VN-rapport: “Israël dader van de moord op journaliste Shireen Abu Akleh”

Posters van Shireen Abu Akleh in bezet Oost-Jeruzalem. Foto: Osps7/CC BY-SA 4:0

FacebooktwitterFacebooktwitter

Het is bijna ongemerkt gepasseerd op 16 oktober: een VN-rapport bevestigt dat het Israëlisch bezettingsleger Al Jazeera journaliste Shireen Abu Akleh vermoordde. De International Federation of Journalists vraagt een onderzoek door het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Het VN-rapport van 16 oktober behandelt niet alleen de moord op journaliste Shireen Abu Akleh op 11 mei 2022. In hun onderzoek komen de VN tot de vaststelling dat Palestijnse burgers de ‘primaire slachtoffers’ zijn van het toenemend geweld in Israël en de bezette gebieden.

Dit rapport behandelt de situatie in het jaar voorafgaand aan de uitval van Hamas uit Gaza op 7 oktober 2023. De VN-onderzoekscommissie stelt tevens dat het voortdurend tegenhouden van voedsel en geneesmiddelen voor Gaza (nogmaals, voor 7 oktober 2023) een inbreuk is op het internationaal humanitair recht.

Als daders voor de moord op journaliste Abu Akleh duidt het onderzoeksteam de inzittenden aan van een voertuig van de Duvdevan Unit van het Israëlische bezettingsleger.

Screenshot: ohchr.org

Dit rapport verschijnt tijdens de recente militaire aanval op de burgerbevolking van Gaza en krijgt nauwelijks aandacht, hoewel de grootse vakbondskoepel van journalisten ter wereld, de International Federation of Journalists, zich bij de besluiten van de VN aansluit en een onderzoek eist door het Internationaal Strafhof.

Het vaste scenario…

Het scenario dat Israël inzette over de moord op de journaliste volgt een vertrouwd pad, dat ondanks zijn voortdurende herhaling niet opvalt in de media. Dat scenario begint steeds met volledige ontkenning en de verschuiving van de schuld naar een Palestijnse verzetsorganisatie.

Vervolgens worden allerlei versies gelanceerd die verder twijfel zaaien bij de versie van de slachtoffers. Na enige weken verslapt de aandacht enigszins en beginnen de eerste rechtzettingen te verschijnen, o.a. dat het fatale schot misschien toch Israëlisch van oorsprong was.

Die eerste toegeving gaat gepaard met commentaar dat de betrokken journaliste zich waarschijnlijk bevond op een plaats waar ze niet hoorde te staan, dat ze de richtlijnen van het bezettingsleger niet had gevolgd, dat het een fataal misverstand was in de communicatie, enzovoort en ten slotte na lang wachten laat Israël ook die argumenten varen.

Ondertussen is de aandacht van de media naar andere ‘urgenties’ verschoven. Het scenario herhaalt zich nu ook met de moordende aanslag op het al-Ahli-hospitaal. De aanduiding van een Palestijnse verzetsgroep, dit keer de kleine organisatie Islamitische Jihad, als dader haalt alle hoofdlijnen en nieuwsbulletins.

 

Over deze feiten is nu de periode van verwarring bezig, met het lanceren van berichten die twijfel zaaien, terwijl de eerste commentaren verschijnen die stellen ‘dat het waarschijnlijk nooit juist zal geweten zijn’.

Dat is niet zo, maar de VS houden een internationale onderzoekscommissie tegen met het argument dat ‘het onderzoek van Israël voldoende bewijzen heeft geleverd’. Israël zal nu wachten op het einde van het offensief tegen de bevolking van Gaza om langzaam over te gaan tot de bevestiging dat het ‘een spijtige vergissing was’ of iets dergelijks…

Het is onmogelijk dat de media deze methodiek niet doorzien. Dat zij desondanks de positionering van Israël trouw blijven volgen, ontmaskert hen als partijdig en vooringenomen.

Ikzelf heb vanaf dag één gesteld dat de dader van de aanslag op het al-Ahli-hospitaal alleen Israël kan zijn en werd daarvoor aangevallen tot in het Vlaamse Parlement. Het zal mij geen plezier doen wanneer ook hierover onze berichtgeving de juiste zal blijken te zijn. Daarvoor zijn de feiten te gruwelijk.

Artikel oorspronkelijk verschenen in DeWereldMorgen.be.