Abortus: hoe CD&V nog steeds CVP is en vrouwen naar Nederland verbant

Reeds in 1973 eisten Belgische vrouwen het recht op abortus (hier tegen de aanhouding van dokter Peers). Foto: Bert Verhoeff/Anefo/Public Domain

FacebooktwitterFacebooktwitter

Federaal minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) blijft dwarsliggen over ethische dossiers zoals abortus en euthanasie. De partij legt zo haar morele waarden op aan een maatschappij die deze niet langer deelt. Nog steeds verplicht de CD&V vrouwen naar Nederland te vluchten voor een abortus.

Federaal minister Annelies Verlinden (CD&V) ligt dwars over ethische dossiers zoals abortus en euthanasie omdat ze budgettaire toegevingen voor haar departement Justitie wil. Maar tegelijkertijd lijkt de partij op zoek te zijn naar een laatste eigen ideologische profilering in de regering.

Minister Verlinden moet nog ‘voortwerken’ aan een dossier dat in feite reeds beslist is. Enkel de koppigheid van de CD&V houdt de beslissingen over de ethische dossiers tegen. 

Zo wil de federale regering-De Wever (N-VA) onder meer een hervorming van de wetgeving over abortus en euthanasie van demente personen. Ook het dossier van anonieme donatie ligt op de federale onderhandelingstafel, net als het recht van de moeder om anoniem (‘discreet’) te bevallen en een wettelijke regeling van het draagmoederschap. 

Al deze dossiers zijn voor de CD&V belangrijk, omdat ze raken aan het imago van ‘dé partij van het klassieke gezin’. Vooral op het dossier abortus blijft de partij momenteel het hardst op de rem trappen.

Vrouwenrechten versus CD&V

Recent kondigde Verlinden aan de wettelijk toegelaten termijn voor abortus uit te breiden naar veertien weken, twee weken meer dan dat de huidige wet nu sinds 1990 toelaat. Dit is echter nog steeds veel te kort, waarschuwen talloze Vlaamse vrouwenorganisaties. Zij eisen een wettelijke termijn van minstens achttien weken.

Die achttien weken zijn ook het voorstel van het multidisciplinair wetenschappelijk expertencomité over abortus, waar experts van zeven Belgische universiteiten in zetelen. In 2023 publiceerde dit comité zijn Studie en evaluatie van de abortuswet- en praktijk in België.

Nederlands protest voor het recht op abortus jaren ’70. Foto: Hollandse Hoogte

In Nederland is het voor ieder zwanger persoon, ongeacht de manier waarop de zwangerschap is ontstaan, mogelijk om een abortus te laten uitvoeren tot 22 weken zwangerschap. Dit is een verschil met België van tien weken. In ons land wil minister Verlinden enkel de termijn uitbreiden tot achttien weken voor zwangerschappen na verkrachting. In Frankrijk is de algemene termijn officieel al veertien weken, maar in de praktijk laat men abortussen toe tot zelfs zestien weken. Bovendien is het recht op abortus er sinds 2024 verankerd in de Grondwet.

Abortuscentrum Luna ziet een aantal belangrijke tekortkomingen in het voorstel van Verlinden: “80 procent van de vrouwen die momenteel na twaalf weken toegang nodig hebben tot abortus, zal ook na veertien weken nog steeds naar het buitenland moeten uitwijken voor de nodige zorg. Als ze daar tenminste de middelen voor hebben. Anderen blijven gedwongen om een ongewenste zwagerschap uit te dragen.”

In de praktijk betekent dit dat Belgische zwangere vrouwen verplicht zijn te vluchten naar Frankrijk (voor Franstaligen) of Nederland (voor Vlamingen). De Franse en Nederlandse ziekteverzekering betaalt de zorgkosten voor abortus alleen voor eigen landgenoten terug. Voor vrouwen die naar Nederland gaan, komt dat dus neer op een zorgfactuur van minimum 1.000 euro. 

