Achter de schermen van het Griekse drama

FacebooktwitterFacebooktwitter

Na hun toetreding tot de eurozone in 2002 kenden Griekenland, Ierland en Spanje een ongekende economische boom, die alle verwachtingen overtrof. Even spectaculair was de ineenstorting van hun economie toen de crisis van 2008 begon. De oorzaken waren snel gevonden. Vooral de luie Grieken waren kop van jut. Er is ook een ander verhaal, dat van zij die echt hebben geprofiteerd.

Publiciteit van Dexia

Europese banken buigen zich over de EU-kaart (Corpwatch cartoon)

Spaanse betogingen tegen de strenge overheidsbesparingen

Luie burgers en spilzieke overheden waren de oorzaak, de enige oorzaak. De EU reageerde daar dan op als domme, misleide bureaucraten. Die gaven lukraak miljarden euros weg aan deze krankzinnige mensen, die roekeloos dat geld bleven uitgeven. Tot daar het verhaaltje. Het klinkt goed. Iedere Griek zou een schuld hebben van 900 euro bij elke Belg.

De betrokken landen moesten gered worden. Miljarden euro’s werden hen toegeschoven. Die reddingsplannen kwamen echter met strikte voorwaarden. Het feestje was immers voorbij. Sindsdien voerden deze landen alles volgens het boekje van de orthodoxe economische theorieën, van de conventionele wijsheden. Zo goed als niets is van de voorspellingen uitgekomen. Zeven jaar na het begin van de crisis staan de betrokken landen nog waar ze begonnen, of erger, zoals Griekenland.

Wat ging er aan vooraf?

Een blik achter de coulissen verduidelijkt een en ander. Eerst en vooral zit er een zware constructiefout in de eurozone. Die heeft geen enkel beschermingsmechanisme voorzien om achterlopende landen binnen de eurozone bij te staan en zo het evenwicht van de eurozone te vrijwaren. Zeer zwakke economieën met een permanent handels- en budgettair tekort werden samengeklonken met landen als Duitsland en Nederland. In plaats van hun overschotten te investeren in de zwakkere zones gebeurde het omgekeerde.

Bovendien, toen landen als Griekenland door hun lamentabele financiële toestand werden verplicht te gaan lenen, zagen heel wat banken hun kans schoon om excessieve rentes te eisen. Een hele reeks banken vonden er niets beter op om te gaan speculeren op de precaire toestand in Griekenland.

Griekenland kon die leningen niet meer afbetalen en deze banken moesten gered worden met enorme hoeveelheden belastinggeld, waarna ze met dat nieuwe geld dezelfde praktijken verder zetten. Banken kregen reddingsplannen zonder enige besparingsvoorwaarden en konden vrij beslissen wat ze met dat nieuwe geld deden. Staten kregen daarentegen reddingsplannen met strenge besparingsvoorwaarden en konden daarenboven niet vrij beslissen waar ze hun leningen aan zouden besteden.

Roekeloze leningen

Vooral een aantal banken in Frankrijk, Duitsland, Nederland en België profiteerden van deze gang van zaken en investeerden er op los zonder enige realistische prognose op succes. De verkregen rentes op hun leningen waren gewoon te goed om deze kansen te missen. Enkele voorbeelden.

De oorspronkelijk Belgische en nu Belgisch-Franse bank Dexia liet zijn filiaal Dexia Banco Sabadell tientallen miljoenen euro spenderen aan een nieuwe luchthaven in het Spaanse Castellón. Geen enkele studie wees op de noodzaak van deze luchthaven, die er nu volledig klaar maar werkloos bij ligt. Er landen alleen kleine privétoestellen.

De Franse bank Crédit Agricole kocht in 2006 de Emporiki Bank of Greece voor 3,1 miljard euro. Het werd een onmetelijke put. Uiteindelijk moest de bank van de hand worden gedaan voor één symbolische euro in oktober 2012. De verliezen voor Crédit Agricole liepen toen al op tot 5,3 miljard euro.

