Bolivia wordt reeds meer dan een maand getroffen door stakingen, manifestaties en wegblokkades. Wat begon als boerenprotest tegen een wet op het landbezit, evolueerde naar totale verzet van de bevolking tegen het antisociale beleid van president Rodrigo Paz, die de grondstoffen van zijn land wil uitverkopen aan buitenlandse belangengroepen.
De Boliviaanse economie ligt al weken stil sinds boeren, mijnwerkers, fabrieksarbeiders en loontrekkenden massaal de straat op komen en wegen blokkeren. Zij protesteren tegen het neoliberale beleid van president Rodrigo Paz. Die wil alle sociale verworvenheden van de voorbije twintig jaar terugdraaien, de overheidsdiensten wegsaneren, wetgeving over arbeidsduur en arbeidsverloning afschaffen en de grondstoffenwinning van het land uitbesteden aan buitenlandse multinationals.
Daarmee gaat hij lijnrecht in tegen het beleid van zijn voorgangers Evo Morales (2006-2019) en Luis Arce (2020-2025). Bovendien breekt hij met zijn verkiezingsbelofte die hem in november 2025, na twee rondes, de overwinning opleverde. Hij zou gaan voor een zacht ‘kapitalisme voor iedereen’. Zeven maanden later is duidelijk wie met ‘iedereen’ wordt bedoeld.
Linkse totale nederlaag
Toen president Paz de eed aflegde op 8 november 2025 zag zijn toekomst er rooskleurig uit. Met 54,96 procent van de uitgebrachte stemmen in de tweede ronde en de totale nederlaag van de linkse oppositie Movimiento al Socialismo (MAS) van Morales en Arce zat hij stevig in het zadel. De partij die twintig jaar lang de grootste was geweest, hield nog amper twee van zijn 73 parlementszetels over.
Vrij snel werd duidelijk waar de nieuwe president voor staat. Hij wil terug naar de machtsverhoudingen van voor 2006 toen de conservatieve krachten nog de dienst uitmaakten. Protesten tegen zijn beleid kwamen er vrij snel, maar deze waren verspreid en ongecoördineerd. Vooral ontbrak het hen aan leiders en woordvoerders die eenheid kunnen brengen in de sociale strijd na de ineenstorting van de MAS.
Het zag er aanvankelijk naar uit dat die protesten nauwelijks enige impact zouden hebben. Tot eind april een en ander begon te verschuiven. Aanleiding waren een wetsvoorstel dat het grondbezit zou wijzigen en plannen om de uitbating van grondstoffen te privatiseren en concessies te verkopen aan buitenlandse multinationals. Dat laatste zou een directe negatieve impact hebben op verloning en arbeidsomstandigheden van de mijnwerkers.
Waar het écht om gaat
Bolivia heeft aanzienlijke hoeveelheden zilver, tin, zink, antimoon (een mineraal voor brandbestrijders, traditionele autobatterijen en metaallegeringen), goud, lood en tungsteen (onder andere voor harde materialen zoals munitie en boren). Het belangrijkste mineraal in de Boliviaanse bodem is echter lithium.
Hoewel Bolivia 20 procent van de wereldvoorraad lithium in zijn bodem heeft, produceert het land slechts 1 procent van de wereld. Pogingen van president Morales voor een eigen binnenlandse mijnexploitatie en productie van afgewerkte producten botsten op het verzet van buitenlandse mijnbedrijven. Die willen Bolivia in een ondergeschikte rol houden als goedkope leverancier van de onbewerkte grondstof. De winst van de afgewerkte producten willen ze zelf innen. Onder andere Elon Musk kijkt uit naar ‘overname’ van de lithium-voorraden van het land.
Vertrekpunt voor het recente protest is dus een wetsvoorstel dat het verbod wil opheffen op de inbeslagname van landbouwgronden als pand voor schulden. In Bolivia was dit verbod het resultaat van tientallen jaren strijd. Het nieuwe wetsvoorstel houdt in dat landbouwgronden bezit zouden worden van grote banken en bedrijven, waarbij de boerenbevolking zou worden uitgebuit als goedkope arbeidskracht. Tevens zouden buitenlandse mijnbouwbedrijven goedkoop de hand kunnen leggen op uitgestrekte gebieden voor extractie van grondstoffen.