Honderden Belgen hebben door deze strakke wetgeving jaarlijks geen andere keuze dan naar Nederland en Frankrijk te reizen voor abortus. Sommigen bevinden zich in een kwetsbare situatie, waardoor hun beslissing wordt bemoeilijkt of uitgesteld. Anderen ontdekken pas laat dat ze zwanger zijn doordat ze geen duidelijke symptomen hebben of ervan uitgaan dat hun anticonceptie voldoende bescherming bood. En mensen zonder papieren hebben geen toegang tot zorg, maar worden bij een abortusvraag gedwongen tot een OCMW-procedure met een wachttijd die tot negen weken kan duren.

Doen alsof deze situaties niet meer voorkomen na een verlenging van de wettelijke termijn van twaalf naar veertien weken is volgens platform Abortion Right volkomen illusoir en komt neer op het ontkennen van de ervaringen en noden van de betrokken slachtoffers. Bovendien, door een verlenging tot achttien weken enkel toe te staan na verkrachting, legt de minister het slachtoffer de verplichting op daar bewijzen voor te leveren en zelf de zorgverstrekkers te overtuigen.

“Op een moment dat al bijzonder ingrijpend en traumatisch is, zou niemand moeten bewijzen dat zij verkracht werd om toegang te krijgen tot zorg”, benadrukt platform Abortion Right nog. “Het is onaanvaardbaar om de toegang tot abortus te differentiëren op basis van een specifieke reden. De ene reden mag niet als relevanter worden beschouwd dan een andere.”

“Abortus is een mensenrecht”. Foto: Amnesty International

“Het is duidelijk dat dit wetsvoorstel niet gebaseerd is op de beschikbare Belgische expertise. Het gaat hier om een zuiver politieke tekst”, aldus platform Abortion Right. “De minister kiest voor een minimale hervorming die de bestaande drempels tot abortuszorg grotendeels intact houdt. Een verlenging tot veertien weken voorstellen als compromis, staat gelijk aan de realiteit negeren.”

“Trek gewoon de termijn voor iedereen op, dan moeten vrouwen die in deze verschrikkelijke situatie zitten zich niet eerst nog verantwoorden”, aldus ook Raymonda Verdyck, voorzitter van Unie van Vrijzinnige Verenigingen, deMens.nu. Daarom is het belangrijk dat de termijn wordt uitgebreid voor alle vrouwen en zwangere personen.

“De gezondheid, controle over het eigen lichaam en zelfbeschikking zijn opnieuw ondergeschikt gemaakt aan ideologische afwegingen en dat is onaanvaardbaar”, stelt ook de Vrouwenraad. “Vrouwenrechten mogen niet afhankelijk worden gemaakt van wisselende parlementaire meerderheden of een evenwichtsoefening tussen conservatieve en progressieve standpunten. Vrouwenrechten mogen niet beschouwd worden als een politiek spel, maar als een prioriteit van welzijn en volksgezondheid.”

“Vrouwen die ongewenst zwanger zijn, voeren geen theoretisch debat. Zij bevinden zich in concrete situaties. Elke bijkomende drempel, elke opgelegde wachttijd en elke behouden beperking heeft reële gevolgen voor hun gezondheid, hun autonomie en hun waardigheid.”

Van CVP tot CD&V

Hoe valt deze ideologische starheid van de CD&V te verklaren? Daarvoor is het goed om de geschiedenis van de partij van de voorbije dertig jaar te herbekijken. De CD&V kwam in 1999 voor het eerst in de oppositie terecht. Tot 1999 was de toenmalige Christelijke Volkspartij (CVP) een vanzelfsprekende partij in de regering tussen klassiek links van sociaaldemocraten en klassiek rechts van liberaal-democraten.