De Duitse hypotheekbank Depfa stak onder meer 265 miljoen euro in de Griekse spoorwegen, 200 miljoen euro in een Portugese watermaatschappij en 90 miljoen euro in een privéautostrade in de Spaanse regio Galicië.

In 2012 moesten vier Griekse banken van de ondergang gered worden met 18 miljard euro. De oplossing werd gevonden door het verschuiven van de verantwoordelijkheid van de banken naar de Griekse overheid, in feite dus de Griekse burgers.

Een hele reeks kleinere Duitse banken werden gered door het toestaan van enorme leningen met lage rente. Dat geld konden ze dan zelf met hoge rentes uitlenen aan de zuidelijke landen van de eurogroep. Door de crisis in Griekenland, Ierland, Italië, Portugal en Spanje dreigde 704 miljard euro voor deze banken verloren te gaan. De Duitse overheid heeft daar ongeveer 646 miljard euro van overgenomen.

Hetzelfde gebeurde in Frankrijk met een hele reeks banken die werden geprivatiseerd. Ook zij konden goedkoop euro’s lenen van de Franse belastingbetaler, die ze dan verder uitleenden aan Griekenland, Ierland, Ierland en Portugal. Zowat 477 miljard euro kwam bij de crisis op de helling te staan. Daarvan heeft de Franse staat in 2008 370 miljard euro overgenomen.

Dexia

De nu Belgisch/Franse bank Dexia heeft onder meer 3,65 miljard euro hoge renteleningen verloren die ze was aangegaan met Griekse gemeentebesturen, maar waarvan de terugbetaling nooit gegarandeerd was. In oktober 2011 moest de bank worden gered van de ondergang door de Belgische en Franse regeringen. Nauwelijks drie maand nadat de bank een zogeheten stresstest van de EU glansrijk had doorstaan, moesten de Belgische en de Franse regeringen met 90 miljard euro belastinggeld het failliet van de bank voorkomen.

Walker Todd, een voormalig expert bij de Federal Reserve Bank (de nationale bank van de VS), beschreef die operatie zo: “Dit is alsof je openbaar geld gebruikt om je lokale casino te redden, het is moeilijk te vatten hoe dat de maatschappij ten goed gaat komen.”

Nog een voorbeeld om de roekeloze houding van de banken te illustreren. In 2006 tekende toenmalig burgemeester Yiannis Kazakos van Zografou, een voorstad van Athene, 25 miljoen euro bij Kommunalkredit International, de Oostenrijkse afdeling van Dexia, voor de aankoop van land voor de bouw van een groot nieuw shoppingcenter. Op het land dat werd aangekocht mocht echter niet gebouwd worden. Bovendien bleek de lening onwettelijk te zijn omdat ze niet door het auditbureau van de nationale overheid was goedgekeurd. Gelijkaardige leningen van de gemeentes Melisia en Volos gingen dezelfde weg op.

Financiële oorlogsschepen

“In de negentiende eeuw stuurden buitenlandse regeringen die hun wil wilden opleggen hun oorlogsschepen. Nu sturen ze het IMF, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie”, was de commentaar van Grieks financieel advocaat Stathis Chatzopoulos in The Guardian.

In plaats van ook de bank aan te pakken voor zijn medeplichtigheid bij het aangaan van deze roekeloze lening verplichtte het IMF in 2011 de Griekse regering om de lening van de gemeente Zogafrou volledig over te nemen – die was met intrest ondertussen opgelopen tot 45 miljoen euro. Het was één van de vele voorwaarden van de trojka om het steunprogramma voor Griekenland te behouden.

Samengevat, banken hebben enorme hoeveelheden belastinggeld dat ze van hun overheden kregen aan een rente van 1 tot 4 procent in hun spreekwoordelijke valiezen gestoken naar de zuidelijke EU-landen. Daar gingen ze dat geld zelf uitlenen aan 14 procent. Het zou lukken, want alle prognoses waren positief en als er toch iets zou gebeuren zouden hun overheden hen wel redden. Risico was nul.

