Afslachting hulpverleners Gaza is oorlogsmisdaad, geen ‘tragedie’

Screenshot World Central Kitchen

FacebooktwitterFacebooktwitter

De moorddadige aanslag op een Palestijnse en zes buitenlandse medewerkers van World Central Kitchen door het Israëlische bezettingsleger was géén foutieve inschatting, geen verkeerde informatie of eigengereid optreden van lagere officieren, maar een doelbewuste aanslag met een duidelijk objectief: de verdere blokkering van alle humanitaire hulp voor Gaza.

De Israëlische regering put zich uit in excuses voor een ‘tragische vergissing’ waarbij zeven hulpverleners van World Central Kitchen (WCK) zijn ‘omgekomen bij luchtaanval’ zoals onder andere openbare zender VRT, met dezelfde bewoordingen als de meeste media, toelichtte onder de banner ‘Oorlog Israël-Hamas’.

Volgens Benjamin Netanyahu was dit ‘een tragische gebeurtenis waarbij onze strijdkrachten onbedoeld niet-strijdende personen beschadigden (‘harmed’)’, iets dat ‘gebeurt in oorlog’.

Drie voertuigen werden op 2 kilometer van elkaar, met duidelijke WCK-logo’s op deuren, motorkap en dak, kort na elkaar geraakt door luchtaanvallen met drones. De drie voertuigen waren op weg na overleg, kennisgeving en toestemming voor hun route, tijdstip en aantal door het Israëlisch leger.

Javier Garcia en Erin Gore, leiders van de organisatie, vragen in een persverklaring de medewerking van Australië, Canada en de VS (slachtoffer Jacob Flickinger had dubbele nationaliteit), Polen en Groot-Brittannië om zich aan te sluiten bij hun eis voor een onafhankelijke derde-partijenonderzoek naar deze aanvallen.

Tevens verzoeken zij de Israëlische regering om ‘onmiddellijk alle documenten, communicatie, video en audio-materiaal te bewaren en ter beschikking te stellen. Dit zijn twee eisen die Israël reeds tientallen jaren systematisch weigert, onafhankelijk onderzoek en afstaan van bewijsmateriaal.

De excuses van Israël komen er ditmaal wel, maar niet voor een uitzonderlijk gebeuren. Sinds 7 oktober heeft het Israëlische bezettingsleger 196 hulpverleners vermoord. Dat is op zes maanden tijd meer dan alle vermoorde hulpverleners in heel de wereld per jaar sinds 1997 – het jaar dat deze metingen voor het eerst systematisch werden geïnventariseerd.

 

Waarom Israël ditmaal wel vrij snel een ‘fout’ erkent? De slachtoffers zijn buitenlanders, géén Palestijnen. Dat Saifeddin Issam Ayad Abutaha, chauffeur van een van de voertuigen, één van de zeven slachtoffers is speelde voor Israël geen enkele rol.

Wat het voor Israël echter lastig maakt om hier met routineuze nonchalance op te reageren is dat de slachtoffers burgers zijn van de meest getrouwe bondgenoten van Israël ter wereld, te beginnen bij de VS.

Maar ook Groot-Brittannië, Canada en Australië zijn fanatieke verspreiders van de these dat Israël doet wat het land doet omdat ‘het recht op verdediging’ heeft. Niet toevallig zijn deze landen tevens zelfs settler-koloniale landen, opgericht op de etnische zuivering van de oorspronkelijke bevolking of in het geval van Groot-Brittannië de grootste kolonisator in de geschiedenis van de mensheid. En in de EU is Polen zowat de meest getrouwe bondgenoot van Israël.

 

Australisch eerste minister Anthony Albanese verklaarde kort na het nieuws van de moordende aanslag dat dit een vreselijke tragedie was – geen misdaad. Hij eiste snelle opheldering door Israël – de dader. Wat hij aanvankelijk niet eiste was een onafhankelijk onderzoek. Twee dagen later zag hij zich verplicht dat wel te doen.

Ook de Poolse regering reageerde pas gevat nadat de Israëlische ambassadeur in Polen tijdens een interview weigerde zijn excuses aan te bieden. Hij reageerde op vragen door “extreem-rechts en extreem-links in Polen” te veroordelen voor hun bewering dat “deze aanval een intentionele moord” zou geweest zijn.

Hij voegde daar aan toe dat “antisemieten altijd antisemieten zullen blijven en dat Israël een democratische Joodse staat zal blijven die vecht voor zijn recht om te bestaan, ook ten bate van de hele Westerse wereld.”

Geen enkele van de betrokken Westerse regeringen roept echter op tot sancties tegen Israël. Over de oprechtheid van de Israëlische excuses mag getwijfeld worden.

Het volstaat daarvoor naar de geschiedenis te kijken van de Israëlische repressie van de Palestijnse bevolking over de voorbije 75 jaar. Retoriek en echte doelstellingen zijn voor de zionistische staat Israël nooit overlappende begrippen geweest.

Eerder dan te kijken naar de uitgesproken toelichtingen moet naar de concrete gevolgen van deze aanslag gekeken worden. Deze aanslag zet de facto een stop op de hulpverlening over zee vanuit Cyprus.

Na landblokkade nu ook een zeeblokkade

De bijna volledige blokkade van alle humanitaire hulp met vrachtwagens vanuit Egypte wordt vervolledigd met de stopzetting van hulp overzee. Tevens maakt dit deel uit van de Israëlische operatie om de bestaande VN-hulporganisatie UNRWA te vernietigen.

Deze hulporganisatie heeft de kennis, de ervaring, de structuren, het personeel, het materieel om op de meest efficiënte manier hulp te verlenen in Gaza.

Hoe goedbedoelend en gemotiveerd het WCK-personeel zonder de minste twijfel ook is, wat zij doen is in de plaats treden van een organisatie die reeds ter plaatse was.

Israël laat nog steeds geen onafhankelijk onderzoek toe over de omstandigheden van 7 oktober, laat geen enkel onafhankelijk onderzoek toe over de vernietiging van hospitalen, scholen, VN-compounds, woningen in Gaza, laat geen enkel onafhankelijk onderzoek toe over beweerde Hamas-tunnels, over beweerde massaverkrachtingen.

Ook nu weer zal na een aantal dagen de verontwaardiging wegebben en van een onafhankelijk onderzoek geen sprake zijn.

De enige tactische ‘vergissing’ die Israël begaan heeft met de afslachting van WCK-hulpverleners is het doden van Westerse burgers uit landen waarvan de regeringen hun bondgenoten zijn.

Dit was een minutieus uitgevoerde operatie waarbij drie voertuigen van eenzelfde organisatie werden geviseerd en getroffen.

Dit is een doelbewust uitgevoerde oorlogsmisdaad.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.