeschikkingsrecht met de voeten trad.

De koloniale Europese rijken waren tot 1940, net voor de Tweede Wereldoorlog, niet van plan hun kolonies zelfbeschikkingsrecht te geven. Na de oorlog waren ze zeer verzwakt, maar de Britten, Fransen, Portugezen, Nederlanders en Belgen deden er desondanks alles aan om ze toch te behouden, wat grotendeels lukte tot de jaren 1960 en voor de Portugezen tot 1975.

De onafhankelijkheid van de kolonies is er niet gekomen vanuit de toepassing van een of ander edel principe, maar na gruwelijk moorddadige slachtpartijen onder volkeren, die zo onbeschaamd waren te denken dat het zelfbeschikkingsrecht op hen van toepassing was.

Vervolgens zorgde het verlichte westen er voor dat democratische regeringen in de ex-kolonies vervangen werden door militaire dictaturen die standhielden tot de jaren 1990 – en waarvan sommigen nog steeds (of opnieuw) onder dergelijke regimes gebukt gaan. De strijd tegen het communisme – jargon voor de strijd voor economische dominantie – was het echte leidende principe.

Maar goed, volgens Skidelsky is dit alles nu eindelijk verleden tijd: “Op een wat bescheidener niveau verklaarde de Britse premier Tony Blair in 1999 dat ‘de verspreiding van onze waarden ons veiliger maakt’, waarmee hij zich ertoe verbond ‘regimeverandering’ te ondersteunen of te bewerkstelligen als de gelegenheid zich voordeed.”

Lichtend voorbeeld Tony Blair

Tony Blair is de Britse staatsleider die samen met de VS Irak binnenviel onder het valse voorwendsel van massavernietigingswapens en er zoveel jaren en miljoenen Iraakse slachtoffers later een kapot land achterlaat zonder democratie of mensenrechten.

De gelegenheid om regimeverandering te ondersteunen wordt verder niet aangepakt in Saoedi-Arabië, Oman, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten waar de oproerpolitie wordt getraind en bewapend door Groot-Brittannië om democratische regimeverandering te allen prijze te voorkomen.

Tony Blair. Foto’s genoeg, maar een rechtenvrije foto met zijn goede vriend president Nazarbajev is er niet. Foto: kmu.gov.ua/CC BY-SA 4:0

Diezelfde Tony Blair liet zich ruim betalen om een pr-campagne op te zetten voor Kazachstaans dictator Nazarbajev om zijn imago op te vijzelen na bloedige repressie in 2010-2011.

Recent heeft Groot-Brittannië bevestigd dat de samenwerking met de oproerpolitie in Kazakhstan onverminderd wordt verdergezet na de onderdrukking van de recente volksopstand daar, nogmaals om regime change te voorkomen.

Er lijkt volgens Skidelsky weinig ruimte te zijn voor een compromis tussen twee tegengestelde concepten: “veiligheid gewaarborgd door een machtsevenwicht” (Rusland) en “veiligheid gewaarborgd door democratie” (het vrije westen).

De ene invloedssfeer is de andere niet

Dit brengt ons bij een ander thema dat tegenwoordig door fanatieke NAVO-ideologen à la Jonathan Holslag met een vlot academisch sausje wordt overgoten.

Rusland zou nog geloven in ‘invloedssferen’ terwijl wij daar al heel lang overheen zijn en geloven in het zelfbeschikkingsrecht en de soevereiniteit van landen om zelf te bepalen tot welke veiligheidsalliantie ze willen behoren.

Zoals Noam Chomsky daarover zegt, kan ik het niet verbeteren: “Het kleinste kind doorziet die onzin. Alleen hoog opgeleide intellectuelen en journalisten zijn te geïndoctrineerd om door dat soort clichés heen te kijken.”

‘Open door policy’ is nu de fancy naam voor wat nog altijd hetzelfde is: invloedssferen. De NAVO wil zijn invloedssfeer uitbreiden tot aan de Russische grens. Cartoon van 1878 over de wedijver tussen het Britse Rijk en het Rijk der Russische Tsaren in Centraal-Azië. Public Domain.

Maar goed. Skidelsky is een ‘duif’. Hij vindt dat we bereid moeten zijn onze hoge onbetwistbare principes opzij te zetten voor een dosis realpolitik om een echte oorlog te vermijden.