Griekenland ondertussen

Griekenland had onder leiding van de conservatieve partij Nieuwe Democratie of van de sociaal-democraten van PASOK (soms beiden samen) alles gedaan om toch maar lid te worden van de eurozone. Hoewel het land bij het begin van de onderhandelingen over de euro reeds zwaar in de schulden zat – door massale openbare investeringen, onder meer in het leger – kon de Griekse regering met behulp van adviezen van de bank Goldman Sachs zijn boekhoudkundige cijfers zo vervalsen dat het land aan de voorwaarden voldeed en kon toetreden.

Didier Reynders (toenmalig minister van Financiën) verklaarde later dat de andere kandidaat-lidstaten van de eurozone dat wel wisten, maar een oogje dichtknepen. Eenmaal in de euro zou dat immers wel loslopen. The sky was immers the limit.

Griekenland begon bij de start van de eurozone in 2002 inderdaad massaal te lenen bij Belgische, Franse en Duitse banken. In 2004 werden onder meer de dure Olympische Spelen in Athene georganiseerd. Griekenland is daarnaast de enige NAVO-lidstaat die de volle 2 procent van zijn budget besteedt aan militaire uitgaven. Geen enkel ander Europees land doet het beter.

Ondertussen is de situatie bekend. Griekenland moet sinds 2008 het ene na het andere reddingsplan slikken, in ruil voor een streng besparingsbeleid.

De gewone Griek in dit alles

Wanneer wordt beweerd dat elke Griek 900 euro schulden heeft aan elke Belg, dan is dat een misleidende manier van voorstellen. Correcter zou zijn te stellen dat het de banken zijn die deze schuld bij de belastingbetaler hebben.

Overigens hebben de banken dat geld al lang terug verdiend. Griekenland werd immers verplicht geld te lenen aan enorme rentes. In februari 2012 betaalde Griekenland bijvoorbeeld een astronomische rente van 31 procent aan de banken voor obligaties van tien jaar. In september 2013 was dat al minder, maar nog altijd 10,3 procent. In diezelfde periode kon de Duitse overheid leningen aangaan aan 1,17 procent rente.

Ironisch aan dit verhaal is dat – met de uitzondering van Griekenland – alle betrokken landen (Spanje, Italië, Portugal en Ierland) tot aan de crisis van 2008 een veel voorzichtiger financieel beleid hadden gevoerd dan de noordelijke EU-lidstaten. Ierland met 25 procent van het NBP en Spanje met 36 procent hadden proportioneel minder schulden dan België (84 procent), Frankrijk (65 procent), Duitsland (65 procent) en Groot-Brittannië. Alleen Griekenland zat in 2008 reeds met een schuld van 100 procent van het eigen bnp.

Waarom?

Waarom hebben de banken deze enorme risico’s genomen? Ze gingen ervan uit dat hun overheden hen toch zouden redden. Voor deze roekeloze waanzin betalen zij dus niet zelf. Dat deel van het plaatje is netjes doorgeschoven naar de armste burgers van de EU in Griekenland, Ierland, Spanje, Italië en Portugal.

Beweren dat de Griekse burgers geen echte inspanningen hebben gedaan klopt niet met de cijfers. In 2009 betaalde de Griekse overheid nog 30,7 miljard euro lonen uit aan overheidspersoneel, in 2013 was dat 21,8 miljard euro, een vermindering van 29 procent in vier jaar. In 2009 stonden de sociale uitgaven van de staat op 49,1 miljard euro, in 2013 op 38,4 miljard, een vermindering van 27 procent.

In 2012 werd het minimumloon met 22 procent verminderd. Daardoor gingen de lonen in alle sectoren omlaag omdat het sociaal overleg onder druk kwam te staan. Lagere lonen leidden op hun beurt tot minder fiscale inkomsten en minder bijdragen tot de sociale zekerheid. In dezelfde vier jaar ging een kwart van de economische activiteit in Griekenland ten onder, een kwart van de Griekse werknemers verloor zijn baan.

Duitsland eist een knieval

Vooral Duitsland eist een volledige knieval van de regering-Tsipras, die ze wil verplichten al haar verkiezingsbeloften te breken. De Duitse spaarder wil immers zijn geld terug. Dat is de veronderstelde gedachte.

Ironisch genoeg heeft de Duitse overheid ondertussen verdiend aan de Griekse crisis. Dat geldt ook voor de regeringen in Finland, Oostenrijk, Nederland, België en Frankrijk. Dat komt onder meer omwille van de veel lagere rentes die zij moeten betalen voor hun leningen (zie reeds hierboven) ten overstaan van het geld dat ze aan Griekenland uitlenen.

Een studie door Allianz, één van de grootste Duitse verzekeringsbedrijven, in 2013 stelt vast dat Duitsland alleen al in 2010-2012 10,2 miljard euro heeft gespaard op hun eigen leningen aan 1,18 procent. Volgens het IfW Economisch Instituut heeft Duitsland 8,6 miljard euro gespaard in 2011 dankzij die lage rente. In totaal zou Duitsland volgens dezelfde studie tegen eind 2012 op deze manier al 67 miljard euro hebben verdiend.

Apolitieke trojka

De trojka van Europese Commissie, Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Muntfonds (IMF) beweert zich zuiver apolitiek op te stellen en enkel de overeengekomen akkoorden uit te voeren. Dat blijkt niet uit de realiteit.

De steun voor Griekenland werd steeds stelselmatig met zes maand verlengd. Dat ging normaal ook gebeuren op 31 december 2014. Toch heeft de vorige Griekse regering onder leiding van conservatief eerste minister Samaras toen een uitzonderlijke verlenging met slechts twee maand kunnen bekomen van de trojka. Waarom? Samaras zag de bui al komen in de opiniepeilingen, schoof de presidentsverkiezingen vooruit (normaal moesten ze pas eind maart worden gehouden) en ging naar vervroegde verkiezingen met de slogan dat het beter begon te gaan met de Griekse economie.

Door de verlenging slechts tot eind februari 2015 kreeg de nieuwe regering niet de normale tijd tot eind juni om aan een nieuw herstelprogramma te werken, in afwachting van onderhandelingen met de eurogroep in mei-juni. De regering Tsipras zou dan met een volledig uitgewerkt aantal voorstellen naar Brussel kunnen komen. Door de huidige einddatum van februari heeft vorig eerste minister Samaras met samenwerking van de trojka een pad in de korf gelegd van de nieuwe regering.

Het verwijt dat ‘de Grieken’ hun verplichtingen niet nakomen klopt echter wel gedeeltelijk. Er zijn inderdaad een aantal Grieken die tijdens de crisis niets hebben ingeleverd en tijdens de humanitaire ramp voor de gewone Grieken nog rijker zijn geworden dan voorheen. Dat zijn de Griekse reders en oligarchen van de grote bedrijven, de Grieks-orthodoxe kerk en het leger. De trojka heeft de voorbije zeven jaar nooit aangedrongen op fiscale hervormingen die deze sectoren zouden treffen.

De Duitse halsstarrigheid is deels ook ingegeven door ideologische motieven. Er is in hun ogen een extreem-linkse regering aan de macht in Athene, die alle evidenties van het huidige economische beleid fundamenteel in vraag stelt. Enige toegeving aan deze regering zou een veel te riskant precedent scheppen en veel te inspirerend werken voor maatschappelijke bewegingen in zowat alle EU-lidstaten. Te beginnen bij Spanje, waar de conservatieve regering nu al in halve paniekstemming is voor de komende regionale verkiezingen in mei en de parlementaire verkiezingen eind 2015. Een Grieks succesverhaal is voor de regeringen in Madrid, Berlijn en andere hoofdsteden een nachtmerrie.

Bronnen:

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.