Boerenvakbonden bonden de strijd aan en kregen al snel de mijnwerkersvakbonden mee. Ook leerkrachten sloten zich aan, uit protest tegen de plannen om het openbaar onderwijs te privatiseren. Met de steun van organisaties voor de rechten van inheemse volkeren nam uiteindelijk zowat het hele spectrum van de Boliviaanse werkende bevolking aan het protest deel. Bolivia heeft met 36 procent het tweede hoogste percentage inheemse volkeren van Latijns-Amerika (na Guatemala met 45 procent).
De protestbeweging eist het ontslag van president Paz. Daarentegen hebben de VS en rechtse bondgenoten in Latijns-Amerika hun steun betuigd aan president Paz. President Javier Milei van Argentinië gaat daarbij het verst. Hij zond meerdere cargo’s met traangas en munitie naar Bolivia en beloofde zelfs eigen troepen te sturen om het leger te helpen de opstanden te onderdrukken. Milei noemde die logistieke steun ‘humanitaire hulp’.
Verantwoordelijkheid sociale krachten in Bolivia
Toch is het te eenvoudig om de huidige crisis in Bolivia enkel te herleiden tot inmenging van de VS – met behulp van de welwillende feodale Boliviaanse elite. De linkse presidenten Evo Morales en Luis Arce hebben er zelf toe bijgedragen dat de politieke strijd voor sociale rechten en economische soevereiniteit is verzwakt tot zijn huidige dimensie.
Het begon met de poging van Morales om in 2019 voor een vierde mandaat deel te nemen aan de presidentsverkiezingen, hoewel de grondwet dat verbiedt. Onder leiding van opvolger Luis Arce, ooit zelf minister onder Morales, viel hun partij MAS uit elkaar door interne strijd voor de macht. Arce poogde Morales te laten aanhouden. Daar kwamen slechte economische beslissingen bovenop, met zware gevolgen voor de gewone Bolivianen. Openlijke gevechten binnen de MAS waarbij doden en gewonden vielen deden de rest.
De populariteit van Arce was zo laag geworden dat hij niet meer overwoog deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van 2025 voor een tweede mandaat. Bovendien nam de MAS met twee kandidaten – die elkaar bekritiseerden – deel aan de verkiezingen, met het bekende resultaat. En alsof dat niet erg genoeg was, riep Morales op om de verkiezingen te boycotten.
Ongeveer 20 procent van de kiesgerechtigde Bolivianen ging niet stemmen. Een zelfde percentage stemde ongeldig of blanco. Buitenlandse inmenging en provocatie binnen MAS speelden een rol bij deze ondergang, maar de schuld ligt grotendeels bij de eigen interne vete voor de macht binnen MAS.
In Europese media is er nauwelijks enige aandacht voor de huidige crisis. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat president Paz van koers zal veranderen. Hij heeft zijn eerste regeringsploeg grotendeels ontslagen in de hoop met nieuwe gezichten het tij te keren. Zijn nieuwe ministers staan echter voor hetzelfde beleid.
Het zijn allen leden van de witte oligarchie, die carrière maakten in internationale instellingen als het IMF en de Wereldbank of in de beheerraden van multinationals. Voor het eerst in twintig jaar zit er geen enkele vertegenwoordiger van de inheemse bevolking of van de vakbonden in de regering. Het gebrek aan eigen leiders, woordvoerders en structuren door de instorting van MAS wordt nog schrijnender door het bijna totale gebrek van internationale solidariteit in de rest van Latijns-Amerika.
Voorlopig ziet het er naar uit dat president Paz aanblijft en zijn plannen voor neoliberalisering van het land onverminderd kan doorzetten. Daarmee komt een einde aan een sociaal experiment dat in 2006 voor het eerst in de Latijns-Amerikaanse geschiedenis een inheemse leider tot staatshoofd bracht.
Vakbondsleider Evo Morales kon aanvankelijk goede economische cijfers voorleggen. Hij werd tweemaal herkozen met meer dan 60 procent van de stemmen. Zijn economische groeicijfers werden met sociale programma’s voor onderwijs en gezondheidszorg verdeeld over de hele bevolking en gingen niet langer naar de kleine toplaag van de bevolking. Eigen machtshonger en interne rivaliteit voor de macht heeft dit experiment naar zijn einde gebracht.
Dit kan opnieuw gekeerd worden. Het is in 2006 al gelukt onder even moeilijke omstandigheden. Het zal echter jaren van heropbouw vergen rond figuren die niet Morales of Arce heten.
Bronnen:
Movimientos sociales de Bolivia denuncian espionaje ilegal de EE.UU