Een ‘Belgische’ aanpak zou kunnen helpen. Oekraïne zou een neutraal statuut kunnen krijgen zoals België bij zijn onafhankelijkheid in 1830 (en Oostenrijk in 1945).

Dat zou inderdaad kunnen helpen. Maar nauwelijks één zin verder ondergraaft Skidelsky dat voorstel: “Als de NAVO-kwestie van de baan is, zouden beide landen vrij zijn om economische en culturele banden met de EU aan te knopen, of door Rusland te worden opgeslokt, als zij daarvoor kiezen.” Noteer opnieuw het woordgebruik. Met de EU ‘banden aanknopen’ of ‘opgeslokt worden’ door Rusland.

Er is wel een oplossing, of men dat wilt is maar de vraag

Oekraïne is een diep verdeeld land, altijd geweest. Een echte oplossing – als dat de bedoeling zou zijn van het vrije westen – zou er inderdaad heel Belgisch kunnen uitzien. Voor de Krim is het nu te laat, daar komt Rusland niet meer op terug, overigens niet omwille van 2 miljoen extra Russen, maar omwille van de zeemachtbasis in Sebastopol.

De andere regio’s zouden federale statuten kunnen krijgen vergelijkbaar met de Krim voor de annexatie. Het zuiden en het oosten van Oekraïne zijn etnisch dominant Russisch, het centrale land en het westen zijn etnisch Oekraïens. Als men met die feiten rekening houdt vanuit het respect voor het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren is een federale oplossing zeker mogelijk.

Ten gronde is het probleem dat de VS en de EU dat in geen geval willen. Het gaat hen wel degelijk over de uitbreiding van de eigen invloedssfeer tot aan de grens met Rusland. Het is met andere woorden het ‘vrije Westen dat voor confrontatie kiest, niet omgekeerd.

Maakt dat van Rusland een brave, onschuldige wereldmacht? Of van dit essay een pro-Russisch verhaal? Verre van. Alleen radicale pro-NAVO-ideologen denken in patronen van ‘wie niet helemaal met ons is, is dus helemaal tegen ons’.

De bandbreedte van ‘het debat’

De opinie van Skidelsky gaat in de mainstream door voor de gematigde andere kant van het debat. In werkelijkheid zitten duiven en haviken aan dezelfde kant van de tafel en wordt met deze opinie de bandbreedte van het toelaatbare debat vastgelegd. ‘Kritiek kan zeker, we pakken het niet altijd verstandig aan, maar stellen dat wij géén eerlijke bedoeling hebben in Oekraïne is off-limits‘.

Vice-admiraal Kay-Achim Schönbach. Foto: Marineversteher/CC BY-SA 4:0

Het standpunt van Oekraïne en het westen is dat de Donbass eerst terug onder Oekraïens gezag moet komen voor er over een nieuw statuut kan worden onderhandeld. Rusland en de Donbass willen eerst onderhandelen.

Gezien wat gebeurd is voor het gewapend verzet begon (zie hierboven) is dat begrijpelijk. De extreemrechtse doodseskaders in Oekraïne hebben zich nog nooit aan een akkoord gehouden.

Er zijn desondanks tekenen van hoop. Frans president Macron wil een andere aanpak, die eveneens netjes binnen het deftige kader blijft. Wie die grenzen overschrijdt heeft het snel geweten. Duits vice-admiraal Kay-Achim Schönbach werd tot ontslag gedwongen na zijn recente uitlatingen.

Hij zei dat het idee dat Rusland Oekraïne wil binnenvallen nonsens is. Poetin wil niet meer dan respect voor de veiligheidszorgen van Rusland. Duitsland weigert wapens te leveren aan Oekraïne.

Blijkbaar is men in Duitsland niet happig om wapens te leveren aan fascistische doodseskaders die staan te trappelen om in de Donbass wraak te nemen, eskaders die vlaggen dragen en helden eren die in een ander tijdperk met de nazi’s meededen aan de bezetting van Oekraïne.

Schönbach werd onmiddellijk opzij geschoven. Hij had de aanvaardbare bandbreedte van het debat overschreden. Als de hoogste officier van de Duitse zeemacht dit zegt, kan het niet anders dan dat in het Duitse leger nog meer officieren er zo over denken.

Het kan dus niet anders dan dat dit ook in andere NAVO-legers het geval is. Er zijn zelfs binnen de NAVO mensen die hun gezond verstand nog gebruiken.

En dat is ondanks alles een teken van hoop.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.