“België, (nog steeds) belastingparadijs voor de rijken, fiscale hel voor de werkende bevolking”

Foto: Huhu Uet / CC SA BY 3:0

FacebooktwitterFacebooktwitter

De studiedienst van de PVDA heeft voor de tiende maal een top 50 opgesteld van bedrijven die het meest voordeel halen uit wat de partij “de spitstechnologie van ons belastingstelsel” noemt. Constante vaststelling van hun onderzoek: “De rijksten betalen nog altijd hun deel niet …”

Op 24 oktober 2019 publiceerde de PVDA haar tiende onderzoeksrapport over de manier waarop de grote bedrijven de bestaande Belgische fiscale regels toepassen.

Voor het eerst keek de partij “naar de resultaten van de bedrijven die hebben kunnen profiteren van de hervorming van de vennootschapsbelasting, die eind 2017 werd goedgekeurd en toegepast op de inkomsten van 2018”, aldus de inleiding van het rapport met als titel Belachelijk lage belastingtarieven: Een heldere kijk op de hervorming van de vennootschapsbelasting.

“De regering stelde dat elk groot bedrijf met een winst van meer dan een miljoen euro voortaan een belasting zou betalen van minimum 7,5 procent. Deze studie toont aan dat deze bewering niet klopt”, besluit de inleiding van het rapport.

1,7 procent

Foto cover Rapport: pvda.beIn werkelijkheid blijkt het gemiddelde belastingtarief van de eerste 50 grote bedrijven op de lijst van de PVDA gemiddeld slechts 1,7 procent te bedragen. De belangrijkste vaststelling: hoe groter het bedrijf, hoe meer middelen om belastingen te ontwijken, met behulp van een team eigen fiscale experten die de bestaande wettelijke regels naar hun hand weten te zetten.

Voor zijn onderzoek ging de partij niet op zoek nar lugubere bronnen, duistere achterkamertjes of illegale lekken, gewoon de cijfers van de Nationale Bank. Slachtoffers van deze praktijk zijn in de eerste plaats de gewone burgers die opdraaien voor de financiering voor onze scholen, hospitalen, wegen en openbaar vervoer …

Bovendien zijn ook de kleinere bedrijven, kmo’s en zelfstandigen slachtoffer van deze aanpak. Zij ontberen de middelen, de kennis of de politieke connecties om dezelfde ontwijkingsmechanismen toe te passen als de grote bedrijven.

Ook zij torsen zo op hun schouders de last om de overheidsdiensten draaiende te houden, die diensten waar de grote bedrijven maximaal van kunnen genieten.

Absolute topper in de top-50 in totaalcijfers is het bedrijf Atlas Copco Airpower dat op een winst van meer dan 6 miljard euro amper 1,1 procent belastingen betaalt. Atlas Copco, Delhaize Le Lion en ExxonMobil, de drie eersten op de lijst, ontnemen de overheid elk afzonderlijk meer dan 1 miljard euro.

Van de 19de naar de 21ste eeuw, Piketty in de praktijk

De bedrijven Group Bruxelles Lambert (Group Frère) (op de achtste plaats in totaalcijfers) betaalde in 2018 zelfs nul procent belastingen. Andere nulprocenters zijn ASML Belgium (14), AXA Holdings Belgium (23),Société D’Exploitation Du Pioneering Spirit (24), Vendis Capital (28), Finaxis (36)KBC Ancora (CERA) (42) en UNILIN Holding (Mohawk Industries) (50).

Daarnaast staan er in die top-50 ook bedrijven die zelfs geld hebben teruggetrokken van de belastingen: ExxonMobil Petroleum & Chemical (2) kreeg 922.000 euro terug, Axa Holdings Belgium (23) € 3.000, Fluxys Europe (25) € 1.738.316, Bekaert (27) € 3.372.000, Dolomies de Marche-les-Dames (33) € 59.000 en Wabco Europe (38) € 4.182.000.

De federale regeringsploeg van Charles Michel van CD&V, Open Vld, N-VA en MR heeft altijd gesteld dat zij een fiscaal beleid voerde voor een gunstig ondernemingsklimaat. In werkelijkheid blijkt dat alleen te kloppen voor de grote bedrijven. Kleine ondernemers, kmo’s en zelfs een aantal middelgrote bedrijven worden door dit beleid benadeeld en moeten de facto in een fiscaal unfaire concurrentie met de grote spelers wedijveren.

Slechts twee van de grote bedrijven in de top-50 betalen een hoger tarief dan de officieel beleden belastingvoet van 7,5 procent: BASF Antwerpen (7) 10,7 procent en UCB Pharma (26) 9,3 procent.

Kleine ondernemers en zelfstandigen betalen het gelag

De verkondigde intentie van de regering kwam hier op neer: lagere belastingvoet voor iedereen, maar dan zonder al die ontsnappingsroutes, zodat de lat voor iedereen gelijk ligt. Neoliberale ideologen klagen daarnaast steeds weer de volgens hen te hoge vennootschapsbelasting van 33,99 procent aan. Die zou onze economie benadelen ten opzichte van het buitenland. In werkelijkheid betalen alleen kleine ondernemers en zelfstandigen zoveel belastingen.

Onder deze top-50 schuilt bovendien nog een ander fiscaal fenomeen. Heel wat van deze bedrijven zijn eigendom van de rijkste families van België, zoals de families Boël, Solvay, Jansen, Vlerick, Bostoen, Bosteels, Albert, Frère, Delhaize, Lhoist, Berhmans, Huts en d’Ieteren.

Federaal parlementslid Marco Van Hees zegt hierover: “Deze rijke families betalen geen vermogensbelasting. Ze zijn bovendien vrijgesteld van de nieuwe effectentaks omdat hun financiële activa niet via een effectenrekening worden aangehouden. En ze vergroten hun vermogen nog via holdings die nauwelijks belastingen betalen. In plaats van met hun enorme vermogens een bijdrage aan de samenleving te leveren, ontlopen ze ons belastingsysteem.”

Schol!

En over de grootste bierproducent van België en de wereld: “De historische aandeelhouders van de grootste brouwerij ter wereld nemen het volledige podium van de rijkste Belgen voor hun rekening. Net als de families Boël-Solvay-Janssen zijn ook zij door huwelijken verbonden met een aantal families van de hoge adel en de rijke bourgeoisie, twee categorieën die vaak met elkaar verweven zijn.”

Als de duizend meest winstgevende bedrijven van België hun faire fiscale aandeel zouden betalen in het algemeen belang zou de overheid in 2018 9,8 miljard euro meer ter beschikking hebben voor pensioenen, openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg. De partij wijst er tenslotte op dat zij niet pleit voor nieuwe, hogere belastingen, “maar dat we eenvoudigweg willen dat de bestaande correct geïnd worden”.

Het besluit van de PVDA: België is “een belastingparadijs voor de rijken, maar een fiscale hel voor de werkende bevolking. De cijfers van de Nationale Bank tonen dat duidelijk aan.”

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.