Samen waren zij de ruggengraat van het Belgische politieke bestel, met de Katholieke Partij (de CVP na 1945) als scheidsrechter van elke regeringscoalitie. Het maakt dat de CVP tot 1999 hoofdzakelijk bevolkt werd met carrièrepolitici, zeker van een idee dat hun ethische waarden als norm gelden voor velen.

De partij slaagde er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in om elke hervorming van ethische dossiers te blokkeren tegen de maatschappelijke evolutie in. Ze heeft nooit de uiteindelijke goedkeuring van de abortuswet op 3 april 1990 verteerd. De roomskatholieke partij stond toen alleen in haar verzet, want de SP- en PS-parlementsleden en de Volksunie van de eigen regeringscoalitie keurden het voorstel goed samen met de voltallige oppositie. Die stemming leidde toen tot de crisis met koning Boudewijn die weigerde het wetsvoorstel te tekenen.

Groeiende aversie

De toenemende aversie binnen het politieke landschap tegenover de behoudsgezinde bestuursstijl waarmee de CVP bleef verder regeren, maakte uiteindelijk in 1999 de ongewone regering Verhofstadt I mogelijk. Liberalen en sociaal-democraten deden wat de CVP altijd voor onmogelijk had gehouden: een regering vormen zonder hen. Daarvoor hadden ze wel de groenen nodig.

Vier jaar lang was het voor de CVP erg lastig om enige noemenswaardige oppositie te voeren. De beslissing om in 2001 de Christelijke Volkspartij (CVP) te hernoemen tot Christen-Democratisch & Vlaams (CD&V) kwam er om afstand te nemen van het aloude imago van nationale unitaire partij.

In 2004 zag het er even naar uit dat de schade van deze oppositiekuur was hersteld nadat Yves Leterme Vlaams minister-president werd en in 2008 federaal eerste minister. Na Leterme leidde Kris Peeters tot 2014 nog de Vlaamse regering. In de federale regering bleef de partij nog de baas tot 2011. Het electorale verlies van de partij was echter niet meer te voorkomen. En sindsdien weten de christendemocraten zich geen eigen profiel meer aan te meten. Wat overblijft zijn de ethische dossiers.

Van 1990 tot 2026, 36 jaar tegenwerking

De ethische dossiers waarin de CD&V nu tegenwerk biedt, tonen dat de partij nog steeds gewicht in de politieke schaal wil leggen. De partij zou er vrede mee kunnen nemen dat wetten over abortus of euthanasie niemand verplichten om voor abortus of euthanasie te kiezen. Iedere burger blijft zelfs met deze wetgeving immers volledig vrij om eigen morele keuzes te maken. In plaats daarvan ontkent de partij op deze manier de schrijnende sociale realiteit die achter deze ethische kwesties verborgen zit.

Verder is dit voor de CD&V ook een kwestie van politieke overleving. Morele kwesties als abortus zijn zowat het enige wat nog rest om een eigen profiel te hebben. De evolutie in de maatschappij sinds 1999 is echter onomkeerbaar. Als de CD&V niet verandert, zal ze daar de gevolgen van dragen.

 

Note:

  1. Leden van het platform Abortion Right zijn Amnesty International Belgique francophone, Centre d’Action Laïque, Conseil des Femmes Francophone de Belgique, deMens.nu – Unie Vrijzinnige Verenigingen vzw, Fédération des Centres de Planning et de Consultations, Fédération des Centres Pluralistes de Planning Familial, Fédération Laïque de Centres de Planning familial, La Fédé militante des centres de Planning familial solidaires – Sofélia, Furia, Groupe d’Action des Centres Extra-Hospitaliers Pratiquant L’Avortement ASBL, Garance, Humanistisch – Vrijzinnige Vereniging (HVV), LUNA abortus centra, Médecins du Monde – Dokters van de Wereld, Vrouwenraad (uitgezonderd lidorganisatie Vrouw&Maatschappij), O’YES asbl, Synergie des femmes pour l’égalité entre les Femmes et les Hommes, Université des femmes, VUB Dilemma.
Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *