Cuba ‘sponsor van terrorisme’ noemen niet alleen fout, maar vooral hypocriet

Cubaanse dokters landden op 23 maart 2020 op de luchthaven Malpensa in Milaan. Andere EU-landen hadden elke hulp aan het zwaar getroffen Lombardije geweigerd. Foto: screenshot YouTube Now This

FacebooktwitterFacebooktwitter

In een van de laatste beslissingen van president Trump voor zijn aftreden op 20 januari heeft zijn minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo Cuba op de VS-lijst toegevoegd van “staten die terrorisme sponsoren”. Deze verklaring is niet alleen fout, ze is bovendien zeer schijnheilig. De VS steunen wereldwijd staten die een terreurbewind voeren over hun eigen bevolking.

In een persverklaring van 11 januari veroordeelt het Cubaans ministerie van Buitenlandse Zaken wat ze een “frauduleuze kwalificatie” noemen van Cuba tot ‘sponsor van terrorisme’. Over deze beslissing van de VS-regering onder Trump werd al maanden gespeculeerd. Onverwacht is dit dus niet.

In zijn verklaring stelt Cuba: “[Deze beslissing] ontbreekt elk mandaat van legitimiteit, authentieke motivatie”. De VS gebruiken dit als “een lasterinstrument om economische dwangmaatregelen op te leggen aan naties die zich verzetten tegen de willekeur van het VS-imperialisme”.

De verklaring wijst er op dat Cuba zelf “slachtoffer is van terrorisme”, want “acties van de VS-regering of acties gesponsord door de VS-regering of vanop het VS-territorium georganiseerde acties hebben het leven gekost aan 3.478 mensen en 2.099 levenslang gehandicapten”.

Of men voor- of tegenstander is van het Cubaanse politieke systeem, of men voor- of tegenstander is van de voorstelling van de VS als een imperialistische wereldmacht, er zijn een aantal onmiskenbare feiten die niemand kan ontkennen. Die feiten geven aan dat de kwalificatie van deze beslissing door de VS getuigt van cynische schijnheiligheid.

Om slechts in de Latijns-Amerikaanse regio te blijven, de VS steunen hier al meer dan 50 jaar het gruwelijke regime in Colombia, het land dat na Syrië het tweede hoogste aantal interne vluchtelingen heeft ter wereld. 2020 was daar opnieuw een topjaar qua politieke moorden.

De VS hebben staatsgrepen gesteund tegen democratisch verkozen regeringen in Honduras, Paraguay en Bolivia. De VS hebben actief meegewerkt aan de politieke rechtsvervolging van Lula in Brazilië om zijn deelname aan de presidentsverkiezingen te verhinderen. In Latijns-Amerika is het palmares van steun aan rechtse militaire staatsgrepen, steun en opleiding van doodseskaders gruwelijk lang en reeds van voor de Tweede Wereldoorlog.

De VS hebben wereldwijd meer dan 200 grote en kleine militaire basissen in meer dan 170 landen, bombarderen dagelijks met drones burgerdoelwitten in Afghanistan, Pakistan en Jemen. Samen met Groot-Brittannië en Frankrijk leveren de VS de wapens en de logistieke steun voor de oorlog van Saoedi-Arabië tegen de bevolking van Jemen, waar volgens de VN de grootste humanitaire ramp van de 21ste eeuw gaande is.

De VS weigeren nog altijd mee te werken aan de verwijdering van de miljoenen mijnen die hun leger gedropt heeft in Laos, Cambodia en Vietnam tijdens de vorige eeuw en weigeren enige verantwoordelijkheid of steun voor de slachtoffers van de grootste chemische oorlog ooit in de menselijke geschiedenis in Vietnam, die nog dagelijks slachtoffers eist.

De VS hebben de voorbije tien jaar terroristische groeperingen gesteund, weer laten vallen en opnieuw gesteund naargelang de opportuniteiten van het ogenblik in Libië, Syrië, Irak, Jemen en Afghanistan. Tijdens de Russische (Sovjet) bezetting van Afghanistan kregen de krijgers van Osama Bin Laden wapens en training van de VS (Groot-Brittannië en Frankrijk).

De VS hebben met andere woorden geen enkele morele autoriteit om andere landen over ‘terrorisme’ met de vinger te wijzen.

Van alle arme ontwikkelingslanden heeft Cuba de hoogste levensverwachting met 79,1 jaar, meer dan de VS met 77,8 jaar. Bovendien is de levensverwachting op Cuba gelijk gespreid over de hele bevolking. De VS heeft een van de grootste verschillen in levensverwachting ter wereld tussen rijke en arme mensen. Arme zwarte mannen in de stadsghetto’s en witte mannen in het uitgestrekte binnenland hebben een lagere levensverwachting dan mannen in Bangladesh.

Cubanen in het buitenland zijn bijna allemaal dokters en verplegers. In meerdere Latijns-Amerikaanse landen hebben deze zorgverstrekkers de voorbije veertig jaar honderdduizenden mensen gered van blindheid met operaties tegen staar en andere oogziektes. Cuba zond teams voor de bestrijding van ebola en zette zijn expertise op vlak van pandemiebestrijding ook in tot in Italië.

Wat men ook van het politieke systeem op Cuba mag denken – en dat systeem is zoals in elk ander land verre van perfect – niets verantwoordt deze zoveelste aanval op dit kleine land. Wie verder nog Cuba povere economische resultaten verwijt moet minstens de morele eerlijkheid opbrengen de unilaterale 60-jarige economische blokkade door de grootste supermacht ter wereld in dat oordeel te verrekenen.

Deze laatste beslissing van president Trump is geen aberratie of afwijking van de norm, integendeel. Met zijn beslissing zet Trump een beleid verder dat reeds in 1961 onder president Kennedy werd gestart (gedeeltelijk reeds door president Eisenhower in 1958).

President Obama was de eerste president om daar heel bescheiden van af te wijken. Hij heeft een aantal vooral symbolische aspecten van de blokkade versoepeld, maar de essentie van de blokkade is ook onder hem onveranderd gebleven.

Of president Biden, voormalig vice-president onder Obama, zal terugkeren naar dat beleid is waarschijnlijk. Dat betekent echter nog steeds een verderzetting van 60 jaar economische blokkade.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.